11 juni 2015

Ter Braak & Du Perron in Salon Saffier

Agenda / vrijdag 19 juni / 20.15 uur / Utrecht

Dit jaar is het 75 jaar geleden dat Menno ter Braak en Eddy du Perron op 14 mei 1940 overleden. Ter Braak maakte op de dag van de capitulatie van Nederland een eind aan zijn leven, Du Perron overleed aan een hartaanval.

Menno ter Braak en Eddy du Perron staan te boek als schrijvers en critici die een stempel drukten op de Nederlandse cultuurgeschiedenis van de jaren dertig. Zij trokken ten strijde tegen allerlei opvattingen in het toenmalige literaire en politieke leven. Hun samenwerking bereikte een hoogtepunt ten tijde van het tijdschrift Forum, het tijdschrift dat eigenzinnige standpunten uitdroeg, waaronder m.n.: de persoonlijkheid van de schrijver is belangrijker dan de vormgeving. De roemruchte literaire ‘vorm-vent discussie’ was geboren. Ook in hun waardering voor Multatuli vonden ze elkaar. In de tien jaar van hun vriendschap (1930-1940) wisselden Menno ter Braak en Eddy du Perron meer dan twaalfhonderd brieven met elkaar uit.

In Salon Saffier schetsen hun biografen Léon Hanssen en Kees Snoek een portret van deze geestverwanten in het Interbellum. Na de pauze spreekt literatuurcriticus Arjan Peters met hen onder andere over de literaire, kunstzinnige en maatschappelijke betekenis van de schrijvers – toen en nu.

Locatie: Wijde Doelen 8A, Utrecht
Toegang: € 17,00
In verband met beperkte ruimte: reserveer voor deze voorstelling

Recent

21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

20 maart 2017

De zee in Tilburg

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 maart 2007

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden. Niet bevroedend dat hij elke dag door een bewonderend oog werd vastgepind op de weg die hem van de kazerne naar het bureel voerde stapte soldaat Brû, die in het algemeen nergens aan dacht, maar als hij dat toch deed dan het liefst aan de slag bij Jena, stapte soldaat Brû voort met de onbevangenheid van een niet-bewuste. Met zijn niet bewust grijsblauwe ogen en zijn niet bewust elegant omwikkelde beenkappen droeg soldaat Brû heel naïef al het nodige met zich mee om in de smaak te vallen bij een jongejuffrouw die niet helemaal jong meer was en ook niet helemaal juffrouw. Het ontging hem.

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden.

Lees meer