Vakantierubriek 2013 – Albert Hogeweij

Oostenrijk

Thomas Bernhard – Adalbert Stifter
‘Na de zelfmoord van onze ouders zaten wij tweeënhalve maand in de toren opgesloten’, aldus zet de eerste zin van de novelle Amras (1964) van de Oostenrijker Thomas Bernhard (1931-1989) behoorlijk typerend voor diens van mensenhaat, eenzaamheid en onbegrip doordesemde oeuvre. Dat hij toch tot de ‘lachschrijvers’ gerekend mag worden, komt door zijn onnavolgbare, zeer muzikale stijl, waarin de logica van de, ondanks hun lengte, volstrekt heldere, apodictische zinnen (gegoten vaak in de vorm van een door een verteller opgetekende monoloog van een of andere even afzijdig als verbitterd levende kunstenaar, filosoof of componist) met hun herhalingen en variaties en gecultiveerde overdrijving tot in het karikaturale voortwoekert en aldus op onze lachspieren begint te werken.

De helderheid van Bernhards proza verraadt zijn voorliefde voor Pascal, Novalis en Schopenhauer. Omdat in die monologen nogal eens een heilig Oostenrijks huisje het moet ontgelden, oogstte Bernhard veel weerstand in zijn eigen land. Tegen diverse boeken en toneelstukken van hem werden processen aangespannen. Bernhard zou een ‘Nestbeschmutzer’ zijn. Niet iedereen kan daar natuurlijk van het kaliber Kurt Waldheim zijn, nietwaar?

Toch is voor mij Bernhard een van de redenen om Oostenrijk hoog te achten. Misschien wat nationalistisch gedacht, maar de cultuur van het desbetreffende land moet zo’n schrijver toch maar voortbrengen. Tegen mensen die bijvoorbeeld Frankrijk hoger aanslaan, breng ik gelijk Bernhards mening over Franse literatuur in stelling: die vond hij, op Herr Teste van Paul Valéry na, maar weinig voorstellen.

Een andere Oostenrijkse auteur die een aanlokkende werking op mij uitoefent is Adalbert Stifter (1805-1868). Een schrijver die voor het echte leven ook liever dekking zocht in een gecultiveerde schrijfstijl. Voor Thomas Bernhard was Stifter jarenlang niet alleen qua zinsbouw en woordkeus, maar ook voor diens pregnante en exacte blik op zijn naaste omgeving een lichtend voorbeeld. In Stifers Bildungsroman Der Nachsommer (1857) is de handeling opgeofferd aan beschouwingen. Maar in Bernhards Alte Meister uit 1985 pleegt de protagonist regelrechte Stifter-Beschimpfung, als hij de Biedermeierauteur wegzet als ‘provinciale dilettant’, wiens proza laboreert aan een ‘vreselijke stijl’ met zijn ‘kleinburgerlijke sentimentaliteit’.

Wie het beroemde voorwoord van Stifter bij zijn Bunte Steine uit 1852 leest zou hem bijna gelijk geven: ‘Bij mijn schrijfsels is het mijn doel geweest […] gelijkgestemde vrienden een genoeglijk uur te bezorgen.’ Goed, Stifter stond in 1848 niet op de barricaden en zwoer niet bij een groots en meeslepend leven, maar veeleer dan conservatief was hij een utopist. Depressief, drankzuchtig en vereenzaamd in zijn ongelukkige huwelijk, trok hij in zijn boeken een volkomen schijnwereld op waarin stilering van de werkelijkheid boven realistische weergave ging. Gedragen door de overtuiging dat de Natuur zowel als de zedelijke werkelijkheid tot in haar schijnbaar onbeduidendste verschijnselen beheerst wordt door ‘das sanfte Gesetz’. ‘Zoals het in de natuur buiten is, zo is het ook in de innerlijke natuur, in die van het mensdom. Een heel leven vol rechtvaardigheid, eenvoud, zelfbeheersing, redelijkheid, werkzaamheid in eigen kring, bewondering van schoonheid, verbonden met een blijmoedig, berustend sterven, houd ik voor groot. Heftige gemoedsbewegingen, angstwekkend voortrazende toorn, wraakzucht, de ontvlamde geest die naar activiteit streeft, omverwerpt, verandert, verwoest en in de opwinding vaak het eigen leven vergooit, houd ik niet voor groter maar voor kleiner.’ Klinkt nu als een pleidooi voor onthaasting, maar als lezer bekruipt je het gevoel dat de harmonie voortdurend bevochten moet worden, dat de chaos enkel eronder kan worden gehouden in die bezwerende stijl. Het dagelijkse leven van Stifter was daarbij zo innig niet…Een Duitse literatuurprofessor merkte eens op dat de lasteraar Thomas Bernhard in zijn leven niets anders heeft gedaan dan dat te verwezenlijken waarvan Adalbert Stifter slechts kon dromen en in zijn werk gestalte wist te geven. Bernhard was impotent, Stifter depressief. Eerstgenoemde kwam door longziekte vroegtijdig aan zijn eind, bij de tweede kwam er zelfmoord aan te pas.

Ach Oostenrijk, aangeharkte natuur, platgetreden paden, maar je schrijvers vinden er hun eigen weg naar onnavolgbaarheid.

door Albert Hogeweij 

In de Vakantierubriek 2013 stellen recensenten een aantal boeken aan u voor, uit de landen die zij op hun vakantie zullen bezoeken, of inmiddels hebben bezocht.
Wilt u ook een bijdrage leveren aan de Vakantierubriek 2013. Klik dan hier.

Wilt u alle bijdragen van de andere recensenten lezen, klik dan hier.

Recent

19 september 2018

Omdenken in optima forma

14 september 2018

Een meer van wanhoop

Literair Nederland - 10 jaar geleden

03 oktober 2008

Niet overtuigend maar wel sterk in het laatste deel
Recensie door Menno Hartman

Coen Peppelenbos debuteerde onlangs met de roman Victorie, een roman in drie delen. In het eerste deel wordt Merijn – broer van de hoofdpersoon – gevolgd nadat bekend is geworden dat de hoofdpersoon, Victor, dood is.

Het tweede deel van de roman gaat over Sarah. We volgen er de gedachten van een leraar Engels, die in zijn huis dit meisje vasthoudt, het vriendinnetje van Merijn en waarin duidelijk wordt dat deze Ten Haaf, Merijn gedood heeft door een grote steen naar hem te gooien, nadat hij hem met een camera had gezien.

Lees meer