23 augustus 2016

Wat vooraf ging – Diane Broeckhoven

Tussen moeder en dochter

Recensie door Olivier Rieter

Wat voorafging van de Vlaamse Diane Broeckhoven is een indringende terugblik op de levens van de schrijfster en van haar moeder. Broeckhoven wier De buitenkant van Meneer Jules (Ein Tag mit Herrn Jules) veel verkocht werd in Duitsland, beschrijft haar moeizame relatie met haar moeder Berthe Moreels. Het is een relaas waarin Broeckhoven haar moeder niet spaart, zichzelf echter wel enigszins. Voor de balans was het misschien goed geweest als er meer zelfkritiek had doorgeklonken. Nu is het een vertelling over een moeder die haar in wezen goede dochter nooit echt gewaardeerd lijkt te hebben, een moeder die aan het slot van haar leven verbitterd is. Enige verbittering klinkt ook door in hetgeen haar dochter Diane Broeckhoven zelf vertelt aangaande het contact.

Liefde en afwijzing
Toch is dit boek geslaagd. Het boek is te plaatsen in de stroom aan familieboeken, waarin ‘gereminisceerd’ wordt. In tegenstelling tot veel van dergelijke boeken richt Broeckhoven geen kritiekloos monument op voor haar moeder. De beschrijving van de moeite die ze had om om te gaan met een aftakelende moeder, die deze aftakeling niet wilde erkennen, zal voor vele lezers met een achteruitgaande ouder of grootouder herkenbaar zijn. Van Broeckhoven schetst een beeld van het huwelijk van haar ouders, van haar eigen jeugd en van het heengaan van haar vader dat haar moeder ontredderd achterliet. Het is een boek met een universele thematiek.

In de meeste reminiscentieboeken is er in meer of mindere mate sprake van therapeutisch schrijven: het leven van een oudere dierbare wordt door een kind of door een beroepsschrijver beschreven, om aan het leven een betekenis te verschaffen, om aan te geven dat het allemaal de moeite waard is geweest. Broeckhoven kiest een andere benadering die schrijnt en die een beeld geeft van haar moeder dat misschien enigszins liefdevol is, maar vooral ook hard. Een gloedvolle beschrijving van haar moeders leven, een nostalgisch relaas over warme familieverbanden, is dit boek niet. De overleden moeder heeft geen weerwoord, wat de lezer een gevoel van onmacht meegeeft.

Therapeutisch
Voor Broeckhoven zal het hoe dan ook een therapeutische waarde hebben gehad om dit alles op te schrijven en voor de lezers levert dit een geslaagd literair product op dat hier en daar echter wel schoonheidsfoutjes kent. Zo maakt Broeckhoven veel gebruik van het uitroepteken, een leesteken dat geen stilistische ingetogenheid representeert. Hier en daar is het taalgebruik niet eigen met formuleringen als ‘tortelduiven’ (voor geliefden), ‘soldaat maken’, ‘spik en span’, ‘duiveltje uit een doosje’, ‘ter wille van de lieve vrede’ of ‘als ik gewoon deed, deed ik al gek genoeg’. Dergelijk taalgebruik had een alerte redacteur misschien kunnen schrappen.

Het is jammer dat Broeckhoven niet wat uitgebreider ingaat op haar periode als volgeling van de Bhagwan. Ze vertelt dat ze lid was van diens sekte en dat ze oranje kleren droeg (net als haar kinderen) maar niet veel meer. Het zou interessant zijn geweest om iemand aan het woord te zien die deze sekte van binnenuit gekend heeft, maar dat is duidelijk niet het oogmerk van de schrijfster in dit boek. Het zou boeiend zijn geweest om te vernemen hoe ze tot deze drastische keuze voor uitbundige spiritualiteit kwam en hoe ze er uiteindelijk (enigszins) op terugkwam. Kritiek op haar eigen keuzes in het leven lijkt Broeckhoven niet veel te hebben. Zo schrijft ze over haar omgang met haar moeder: ‘Ik heb de oorlog met mijn moeder overleefd door het principe van de onvoorwaardelijke liefde te beoefenen, als een boeddhist.’ (17) Dat is toch wel enigszins borstklopperij van de schrijfster.

Ook was het interessant geweest meer te vernemen over de pesterijen van de striptekenaar Pom (bekend van Piet Pienter en Bert Bibber), een buurman met wie de ouders van de schrijfster een moeizame relatie hadden en die blijkbaar fout was in de Tweede Wereldoorlog.

Het aloude schrijversadagium ‘show, don’t tell’ lijkt niet altijd aan Broeckhoven besteed te zijn. Ze vult met suggestieve passages iets te veel in. Zo schrijft ze over het lot van vrouwen als haar moeder: ‘Er zouden  uitsluitend lieve woorden tegen hen gefluisterd mogen worden door zachtmoedige verzorgers. De werkelijkheid ligt er mijlenver vandaan.’ (22) Die laatste toevoeging zou niet nodig moeten zijn als het relaas van de vertelster geslaagd is. Dit geldt ook voor de volgende passage: ‘De volgende dag, na mijn bezoek in de hallucinante wachtkamer vol vertwijfelde bejaarden, is het afscheid nog hartverscheurender.’ (28) Dit is een weergave van oprecht sentiment, maar het zou de lezer moeten zijn die wat er verhaald wordt al dan niet hartverscheurend vindt. De schrijfster zou het hem of haar niet hoeven te vertellen.

De volgende passage over de momenten na een bezoek aan de moeder van de schrijfster, is typerend voor het boek: ‘Vaak heb ik in het tramhokje gestaan met een brok in mijn keel en tranen achter mijn oogleden. Hoe ik me ook uitsloofde: ik kan gewoon niets goeds doen in de ogen van mijn moeder.’ Geen heel fris taalgebruik, maar Broeckhoven weet haar boodschap wel duidelijk over te brengen. En na afloop voelt de lezer niet alleen mededogen met de soms nare moeder, maar ook met de schrijfster.

 

Wat vooraf ging
Diane Broeckhoven
Verschenen bij: Uitgeverij Vrijdag
ISBN: 9789460014116
240 pagina's
Prijs: € 19,95

steun-ons

Vond u dit een boeiende recensie? Help ons dan om dergelijke hoogwaardige en interessante boekbesprekingen te blijven publiceren. Wij willen uw steun gebruiken om u bijvoorbeeld de mogelijkheid te bieden de gerecenseerde boeken direct via Literair Nederland te bestellen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *





 

Meer van Olivier Rieter:

24 november 2016

Subtiele stijl in verhalen over ontluistering

Over 'Het vogelalfabet' van S.J. Naudé
1 juni 2016

Curieuze verzameling

Over 'Vijf sterren voor de gaarkeuken' van Wessel te Gussinklo
12 april 2016

Voer voor discussie

Over 'Kaaskoppen' van Robert Vuijsje

Recent

9 december 2016

Romantiek en bikkelharde realiteit in prozagedichten

Over 'Daedalea - Een vertelling in gedichten en prozagedichten' van Tomas Lieske
8 december 2016

Een paradijs na de zondeval

Over 'De blauwe maanvis' van A.N. Ryst
8 december 2016

De lezer aan de ketting

7 december 2016

Als antwoord op verveling

Over 'Wij houden alleen van onszelf' van Marte Kaan
6 december 2016

Terug naar Gozo

Over 'Retour Calypso' van Matthijs Eijgelshoven

Verwant

23 augustus 2016

Oogst week 17