Toneel moet je niet lezen: De huisbewaarder van Harold Pinter

door Liliane Waanders

Waar ik The Caretaker van Harold Pinter voor het eerst zag, weet ik niet meer, maar het was eind 1980, ik was zeventien en we gingen er met een bus vol scholieren naar toe. De tekst hadden we klassikaal gelezen, we wisten dus waar het over ging. Althans: we zullen wel geweten hebben dat in het stuk twee broers te maken krijgen met een zwerver die zich ontpopt als intrigant.
Van de voorstelling kan ik mij niets herinneren. Ik heb geen idee of ik in staat was de tekst zelfs maar te kunnen volgen. De portee van Pinters drama in drie bedrijven doorgronden, deden de meesten van ons zeker niet.

Dat durf ik wel te stellen nu ik The Caretaker herlezen heb en De huisbewaarder gezien. Tijdens het herlezen valt me op hoe talig Pinter is. Dat hij zijn personages steeds weer woorden in de mond weet te leggen die hun handelingsonbekwaamheid onderstrepen. Ik lees nu pas wat ze precies zeggen en hoe vaak ze in herhalingen vervallen. Hoe weinig ze elkaar te vertellen hebben, terwijl ze elkaar voortdurend verwijten maken. Via de taal krijg ik toegang tot het onderhuidse. Zover reikte mijn Engels van toen zeker niet. En wat wist ik als zeventienjarige van het leven. Nog niet genoeg om Davies/Jenkins te doorzien en aan te voelen hoe het precies zit tussen de broers Aston en Mick.

‘Toneel moet je niet lezen. Toneel moet je zien.’ Toen ik nog in het oosten van het land woonde, sprak ik dat met klem tegen. Toneel lezen was vaak de enige mogelijkheid om kennis te nemen van een stuk. Dat toneel op papier een halffabricaat is en mijn verbeelding het niet zou halen bij een volledig aangeklede voorstelling nam ik voor lief. Ik gaf de voorkeur aan iets boven helemaal niets.
Dit keer lees ik The Caretaker in de wetenschap dat ik De huisbewaarder ga zien. Om straks zo blanco mogelijk te kunnen kijken, houd ik het lezen klein. Tijdens dit toegepaste lezen vraag ik me wel af wat er precies met Aston aan de hand is. Heeft hij echt in een inrichting gezeten of is hij Davies/Jenkins zo zat dat hij ook een verhaal opdist?

Het is tijd om naar de schouwburg te gaan. Vlak voor aanvang van de voorstelling vang ik de vraag op van een hoogzwangere vrouw die twee stoelen verderop zit. Ze wil weten waar de nooduitgang is voor het geval dat… Alsof zij daar neergezet is om mij in de stemming te brengen.

Na anderhalf uur is De huisbewaarder voorbij. Er wordt geklapt en gebogen. Ondertussen sluipen de personages uit de lichamen van de acteurs. Aston heeft zijn mutsje afgezet en is meteen geen slome duikelaar meer. Misschien is dat wat hij is. Geen patiënt en zeker geen gek. Gewoon een jongen die donders goed weet waar hij mee bezig is, maar daar wat tijd voor nodig heeft. Iemand die zich niet laat besodemieteren en ook niet met zich laat sollen. Iemand aan wie je misschien zelfs wel een huis kunt toevertrouwen.

De lichten zijn uit. De deur van de zaal gaat op slot. Wat rest is de tekst.

 


De huisbewaarder
van Harold Pinter van Toneelschuur Haarlem (regie: Paul Knieriem, met Jan-Paul Buijs, René van ’t Hof, Lowie van Oers) is nog tot en met 30 december te zien in verschillende schouwburgen.

(Bij de foto: scènebeeld uit ‘The Caretaker’ van The New Shakespeare Company die ik in 1980 zag.)

 


Liliane Waanders komt wel eens ergens, ontmoet wel eens iemand en leest wel eens wat. Als dat met literatuur te maken heeft, schrijft ze er columns over.

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 december 2007

Verhalenwedstrijd levert fraai uitgeven bundel op
Recensie door Karel Wasch

Uitgeverij De Vleermuis uit Roermond organiseert jaarlijks een tweetal wedstrijden (poëzie en verhalen). De wedstrijd voor verhalen leverde dit jaar het fraai uitgegeven boek Zenit op. Daarin 44 verhaaltjes (aantal woorden was beperkt) van uiteenlopende snit en kwaliteit. Aan de wedstrijd deden in totaal 187 mensen met een verhaalinzending mee.

Lees meer