5 november 2009

Tegen Sainte-Beuve

Tegen Sainte-Beuve, Marcel Proust

De mooie dingen zitten in ons

In het nawoord schrijft het vertalerscollectief Marjan Hof dat men er in het algemeen van uitging dat Proust na zijn debuut in 1986 tot aan 1910, waarin hij begon aan ‘Op zoek naar de verloren tijd’ het leven leidde van een mondaine flierefluiter. In die jaren, waarin eerst zijn vader en later ook zijn moeder stierf, was hij echter druk bezig zijn eigen literatuuropvatting te formuleren en aan de hand van teksten te illustreren. Dat deed hij in kritische beschouwingen over de, in die tijd zeer gerespecteerde, criticus Sainte-Beuve, die een biografische benadering voorstond waarbij hij zich richtte op de persoon van de schrijver, zijn maatschappelijke positie, zijn levenswijze en getuigenissen van vrienden.

Proust daarentegen is van mening dat literatuur niets te maken heeft met het maatschappelijke ik maar alles met het diepe ik, dat zich onttrekt aan de controle van het verstand en dat zich toont als de schrijver afdaalt in zichzelf. Daar wonen associaties, zintuiglijke indrukken en lichamelijke herinneringen. Een beschuitje gedoopt in thee kan een hele wereld uit de jeugd doen opengaan.

In ‘Relaas van een ochtend’ zoals de ondertitel van dit boek luidt, verhaalt Proust over een ziekelijke jongeman die aan het eind van de nacht naar bed gaat, in het donker ligt te wachten op het moment dat zijn moeder hem zijn post zal komen brengen en welterusten wensen. Hij heeft met haar een innige verhouding en wil haar uitleggen waarom Sainte-Beuve het bij het verkeerde eind heeft.

Het boek ‘Tegen Sainte-Beuve’, waarin essays, verhalen en romanfragmenten zijn opgenomen, werd een uit zijn krachten gegroeid project en vormde een springplank voor ‘Op zoek naar de verloren tijd’. De selectie van deze vroege schetsen moet een hele uitzoekerij geweest zijn, want Proust schreef de theoretische stukken op foliovellen en de verhalen in cahiers, maar niet chronologisch: soms werkte hij in verschillende cahiers tegelijk, en het was zijn gewoonte om op de rechterpagina’s te schrijven en het schrift ook op zijn kop en achterstevoren te gebruiken.

Hoewel het thema over het maatschappelijke en het diepe ik zeer boeiend is, dwaalden mijn gedachten wel eens af en gingen de bedwelmende teksten met vele herhalingen en onderbrekingen langs me heen. Wat dat betreft zijn de teksten van Proust soms net zo ontoegankelijk als de schriften, waarin hij ze noteerde. Maar de uitgave is prachtig en de ideeën inspirerend.

‘De mooie dingen, die we zullen schrijven als we talent hebben, zitten in ons, diffuus als de herinnering aan een wijsje dat ons betovert zonder dat we het kunnen reconstrueren, kunnen neuriën of er ook maar een kwantitatieve kenschets van te kunnen geven, kunnen zeggen of er rusten zijn of reeksen snelle noten.’

Proust veroordeelt alle aandacht voor de persoon van de schrijver, iets wat nog steeds actueel is, en zet aan tot een diepere, zintuiglijker manier van schrijven.

Deze bespreking verscheen eerder op www.boox.nl

Recent

11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

7 augustus 2017

Een kanjer

4 augustus 2017

Wondranden

31 juli 2017

Het gitzwarte leven

Literair Nederland - 10 jaar geleden

27 augustus 2007

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Dat klinkt toch goed nietwaar? Helaas, we worden wel meegenomen maar niet naar het bovengenoemde. Natuurlijk komen deze gebieden wel voor in het boek maar het frappante is dat ik heel veel over het reizen zelf heb gelezen maar weinig over het land.

Lees meer