24 oktober 2016

Twee geboortes, twee verhalen

Hoe gaan we om met keuzes van vluchtelingen die tussen ons zijn komen wonen? Bij mij in de buurt woont een gezin uit Damascus. Man, vrouw en twee puberkinderen. Ze vluchtten in 2015 naar Turkije. Vandaar trok de man door Europa en kwam in Nederland terecht. Na een jaar kreeg hij een verblijfstatus en kon hij zijn vrouw en kinderen laten overkomen. Dat ging moeizaam. Twee keer werd zij met haar kinderen in Turkije weer teruggestuurd naar het opvangcentrum omdat de papieren niet in orde zouden zijn. De derde keer, het was inmiddels mei 2016, konden ze wel het land uit. De man heeft me al een paar keer zijn filmpje laten zien van hun weerzien in Nederland nadat ze een jaar van elkaar gescheiden waren.

Ik heb bewondering voor ze. Ze zijn een voorbeeld van bereidheid tot integratie. Ze zochten, al voor de inburgeringscursus begon, hulp om Nederlands te leren. En de man zocht en vond vrijwilligerswerk, in het besef dat hij zijn nieuwe land het best leert kennen door zich onder de bevolking te begeven. Twee maanden na hun vestiging hier was de vrouw zwanger. Ik schrok er een beetje van. Mijn hemel. Heb je na zo’n barre tijd niet alle energie nodig om je hier in je nieuwe land te settelen? Toch is het, als je alle ratio loslaat, zeer voorstelbaar hoe hun emotionele ontmoeting zoals ik die op het filmpje had gezien, in bed een hartstochtelijk en euforisch vervolg zal hebben gekregen waarvoor een nieuwe geboorte het symbool mocht worden. Mag ik het dan onverstandig vinden? Ik ga straks ieder geval op kraamvisite.

Rond dezelfde tijd hoorde ik van een andere familie, gevlucht uit Eritrea. De vrouw was al zwanger toen ze het land verliet. Ik ken het gezin niet persoonlijk, maar ik ontmoet af en toe wel hun taalcoach. Het echtpaar spreekt alleen Tigrinya, de taal van hun geboortestreek. Ze leren moeizaam Nederlands, vertelde ze. Daardoor voelt het echtpaar zich geremd om contact te zoeken met andere straatbewoners, allemaal Nederlanders. Een paar maanden geleden kregen zij hun eerste kind. De taalcoach had een idee: we maken geboortekaartjes en stoppen die bij alle buren in de brievenbus en is er een leuke aanleiding om kennis te maken. Maar na het kaartje bleef het stil. Er werd niet aan de deur gebeld. Er kwamen geen cadeautjes. Er kwam zelfs geen felicitatiekaartje. Twee geboortes. Twee verhalen.

 

 

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

28 mei 2007

´Het eerste bezoek was een klucht. Niet zomaar banaal lachen en dijen kletsen. Nee, het was, hoe meer ik erover nadenk, de verfijnde onderbroekenlol van een oude professor die te midden van kunst en antiek plotseling tegen me zei: ´Laat uw broek maar even zakken.´´

´Het eerste bezoek was een klucht. Niet zomaar banaal lachen en dijen kletsen. Nee, het was, hoe meer ik erover nadenk, de verfijnde onderbroekenlol van een oude professor die te midden van kunst en antiek plotseling tegen me zei: ´Laat uw broek maar even zakken.´´

Wie had ooit gedacht dat deze aanlokkende openingsalinea door ons eigen Peter Brusse werd opgeschreven? Brusse, bij het grote publiek voornamelijk bekend als voormalig buitenlands correspondent voor de Volkskrant en het NOS Journaal in Londen maakt met het vlindernet zijn debuut als romanschrijver.

Lees meer