Marjoleine de Vos – Uitzicht genoeg

‘Het echte feest is altijd nu’

Recensie door Joost van der Vleuten


De nieuwe bundel van Marjoleine de Vos begint in het heldere lege landschap van Groningen en eindigt in het oude Griekenland. Het gaat over leven – willen leven – in het hier en nu. Maar ook over verlangen naar meer, verder en hoger, en melancholie en wanhoop om het voorbijgaan en het uitblijven. Maar de regels klinken helder en de toon blijft kordaat.
De Vos schrijft toegankelijke en herkenbare poëzie, die soms doet denken aan Chris J. van Geel, soms verwijst naar Martinus Nijhoff, maar vooral doet denken aan Rutger Kopland – tot in de titel aan toe. De Vos is lichtvoetiger, minder mijmerig, en verrassender. In ´Lente in Groningen´, poot ze de Noordelijke kleivlakte pardoes op vrijersvoeten:

Onhandig en verliefd spruit oude grond

ineens het teerste groen, wil zoenen,

zoenen, ja!’

 

En twee gedichten verderop wenst de ik ineens een valappel te zijn:

Mijzelf maakt het niet uit

of ik als taart dan wel verrot in ’t gras.

Alleen dat ik dat was, die gave jonge blos

zo kogelrond, vol sap – en dan het steeltje los.’

 

Zo gaat het wel vaker: een natuurbeeld duidt ´iets´ aan en wordt dan omgebogen naar een zelfbeeld. In ‘Spreeuw’ klapt de vogel aanvankelijk enthousiast in zijn vleugels vanwege de komst van de lente, maar dan volgt een drastische wending: ‘Nu ik. Een spreeuw / die uit het nieuwe nest naar buiten kijkt en zucht. / Om liefde. Om lucht.’

Het onbevangen omhelzen van het hier en nu botst onherroepelijk met het verstrijken van de tijd en het onvermogen om terug te keren waar je wilde blijven. Pogingen om de spanning op te heffen leiden tot zelfvermaan. ‘De tijd is onze vijand niet’, luidt bij voorbeeld de conclusie van een gedicht uit de reeks ‘Heimwee naar de toekomst’. En dichten (en gedichten lezen) kan helpen het hier en nu te omhelzen:

’t echte feest is altijd nu, als je kersverse

woorden vindt die steeds voor ’t eerst

je openen voor dit moment waarin

de tijd zich toont, bewoond door alles

Wat niet blijven kan.

 

God onder de grond
De gedichten van De Vos zijn arcadisch: de natuur en het platteland zijn bronnen van vitaliteit, wedergeboorte, verwondering en inspiratie. Doorstroomd van welbehagen, zoals ze ergens zegt. Grootstedelijkheid en motorgeronk krijgen niet de kans om die pastorale dimensie te verstoren. Die wordt van binnenuit bedreigd. Zo is daar ‘op zolder / achter beschot, rukkend met scherpe tanden / het onzichtbaar knaagdier’ dat werd aangelokt door lokvoer voor de vogels. In ´Aan het licht´ schiet een geheim ineens  te voorschijn en ‘maakt gehakt van redelijk en juist.´ In ‘Aanzie de vogels’ zit een meesje lekker op een vetbol, maar verzuimt de mens te aanbidden die hem zijn pinda’s schenkt. Het krijgt te horen dat het ‘op de pof’ leeft, en nog spijt zal krijgen van dat ´grondeloos opgaan in het heden.´ Nog ongemakkelijker wordt het in ´We zijn vrij´ met de openingsregel ´Onder de grond woont onze god´. God is weggestopt, en we denken dat we vrij zijn, maar hij leeft nog, steelt onze gedachten en bestiert ons leven. Zelfs dood, ´als een prop in de afvoer´ zit hij er nog en blokkeert wat vrij wil stromen. Zo bezien wordt ´leven in het nu´ een opgave die de mens zich stelt, omdat er geen god meer is die uitzicht biedt op een vorm van eeuwigheid. Dat ‘Uitzicht genoeg’  is minder triomfantelijk dan het lijkt. ´Nu eeuwig niet bestaat, is uitzicht al genoeg´ klinkt het in ´Spreeuw´.

Sumerische uitsmijter
De laatste afdeling ´Ik laat ons wegvaren´ roept onder meer de oude zwerftochten van Odysseus en Aeneas op, en geeft een stem aan de vrouwen die naar hen verlangden: Penelope en Dido. Gedichten over terugkeer naar een huis dat nooit meer hetzelfde is, of afscheid en vertrek om een nieuw vaderland te vinden. Het laatste gedicht van de bundel daalt nog dieper af in de cultuurgeschiedenis. Het is een fragment in de stijl van het vierduizend jaar oude Sumerische Gilgamesj-epos, in de vorm van een tweespraak over de vraag of je een nieuwe levensgezel mag nemen als je grote liefde is gestorven. Ja dus. Als iemand echt van je houdt zal hij of zij je dat gunnen, en het zelfs van je verlangen. Leven in het nu wordt begrenst door de onvermijdelijke dood. Of – andere mogelijkheid – liefde ‘nu’ vereist dat je eigen en andermans sterfelijkheid onder ogen ziet. Hoe houd je zo´n thema heden ten dage vrij van kitsch en geronk? Bij voorbeeld door een stokoude vorm en toon te kiezen en daar ironieloos aan toe te geven:

De dood wachtte op hen,

op ieder van hen wachtte de dood, maar zij waren één.

De liefde van Indroe en Gilgamesj was groter dan de dood.

 

Gedichten over hoe te leven, waar vind je ze nog? Hier en nu, bij Marjoleine de Vos. Helder, toegankelijk, beeldend en raak. Lezen dus!

 

Uitzicht genoeg

Auteur:  Marjoleine de Vos
Verschenen bij: Uitgeverij Van Oorschot, 2013,
Aantal pagina’s: 58
Prijs: € 14,50

Omslag Uitzicht genoeg  -  Marjoleine de Vos
Uitzicht genoeg
Marjoleine de Vos
ISBN: 9789028250079

Meer van Joost van der Vleuten:

Recent

18 december 2017

Onvergetelijke hommage aan de Shakespeare van de lage landen

Over 'Ik, Vondel' van Hans Croiset
15 december 2017

Drakenbloed en hoestende koeien

Over 'Tijl' van Daniel Kehlmann
14 december 2017

Vergane Hollywoodglorie in de Maghreb

Over 'De oppermachtigen' van Hedi Kaddour
13 december 2017

Literatuur uit de provincie

Over 'Ergens op het eind' van Erik Nieuwenhuis
12 december 2017

Troosteloos zal het in Twente wezen

Over 'De heilige Rita' van Tommy Wieringa

Verwant