Uit de tijd vallen

Door Inge Meijer

Terwijl ik de lijstjes, die nog voor de vakantie moeten worden afgewerkt, met kracht aan de wand prik, denk ik opeens aan een verhaal van Anton Koolhaas. Waarin een woedende vrouw een punaise in de buitenmuur van haar flat drukt waardoor de muur splijt en zij vervolgens naar beneden stort. Niet dat ik dood wil maar toen ik met een punaise die lijstjes in de muur prikte, stelde ik mij in een fractie van een seconde voor, dat die muur zou meegeven en ik, met al mijn kracht in mijn duim verzameld op die punaise drukkend, voorover viel. Het leek me eigenlijk wel heerlijk me in het oneindige te storten. En dat die lijstjes dan van generlei belang zouden blijken te zijn. Ik dacht aan de zweefduik die de vrouw uit het verhaal maakte. Zo diep zou ik niet vallen. Ik zou struikelend en onder het stof van vallend gesteente in de voortuin tussen de hortensia’s terechtkomen.

En terwijl ik Mijn lief en mijn kinderen de vakantiestress bezorgde waarvan ik zei die zelf niet te ervaren, wilde ik alleen nog maar vallen. Zoals Angelique in de roman Onheilig van Roos van Rijswijk, die steeds het gevoel van vallen ervaart wanneer ze eigenlijk even van de kaart zou willen verdwijnen. Het beste wat mij kan overkomen is een migraine aanval die minstens twee dagen duurt. Wanneer je hoofd totaal gecrasht is dat je zelfs het gefilterde zonlicht door de bladeren van de dichte lindeboom voor het raam niet kunt verdragen, is het tijd om alles te laten vallen.

Toen de lijstje om me heen fladderden en de dagen wegvielen dacht ik: ‘Zo is het gebeurd, zo is het gebeurd’. Een van de mooiste titels van een verhaal van de Italiaanse schrijfster Natalia Ginzburg, geschreven in een taal zo sober dat je opeens begrijpt dat echt goede verhalen in stilte geschreven zijn. Hoe verzin je een vrouw die met een man trouwt om de simpele reden dat ze altijd wil weten waar hij is?

Voor ze de veel oudere man leerde kennen, fantaseerde ze over haar toekomstige leven. “Ik fantaseerde altijd van alles als ik languit op mijn bed lag in het pension. Ik dacht hoe prettig het zou zijn als ik getrouwd was en een eigen huis had. (…) en verbeeldde me dat ik lui achterover in een grote fauteuil zakdoekjes zat te borduren. De man met wie ik zou trouwen zag er nu eens zus en dan weer zo uit, maar zijn stem klonk altijd eender en in mijn hart luisterde ik naar die stem, die steeds weer dezelfde ironische en tedere dingen zei.”

Ginzburg voert mensen op die hun huis nooit verlaten om de eenvoudige reden dat hun schoenen knellen. Haar verhalen zijn behoorlijk armzalig en tragisch. Als ik die eerste passage weer lees waarin het hoofdpersonage in een tiental onschuldige zinnen haar echtgenoot introduceert terwijl hij een trein tekent waarbij er rook uit de locomotief komt en een mannetje zwaaiend uit het raam van een coupé hangt. Haar echtgenoot kan tekenen en dat is leuk om in een huwelijk te communiceren via tekeningen. Dat het zwaaiende mannetje haar echtgenoot verbeeldt die haar vaarwel zegt, is minder leuk. Na die tien onschuldige zinnen staat daar opeens: ‘Ik heb op zijn ogen geschoten’. Dan wil je pas goed door lezen. Over hoe deze kleurloze jongedame haar leven schwung gaf door haar echtgenoot neer te schieten. Langzaam kwam ik weer in de dag. Echt goede verhalen brengen de tijd weer op gang. Nu die lijstjes maar eens afwerken en de vakantie kan beginnen.

 

 

 

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 december 2007

Verhalenwedstrijd levert fraai uitgeven bundel op
Recensie door Karel Wasch

Uitgeverij De Vleermuis uit Roermond organiseert jaarlijks een tweetal wedstrijden (poëzie en verhalen). De wedstrijd voor verhalen leverde dit jaar het fraai uitgegeven boek Zenit op. Daarin 44 verhaaltjes (aantal woorden was beperkt) van uiteenlopende snit en kwaliteit. Aan de wedstrijd deden in totaal 187 mensen met een verhaalinzending mee.

Lees meer