Huize Oeverhorst is ‘een krap draaiende privé-inrichting met een wachtlijst’ voor tijdelijk gestoorden, geleid door de boezemvrienden Wibold en Olaf.
Lees verder >
Elly de Waard plaatst alle gedichten van Chr. J. van Geel, die eerder posthuum verschenen zijn, op haar website. Op het speciaal daarvoor geopende deel over leven en werk van kunstenaar en dichter Chr. J. van Geel.
Geplaatst onder de titel Uit de nalatenschap is een nieuw hoofdstuk geopend over het werk van Chr. J.
Lees verder >
Dit laatste, zevende deel omvat de jaren 1995 - 1999. Het bevat de bundels Luisteraars! en Achteraf die allebei een grote hoeveelheid onderhoudende, zeer levendig geschreven columns bevatten.
Lees verder >
Lees verder >
Hanny Michaelis (1922-2007) debuteerde in 1949 met Klein voorspel.
Lees verder >
Marsha Keja is verbonden aan het Letterkundig Museum en publiceert regelmatig over literair-historische onderwerpen. Volgend jaar zal zij in samenwerking met Jabik Veenbaas, de correspondentie van Chr. J. van Geel bezorgen. Waarvan in deze Tirade vast een voorproeve, geïllustreerd met enkel typoscripten van de correspondenten.
Lees verder >
Tirade werd opgericht in 1957 - twee jaar later (1959) scheidt Reve officieel van zijn vrouw Hanny Michaelis en wordt hij redacteur van het tijdschrift Tirade. Reve publiceerde daarin zijn allereerste verhalen, brieven en andere teksten.
Lees verder >
Rencensie door: Ingrid van der Graaf
Bij het persklaar maken van het hieronder te bespreken meinummer van Tirade, kon de redactie niet bevroeden dat het thema In memoriam op de realiteit vooruit liep. Enkele weken later veroordeelde Halbe Zijlstra - zonder slag of stoot - de twaalf meest vooraanstaande literaire tijdschriften in Nederland tot de bedelstaf. Het Letterenfonds kreeg opdracht geen subsidie meer aan deze tijdschriften te verstrekken.
Volgens Zijlstra worden literaire tijdschriften niet gelezen, dus weg ermee. Een onbezonnen actie die verregaande gevolgen zal hebben voor de literaire ontwikkelingen in Nederland. Met het opdoeken van de tijdschriften zullen ook de redacties verdwijnen. Waarmee het belang van het redactionele advies van een gerenommeerd tijdschrift aan debuterende auteurs, schromelijk onderschat wordt. Zijlstra smoort het toekomstige Nederlandse literaire erfgoed, zonder scrupule, de mond. Een In memoriam is dan zeer toepasselijk, zei het fictief, het biedt troost en geestelijke verrijking aan de literatuurliefhebber in deze moeilijke tijden. En hoop gloort daarna.
Vijfendertig maal een In memoriam van even zovele schrijvers. Wie heeft nooit een moment gekend dat je eraan dacht hoe je gememoreerd wenst te worden: 'Van haar voortdurende verbazing werden wij geregeld doodmoe' (Sasja Janssen), 'Hij heeft (...) ongeveer 30 kilometer geschreven (...) (Leo Vroman) of: '(...) zijn onvermogen binnen de lijntjes te kleuren.'((Detlev van Heest). De werkelijke memorabele feiten, na de dood uitgesproken zal niemand ooit notitie van nemen. Tirade nr. 438. bood auteurs de kans een I.M. over zichzelf schrijven. De ultieme gelegenheid om jezelf eindelijk eens te prijzen waar de kritiek dat nagelaten heeft, of ongestraft te citeren uit eigen werk. Maar ook de donkere kanten treden onverbloemd op de voorgrond, nu er toch niets meer te verrekenen is kan alles gezegd.
Schrijven over eenzelfde thema door een groot aantal auteurs brengt het risico met zich mee dat het resultaat wat al te eensluidend kan uitvallen, maar daar is hier geen sprake van. Wel kan men - na lezing van pakweg tien bijdragen - spreken van enige I.M verzadiging. Leg het tijdschrift dan even terzijde om het later nog eens door te bladeren - daar nodigt een literair tijdschrift immers toe uit - blader er doorheen, sla een paar I.M.s over voor een later moment en lees nog eens wat terug. Het is genieten om te zien hoe de auteurs met het thema gestoeid hebben. Een enkeling pakte zijn leven samen in een grafsteentekst zoals David Van Reybrouck 'Hij deed nooit iets in opdracht.'
In Omheen het gat van Atte Jongstra, spreekt de schrijver de hoop uit dat zijn vrouw gunstig over hem wil denken na zijn dood. Tussendoor vermeldt hij: '(...) al schijnt ook zij het leven te hebben losgelaten, zie elders in dit blad (...)'.
Haar Onvoorzien In Memoriam van Ingrid Hoogervorst, heeft hij kennelijk niet meer kunnen lezen. Hoogervorst is getuige van een gesprek tussen twee stamgaten in een café die haar op haar eigen I.M. verrassen. Waarna zij onopgemerkt het café verlaat en huiswaarts gaat. Zij is niet overleden, zelfs niet fictief.
Marion Bloem, I.M. en Jan van Mersbergen (zonder titel) memoreren zichzelf enigszins ongemakkelijk. Wie wil er nu over zijn eigen dood schrijven wanneer je ouders nog leven? Jan van Mersbergen belt er zijn moeder maar eens over die terstond een opsomming geeft van herinneringen aan Van Mersbergen en zijn tweelingbroer. Toen ze nog baby waren en zo identiek, dat zijn moeder hem alleen wist te onderscheiden door een paar vlekjes bovenop zijn voet. Over memorabele feiten na zijn dood wordt handig gezwegen. Of het moest zijn dat zijn moeder hem herinneren zal als een van de tweeling die zich altijd zal willen onderscheiden van zijn broer door: '(...) dat schrijven van jou (..)'
