4 november 2014

Tango en bevlogen literatuurliefhebbers

Het leven van een weblog recensent

Literair Nederland was erbij

Het was de warmste dag van November sinds 1848, bleek later. Zaterdag 1 november en de stad was vergeven van de toeristen. Op straathoeken en trottoirs, waar maar een tafeltje kon staan of alleen wat stoelen, zat men te genieten van koffie, lunches, borrels en elkaar. Het leek wel lente, zo bruiste de liefde voor alles en iedereen daar door de straten van Amsterdam.

Er was een recensentenborrel bij Antiquariaat Egidius aan de Haarlemmerstraat. Ik was er ruim van te voren. Had eerst met oudste Zoon afgesproken samen de stad te doorkruisen. Tenminste, daar kwam het op neer. We liepen onafgebroken en spraken over wat ons zo bezig houdt in het leven. Eerst naar – , en toen door Oud-West. Later rustten we uit op een trapje aan de Brouwersgracht. We dronken wat en hij at een haring uit een servetje. Veel publiek liep er over de Brouwersgracht. Ook Connie Palmen, met een boodschappentas. Ze werd in de drukte door niemand herkend. Maar Zoon zag haar. Ik had het nakijken, hoe ze richting Prinsengracht ging. Aan haar rug te zien, was ik er vrij zeker van dat zij het was. Zoon ging, na een week vakantie, weer terug naar Londen. Hij liep de Brouwersgracht af en ik stak de Herenmarkt door naar de Haarlemmerstraat. Daar zat een man op éénhoog in kleermakerszit in een open raam die het passerende publiek dingen toeriep waar je van opkeek. ‘Hé, schoonheid!’ Of, ‘Dag lieverd.’ Soms alleen maar: ‘Héééé…! Of Buhhh! Ook dan werd er omhoog gekeken. En wanneer je keek, zag je de man zacht heen en weer wiegen. Een wankel evenwicht dat zich steeds ten goede herstelde.

Bij het Antiquariaat werd met behulp van eigenaar Jan Fictoor een tafel klaargemaakt. Vlak bij de ingang waardoor ik even dacht dat het winkelend publiek misschien zou denken dat er een besloten feestje gaande zou zijn. Maar zo ging dat niet. We zetten er  flessen wijn en bier op en allerlei hapjes. Er zou muziek komen (geregeld door Jan). Het publiek, veelal toeristen voelden zich vrij om binnen te komen. Sommigen dronken een wijntje mee. In Amsterdam kan alles, zullen ze gedacht hebben. En dat is ook zo. De winkel bleef open tot ver na sluitingstijd. Een verrassende onderbreking in de verder gesloten en donkere Haarlemmerstraat.

En de recensenten van LiterairNederland? Die vermaakten zich voortreffelijk. Er werd gedronken en gelachen en recensies doorgesproken. Boektitels en auteursnamen vlogen over en weer. Er werden boeken genoemd die toch echt gelezen moesten worden (zoals Zonsopgangen boven zee van Jeroen Brouwers). Er werden tips gegeven over wat te doen als je vastloopt bij een recensie schrijven. Of als je het boek niets vindt. En dat je er boven moet staan als recensent, werd er geleermeesterd. Het leven van een weblogrecensent speelt zich in stilte af. Onzichtbaar voor elkaar en de lezers, vonden ze elkaar in een zeer inspirerende ambiance. Enkelen hadden elkaar direct herkend als recensent. Een enkeling vergiste zich en sprak een klant aan. Andersom gebeurde dat een klant een recensent aansprak. ‘Hello, I’m from Manhatten. I wonder if you could help me …. Antiquriaat Egidius verkoopt veel (originele) prenten en oude stadsplattegronden. Een mooie collectie. Uit de lange wand (rechts op de foto) zochten de recensenten drie boeken naar keuze terwijl een violist, een cellist en een accordeonist muziek van Astor Piazzolla speelden. De wijn werd nog eens bijgeschonken. Verlangens en bewondering werden gedeeld. Waarna de recensenten van LiterairNederland, voor even gelouterd en bemoedigd, weer op huis aangingen. Klaar om de volgende recensie onder handen te nemen.

I. v/d Graaf

 

Recent

21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

20 maart 2017

De zee in Tilburg

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 maart 2007

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden. Niet bevroedend dat hij elke dag door een bewonderend oog werd vastgepind op de weg die hem van de kazerne naar het bureel voerde stapte soldaat Brû, die in het algemeen nergens aan dacht, maar als hij dat toch deed dan het liefst aan de slag bij Jena, stapte soldaat Brû voort met de onbevangenheid van een niet-bewuste. Met zijn niet bewust grijsblauwe ogen en zijn niet bewust elegant omwikkelde beenkappen droeg soldaat Brû heel naïef al het nodige met zich mee om in de smaak te vallen bij een jongejuffrouw die niet helemaal jong meer was en ook niet helemaal juffrouw. Het ontging hem.

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden.

Lees meer