4 mei 2012

Theo Olof als waardige Heer van stand

door Ingrid van der Graaf 

Deze week werd op de honderdste geboortedag van Marten Toonder in het DeLaMar theater in Amsterdam, in de traditie van Heer Bommel zelf, Theo Olof als de enige echte Heer van Stand gekozen door een jury die bestond uit de biograaf van Toonder, Wim Hazeu, de voorzitter van het Nederlands Instituut voor het Beeldverhaal en Boekillustratie Andre Testa en uitgever van De Bezige Bij Robbert Ammerlaan.

De violist en schrijver Theo Olof viel de eer te beurt verkozen te worden tot Heer van Stand. De bekendmaking vond plaats op 2 mei in het DeLaMar Theater, voorafgaand aan de matineevoorstelling van de Bommelmusical De Nieuwe IJstijd. Hij werd door de jury geroemt als ‘een man die goede smaak, goede manieren en goede daden in zich verenigt, de enige echte Heer van Stand van Nederland.’

Met de verkiezing van Heer van Stand wil de jury de schijnwerpers richten op hen ‘die geestelijke bagage paren aan creativiteit, charisma aan bescheidenheid, goede manieren aan een zucht naar eenvoud’. Deze mensen die in het moderne mediatumult gemakkelijk ten onder gaan willen zij hiermee op de voorgrond plaatsen.

Op 2 mei 2012 was het precies honderd jaar geleden dat Marten Toonder, de geestelijk vader van Olivier B. Bommel en Tom Poes en vader van de Nederlandse strip, werd geboren. In dit jubileumjaar organiseerde De Bezige Bij, in samenwerking met NRC Handelsblad en het Letterkundig Museum, de verkiezing van de Heer van Stand. Op Heervanstand.nl kon het publiek vanaf eind februari geschikte heren voordragen en/of stemmen op reeds voorgedragen kandidaten.

De uiteindelijke shortlist bestond uit Job Cohen, Adriaan van Dis, Theo Olof, Pim Oosterheert, Ernst Daniël Smid en Hans Wiegel.

 

Recent

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer