18 september 2014

Teatro Olimpico – Kees 't Hart

Misverstand als stijlmotief

Recensie door Ingrid van der Graaf

Het heeft zo z’n charme, enthousiastelingen die op een uitnodiging ingaan waarvan ze de omvang niet bevatten. Die pas achteraf weten wat ze beter niet of juist wel hadden moeten doen. Vaak schieten ze er financieel bij in. Maar achteraf doen ze er graag, voor wie het horen wil, tot in detail verslag van hoe en waar het fout ging. Met als enige doel het groteske van hun bestaan weer te geven.

Na het lezen van de eerste zin in Teatro Olimpico, krijg je het gevoel met zo iemand van doen te hebben. Ruim twee jaar geleden, op 20 augustus, maakte ik na onze Rousseau voorstelling in het Theater aan het Spui in Den Haag kennis met Jim Staborowski. De toon dat er iets niet klopt, zit er al in. Alsook de toon van iemand die met genoegen oude koeien uit de sloot haalt om ze druipend van het slijk, voor het voetlicht te brengen.

De twee Haagse Rousseau adepten en theatermakers, Hein en Kees, hebben drie voorstellingen getiteld Rousseau opgevoerd. Met redelijk succes. Dan worden ze benaderd door een enthousiaste Italiaanse producent. Hij nodigt hen uit hun experimentele stuk op te voeren tijdens het jaarlijkse Rousseau festival in het oudste theater van Europa, Teatro Olimpico in Vicenza, Noord-Italië. Kees vindt de man een onbetrouwbaar type: (…) hij leek me iemand die uiteindelijk toch met allerlei vernederende opmerkingen zou komen aanzetten over de belichting en het speelplan van Rousseau. Maar als ze veertien dagen later door diezelfde man gebeld worden dat het voor elkaar is, dat ze zelfs twee voorstellingen mogen geven in het Teatro, gaan ze zonder bedenkingen over tot de realisatie daarvan.

Het begint met de titelverandering door de Italianen. Rousseau, wordt Il Morte di Rousseau. De eerste van vele ontgoochelingen. We waren woedend. Echt woedend. (…) Maar er was niets aan te doen. Waarna ze ervan uitgaan dat als ze verder geen concessies hoeven te doen, alles nog mogelijk is. Maar er is geen sprake van wel of geen concessies doen. Al snel blijkt dat hun voorkeuren niet echt van invloed zijn op de uitvoering. Toch gaan ze door. We gingen te luchtig om met de problemen. (…) Het Teatro Olimpico was een droom en die droom moest uit komen.

Teatro Olimpico is geschreven in de vorm van een subsidie-aanvraag. Een subsidieverzoek achteraf ingediend wel te verstaan, want de kosten zijn al gemaakt. In werkelijkheid kan dit niet maar in de wereld van Kees ’t Hart is alles mogelijk. Hij schrijft het zo vanzelfsprekend en overtuigend, dat je er bijna overheen leest. ’t Hart gebruikt graag (denk aan Engelvisjes & andere verhalen (2010)) fictie en non-fictie door elkaar. Zoeken naar de non-fictieve geloofwaardigheid van zijn verhalen is niet nodig. Want of ’t Hart (deels, of helemaal) ze zelf beleefd heeft, voegt niets toe aan de waarde van zijn verhaal.

Vanaf het moment dat ze uitgenodigd zijn om naar Italië te komen, hebben ze geen moment rust meer. Het stuk moet vertaald worden (gemaakte kosten schieten ze ‘wel even’ voor). Er moet een Italiaans sprekende acteur aangetrokken worden (daarover later meer). De vrachtwagen voor het decor moet gehuurd worden en zo meer. Maar bovenal plegen ze talloze telefoongesprekken in gebrekkig Engels met, vermoeden ze, gezaghebbende personen uit de Italiaanse theaterwereld. Er is nog geen contract getekend en ze zijn al tienduizend euro armer. De verwarrende communicatie leidt tot tenenkrommende, maar ook lachwekkende toestanden. De misvattingen bouwen zich in zo’n rap tempo op dat een fiasco onafwendbaar wordt. En hier voel je het plezier in het schrijven van ’t Hart. Het toewerken, door middel van allerlei toestanden, naar een onvermijdelijke mislukking. Eén van die toestanden ontstaat wanneer een Italiaanse acteur onaangemeld bij Kees op de stoep staat. Bernardo bleek een aardige en vrolijke jongeman, met als nadeel dat hij juist daarom bijzonder ongeschikt was voor de rol van Rousseau. (…) We stelden ons onze Rousseau altijd voor als een enigszins bleke, pafferige, weinig toegewijde, zelfs wat slappe figuur, die geen meningen had (…). Maar dat zegt hij niet tegen hem: Ik wilde hem niet voor het hoofd stoten. (…) Achteraf gezien denk ik dat we hem aan het lijntje hebben gehouden. (…) Vooral mijn opmerking dat we nog ‘iets van ons zouden laten horen’ zat me dwars.

In het eerste deel Den Haag wordt er royaal met personages en bijbehorende functies gestrooid alsof het handenvol pepernoten zijn. Het werkt verwarrend al die Italiaanse namen waarvan niet duidelijk is wat ze nu eigenlijk doen. En net wanneer je opgeeft om het bij te houden, richt de verteller zich bij opening van het tweede deel Vincenza, tot de lezer. Het is net alsof je interactief bij het verhaal betrokken wordt. Hein wees me erop dat in dit verslag veel namen voorkomen. Af en toe is onduidelijk wie wie is. Wij hadden er in het begin ook moeite mee. Daarom hieronder een lijstje van de namen tot nu toe, met daarachter hun functie of rol. Waarna een lijst van zo’n dertig namen plus functie volgt. Die je dan vervolgens niet leest omdat dan al begrepen is dat het in Teatro niet om die personages gaat maar om de ik-verteller. 

In het derde, deel De première wordt Il Morte di Rousseau opgevoerd. Het Italiaanse publiek smult ervan. Het is een groot succes. Voor Hein en Kees was het verworden tot je reinste volkstheater. En dat was nu net waar ze absoluut niet voor stonden. Er was niets van terecht gekomen, we hadden alles op z’n beloop gelaten, we hadden gefaald. (…) Niemand anders dan wij waren verantwoordelijk. Wat moesten we doen? De uitvoering van morgen afblazen? (…) Ik liet mijn tranen de vrije loop terwijl de toejuichingen op ons neerdaalden. Terug in Nederland ontvangen ze een rekening van tienduizend euro van  het Teatro voor gemaakte personeelskosten. Zelf hebben ze er dan al bijna twintig duizend euro in gestoken. Maar zoals de ik-verteller laat weten: De voorstelling móést er komen. (…) Ik hoop dat u daar begrip voor hebt. We konden niet meer terug.

Teatro Olimpico is een meesterlijke proeve van vertelkunst en manipulatie van de lezer.
’t Hart heeft zich zichtbaar uitgeleefd in het in scène zetten van- en aansturen op misverstanden. Vanaf de eerste bladzijden proef je al dat het hem er om te doen is deze onderneming van de twee Haagse Rousseau liefhebbers in een fiasco te laten eindigen. Hij is daar zeer wel in geslaagd.

 

 

 

Teatro Olimpico
Kees 't Hart
Verschenen bij: Uitgeverij Querido
ISBN: 9789021455990
196 pagina's
Prijs: € 19,99

Meer van Ingrid van der Graaf:

23 maart 2017

Erotiek en censuur in De Parelduiker

Over 'De parelduiker 2017/1 - Verboden' van Eindredactie: Hein Aalders
14 februari 2017

Meevaren op de ingevingen en surrealistische beelden van Lehmann

Over 'Misbaksels, Nagelaten verhalen en tekeningen' van Louis Th. Lehmann
22 november 2016

Ongelooflijk sterk verhaal

Over 'Noodweer' van Marijke Schermer

Recent

27 maart 2017

Pulp of kunst

Over 'Keerzijde' van Dulce Maria Cardoso
23 maart 2017

Mooie ontledingen van Alberts werk die aansluiten op zijn levensverhaal

Over 'Leven op de rand. Biografie A. Alberts' van Graa Boomsma
22 maart 2017

Klank en ritme geven sturing aan de gedichten

Over 'Haar vliegstro' van Peggy Verzett
21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

Over 'De terranauten' van T. Coraghessan Boyle
20 maart 2017

De zee in Tilburg

Over 'Goudvissen en beton' van Maartje Wortel

Verwant

18 september 2014

Hernieuwde belangstelling voor Hitchcock

Over 'Hotel Vertigo' van Kees 't Hart