4 juli 2016

Tien atleten om in de gaten te houden

Door Adri Altink

De NOS stort deze zomer een waterval van sporten over onze hoofden uit. De EK’s Voetbal en Atletiek, Wimbledon, Tour, Olympische Spelen. Ik mag er graag naar kijken, maar kan niet tegen de overdaad. Die benadrukt vooral de enorme leegte die er omheen hangt.

Het helpt ook niet dat ik een chauvinistische kijker ben. Nederlandse successen in de Tour en op Wimbledon zijn vaak meevallers. Om mee te kunnen leven moet ik me betrokken voelen. Die kans is, voor zover het mijn patriottische sentimenten betreft, op de Olympische Spelen groter dan op andere evenementen van deze zomer. Maar deze keer is er een andere reden die mijn aandacht naar Rio trekt: het Refugee Olympic Team (ROT).

Tienonbekende atleten  die uitkomen op de Olympische Spelen in Rio. Wat ze gemeen hebben is dat ze vluchteling zijn. Sterker nog: ze maken deel uit van één team dat louter uit vluchtelingen bestaat. Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) besloot tot de vorming van het ROT op verzoek van de UNHCR. Bij de presentatie zei IOC-voorzitter Thomas Bach daarover:

Dit zal een symbool van hoop zijn voor alle vluchtelingen in onze wereld en het zal iedereen meer bewust maken van de omvang van de crisis. Maar we willen er ook een signaal mee afgeven dat vluchtelingen net als wij mensen zijn en een verrijking voor de maatschappij’.

Mooie woorden. Maar ik hoor ze met enige reserve aan. De goede intenties van het IOC worden deze keer echter duidelijk onderstreept door de keuze van de atleten. Hoewel ze waarschijnlijk geen kans maken op podiumplaatsen, voldoen ze aan de Olympische kwalificatie-eisen. Serieus werk en geen etalagepoppen die geruisloos door de achterdeur verdwijnen als het applaus voor goede bedoelingen is binnengehaald.

Dit team zal tijdens de openingsceremonie de stoet deelnemende landen voorafgaan. Op 7 augustus komt het tijdens de openingsceremonie als eerste het stadion binnen, nog vóór het organiserende land Brazilië. Deze atleten hebben allen een eigen verhaal.

Zwemmer Rami Anis is 25 en gevlucht uit Aleppo, woont in België. Hij bleef trainen, maar dat voelde alsof hij zich kapot studeerde maar nooit examen mocht doen. Hij zwemt de 100 m vlinderslag.
Yich Pur Biel is 21, vluchtte in 2005 naar Kenia waar de verveling in het vluchtelingenkamp hem er toe bracht te gaan hardlopen. Zonder schoenen, want die had hij niet. Hij loopt de 800 m.
James Nyang Chiengjiek, ontkwam op 13-jarige leeftijd aan een ontvoering door rebellen in Zuid-Soedan, vluchtte eveneens naar Kenia. Daar ging hij, om wat te doen te hebben, lopen met oudere jongens. Nu is hij 28 en start in Rio op de 800 m.
Yonas Kinde, is 36 en loopt de marathon. Hij vluchtte uit Ethiopië naar Luxemburg. Zijn persoonlijke record staat op 2 uur en 17 minuten.
Angelina Lohalith ontvluchtte toen ze zes was Zuid-Soedan en heeft haar achtergebleven ouders sindsdien nooit meer gezien. Ze ontdekte in het vluchtelingenkamp in Kenia dat ze goed was in hardlopen. Ze is nu 21 en neemt deel op de 1.500 m.
De 23-jarige Rose Lokonyen weet pas ruim een jaar hoe goed ze kan hardlopen. Ze ontvluchtte Zuid-Soedan toen ze 10 was en zat tot voor kort in een vluchtelingenkamp in Kenia. Ze komt uit op de 800 m.
Paolo Lokoro is 24. Hij heeft in zijn land alleen maar oorlog gekend en ontkwam naar Kenia. Daar werd in het vluchtelingenkamp zijn looptalent ontdekt. Hij loopt de 1.500 meter.
De 28-jarige Yolande Makiba is 28. Ze is Congolese en woont in Brazilië sinds ze daar haar coach ontvluchtte die haar jarenlang had misbruikt. Ze judoot in de middengewichtklasse.
Yusra Mardini, 18 jaar, was in Syrië al een bekende zwemster voor ze vluchtte. Toen het rubberen bootje waarin ze van Turkije naar Lesbos overstak, dreigde te zinken, sprongen zij en haar zus overboord, om het gammele bootje met de andere vluchtelingen al zwemmend naar de kust van Lesbos te duwen. Ze woont nu in Duitsland. Ze komt uit op de 200 m vrije slag.
De Congolees Popole Misenga, 23, vroeg in Brazilië asiel aan nadat hij, net als Makiba, was ontkomen aan de coach die hem terroriseerde. Hij is judoka in het middengewicht.

Deze zomer zijn er naast de Nederlandse deelnemers, deze tien atleten die ik in de gaten houd. Ik weet iets van hun levens en hun ambities. Dat helpt. Meer nog dan chauvinisme.

 

 

Recent

27 maart 2017

Pulp of kunst

21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

Literair Nederland - 10 jaar geleden

02 april 2007

In Ik woonde in een grot wordt het leven een bedoeïenen gemeenschap in het Midden-Oosten op een zeer eigen wijze wordt belicht.

In Ik woonde in een grot wordt het leven een bedoeïenen gemeenschap in het Midden-Oosten op een zeer eigen wijze wordt belicht.

Een westerse vrouw, met Nederlandse wortels, wordt opgenomen in een subgemeenschap in het Islamitische Jordanië. Een verhaal dat een deel van het Midden-Oosten belicht op een manier die zeer welkom is in Nederland op dit moment. Niets van het nu heersende beeld van onderdrukte vrouwen in het Midden-Oosten. Maar een avontuurlijk levensverhaal over een vrouw die, door zichzelf te zijn en te blijven, met haar eigen karakter wordt opgenomen in de gemeenschap en daar een belangrijke rol speelt in de gezondheidsvoorziening.

Lees meer