12 februari 2017

Een toevalsboek

Door Marijn Sikken

Soms kom je een boek tegen waarvan je nog geen idee hebt dat het enorm veel met je gaat doen. Zo’n boek kies je niet per se zelf uit, je loopt er tegenaan, iemand geeft het je of je vindt het op een rommelmarkt waar je het koopt omdat er een ander boek ligt dat je erg graag wilt hebben en er een bordje hangt met ‘twee voor de prijs van een’.

In de winkel waar ik als tiener werkte kwamen meer sigaren dan boeken binnen en was het haalbaar alle binnengekomen titels te bekijken. Op een ochtend stuitte ik op Het monsterverbond, dat ik direct afrekende en in mijn tas stopte. Een middag later kwam een jonge vrouw het ophalen.

‘Ophalen?’
‘Jazeker,’ zei ze. ‘Ik heb het vorige week besteld.’

Gelukkig kon ze erom lachen toen bleek dat ik in mijn enthousiasme was vergeten te kijken of het boek gereserveerd was. In mijn lunchpauze fietste ik naar huis om haar exemplaar op te halen, voor mezelf bestelde ik het opnieuw. Vele jaren later staat Carolien Roodvoets boek over destructieve relaties nog steeds in mijn kast – De aantrekkingskracht van foute mannen – is de ondertitel.

Op Utrecht Centraal, wachtend op de man met wie ik een heleboel bier ga drinken, duik ik de gratis minibieb in om er weer uit te komen met The Color Purple van Alice Walker. Op de valreep van het jaar wordt dat een van mijn favoriete boeken.

Ik blader online het aanbod e-books door en kom een roman tegen met de titel: Het regende vogels. Alles klinkt mooier in het Frans, zo ook deze titel van de roman van Jocelyne Saucier, Il pleuvait des oiseaux, maar ik heb als dwarse puber Frans laten vallen zodra ik de kans kreeg en daar pluk ik nu geen vruchten van. De vertelling over de Canadese bosbranden van begin twintigste eeuw, over recht op zelfbeschikking, over ergens bij horen, is echt een aanrader.

Tijdens de volle twee weken waarin ik op andermans huis pas, trek ik uit lome nieuwsgierigheid een Graham Greene uit de kast en blijk Een opgebrand geval geniaal te vinden.

Door het trefwoord ‘katten’ in te toetsen op de zoekmachine, kom ik een autobiografische roman tegen van een Franse actrice die haar jeugdtrauma dankzij haar huisdieren weet te overleven. Onbegrijpelijk dat de Nederlandse titel Mensenkatten is en niet ‘Toevalskatten’, de term die Duperey zelf hanteert voor de bijzondere beesten die haar door het leven hebben geloodst. Oorspronkelijke titel: Les chats de hasard. Het boek eindigt met de conclusie dat Dupereys huidige katten geen toevalskatten zijn. En dat dat niet erg is, de poezen vermaken haar, maken haar aan het lachen, ze is dol op ze. Maar misschien ooit, mijmert ze, tref ik er weer een.

Zo is het met mij en de boeken. Ik lees er een heleboel, ze vermaken me, sommige maken me aan het lachen, veel ervan vind ik goed. Soms zit er een toevalsboek tussen. Ik ben benieuwd naar de volgende.

 

 

Recent

21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

20 maart 2017

De zee in Tilburg

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 maart 2007

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden. Niet bevroedend dat hij elke dag door een bewonderend oog werd vastgepind op de weg die hem van de kazerne naar het bureel voerde stapte soldaat Brû, die in het algemeen nergens aan dacht, maar als hij dat toch deed dan het liefst aan de slag bij Jena, stapte soldaat Brû voort met de onbevangenheid van een niet-bewuste. Met zijn niet bewust grijsblauwe ogen en zijn niet bewust elegant omwikkelde beenkappen droeg soldaat Brû heel naïef al het nodige met zich mee om in de smaak te vallen bij een jongejuffrouw die niet helemaal jong meer was en ook niet helemaal juffrouw. Het ontging hem.

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden.

Lees meer