Marion Bloem is bang dat niemand haar ooit, zelfs na haar dood niet, echt gekend zal hebben. Dat je gekend wordt aan de oppervlakte en in uiterlijkheden maar de gelaagdheid in haar wezen, evenals als die in haar boeken - onopgemerkt zal blijven. Een ongerede angst lijkt me, maar wel een die voorbehouden is aan de schrijfster en zeer herkenbaar.
Interessant is te vernemen hoe de schrijvers aan hun einde zijn gekomen.
Anton Korteweg (1914-2011) stierf in zijn slaap en Theo Kars (1940-2040) vond de dood ‘door eigen hand’. Heel toepasselijk voor: “‘Wie steeds zijn eigen leven heeft geleid, zal ook op het eind daarvan de teugels niet uit handen willen geven, (...),’ aldus Kars in zijn memoires.” , wordt vermeld in zijn I.M..
Minke Douwesz (1962 - 2010) kwam bij een verkeersongeluk om het leven. Zij, die twee poezen en evenzoveel romans naliet schreef een scherpe analyse van haar leven en werk als auteur. Haar romans Strikt en Weg ontstonden vanuit een streven: ‘(...) woorden vinden voor de complexe processen die zich in en tussen individuen afspelen.’ Wie haar werk kent kan beamen dat zij daarin geslaagd is.
De bijdrage van Maarten Biesheuvel is grandioos. Het schrijven schijnbaar voorbij tekende hij (met ballpoint) zichzelf in memorabele staat op papier: Eva, zijn vrouw gezeten in een (imaginaire) stoel aan het voeteneinde van een kaal bed waarop in naakte, erectionele staat de schrijver, de hand reikend naar zijn mannelijkheid, kreunend zijn laatste adem uitblaast. Met daaronder de tekst: ‘Biesheuvel had een afschuwelijk leven maar gelukkig had hij Eva als vrouw.’
Verder een In memoriam van onder andere: Tomas Lieske, Piet Gerbrandy, Barber van de Pol, Ton Rozeman, Tsjead Bruinja, Arnon Grunberg, Willem Jardin, August Hans den Boef, Maarten Ascher en Miek Zwamborn.
Literatuur, in de diepte en de breedte, bij de hoogste en de laagste zin van het woord, zal nimmer verstommen wanneer we Arnon Grunbergs woorden ter harte nemen in zijn Voetnoot van 27 juni jl.. Grunberg ziet weinig heil in protestacties tegen de voorgenomen bezuinigingen. ’Het kabinet bezuinigt, er wordt geprotesteerd. Zo was het vroeger, zo is het nu. Zelden verandert er iets.’ Liever stort hij elk jaar duizend euro in een fonds voor literaire tijdschriften. “Als 199 personen en bedrijven hetzelfde doen, hebben we 2 ton.” En: “Als de kunsten u lief zijn: koop wat minder biologisch rundergehakt en wordt mecenas.” Laat de uitingsvorm van de kunsten niet langer afhankelijk zijn van de grillen van de overheid maar neem je eigen verantwoordelijkheid, lijkt Grunberg hiermee te willen zeggen.
En als vervolgens heel literatuurminnend Nederland een abonnement neemt op een literair tijdschrift dan zal het ware karakter van de literatuur zich doen gelden.
Tirade verschijnt vijf maal per jaar.
Abonnementen:
€ 12,50 losse nummers
€ 40,00 abonnement (vijf nummers)
€ 34,00 voor studenten en CJP-houders
Tirade nr. 438 nu ook te koop als e-Boek € 8,00
Bezoek ook de website van Tirade www.tirade.nu
In 1970 wordt Frida Vogels veertig jaar, een leeftijd die een rijpheid suggereert die ze in haar leven niet waargemaakt heeft. Ze trekt zich gedeprimeerd meer en meer terug in het schrijven van het dagboek, het enige houvast dat haar rest.
Lees verder >
Lees verder >
Lees verder >
Lees verder >
Lees verder >
‘Lees Koolhaas over Wampoei en je weet: zo denkt een snoek. Vissiger gedachten zijn ons niet bekend.
Lees verder >
Lees verder >
Verliefd worden is vrij eenvoudig; de liefde onderhouden kost veel tijd en energie; maar uit elkaar gaan is het moeilijkste wat er is. Dit motief is de leidraad van Weg, de langverwachte tweede roman van Minke Douwesz, die in 2003 succesvol debuteerde met haar roman Strikt. Weg verschijnt op 17 april.
Lees verder >
Na de bundels Eindaugustuswind en Op de hoge lijkt schrijver, dichter en essayist Willem Jan Otten in zijn nieuwe poëziebundel Welkom nog steeds niet te hebben gevonden wat hij zoekt. En dat hoeft ook niet, zo liet hij Vrij Nederland enkele jaren geleden weten, want: “Wie gevonden heeft, heeft slecht gezocht”.
Lees verder >
Lees verder >
Lees verder >
Zoals bekend raakte Kopland eind 2005 betrokken bij een auto ongeluk, waarvan hij gelukkig herstelde. Niettemin maakte deze gebeurtenis een diepe indruk op hem.
Lees verder >
Lees verder >
Nieuwsbrief
Facebook
Twitter
RSS
