20 oktober 2015

Laat mij uw huis zien

Column door Inge Meijer

Laatst overkwam het me weer. Ik fietste naar de buurtwinkel en zag onderweg in een flits twee identieke schemerlampjes op een kast in een woonkamer staan. En zag ik dat goed, hadden ze een rechthoekig rieten kapje en stonden ze precies afgemeten ieder aan een kant van de kast? Ik raakte er door bevangen en keek achterom, er ontsnapte me zelfs een ‘ohoo’. Ik moest wel afstappen om van een afstand door het raam naar binnen te kunnen kijken. De lampjes waren duidelijk van het soort dat in geen enkel interieur past en dat je aanschaft op een dag dat het allemaal even niet mee zit. Dat kan nog wel eens voorkomen op een zaterdagochtend. Het gevoel dat er iets moet veranderen waardoor je leven een wending neemt maar dat je niet weet hoe. De aanschaf van twee identieke lampjes met een rieten kapje kan wel eens helpen. Die lampjes straalden de rust van een twee-eenheid uit. Het was een huis waar vast geen plaats is voor boeken. Misschien een vreemde gedachtenassociatie maar dan waren ze echt niet met die lampjes thuisgekomen.

Een dag later, toen ik in de rij stond bij de apotheek om medicijnen voor Mijn kleine vriendin af te halen, werd ik betoverd door de handelingen van een apothekersassistent. Ze bevond zich in de open ruimte achter de balie waar de medicijnen worden bewaard. In een appelgroen bloesje, zoals al haar collega’s droegen, keek ze met een doktersrecept in haar hand geruisloos langs de plafondhoge kasten. Ze bestudeerde de etiketten op de laden, van boven naar beneden, keek weer op het recept in haar hand en trok een lade geruisloos open. Met kalme vingers ging ze licht ruisend en tastend door de open lade en haalde er een wit apothekersdoosjes uit. Waarna ze die la weer geruisloos dichtschoof en direct, maar ozo geruisloos met snelle blik en voor een laatste check, de gegevens op het doosje verifieerde met de gegevens op het doktersbriefje. Op geluidloze schoenen liep ze naar het andere gangpad waar ze het apothekersdoosje en het recept met een elastiekje omwikkelde en op een schap zette. Van onder dat schap pakte ze het volgende doktersbriefje en bewoog zich opnieuw geruisloos naar de kastwand.

Ik zag hoe ze bij thuiskomst haar appelgroene bloesje voor een eenvoudig vestje verruilde en zich met een even eenvoudige maaltijd en het boek, waarop ze zich de hele dag had verheugd in verder te lezen, aan tafel zette. Ik wist zelfs zeker te weten dat het de nieuwste van Connie Palmen zou zijn. Ze leest namelijk alleen boeken van schrijvers die bij de DWDD verschijnen.

En toen kreeg ik een lumineus idee. Ik moest daarbij aan een rubriek van Aaf Brandt Cortius van enkele jaren terug denken. Over de inhoud van een tas. Aan de hand daarvan kon zij de persoon beschrijven. Zo wist ze bijvoorbeeld dat iemand onzeker was (deo-stick) of goed georganiseerd (geen overbodige voorwerpen in tas). Ik zou dat zomaar kunnen doen over de inrichting van uw huis. En dan zal ik u vertellen welk boek u moet lezen om verder te komen met uw leven. Zoiets.

 

 

 

 

Recent

21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

20 maart 2017

De zee in Tilburg

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 maart 2007

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden. Niet bevroedend dat hij elke dag door een bewonderend oog werd vastgepind op de weg die hem van de kazerne naar het bureel voerde stapte soldaat Brû, die in het algemeen nergens aan dacht, maar als hij dat toch deed dan het liefst aan de slag bij Jena, stapte soldaat Brû voort met de onbevangenheid van een niet-bewuste. Met zijn niet bewust grijsblauwe ogen en zijn niet bewust elegant omwikkelde beenkappen droeg soldaat Brû heel naïef al het nodige met zich mee om in de smaak te vallen bij een jongejuffrouw die niet helemaal jong meer was en ook niet helemaal juffrouw. Het ontging hem.

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden.

Lees meer