Rein Swart

Portretten van gewone joodse lieden, uit het leven gegrepen Deze Jiddische verhalen komen voornamelijk uit de bundels ‘Treinverhalen’, waarin reizigers in de derde klasse hun levenservaringen uitwisselen en uit ‘Monologen’, waarin ? zoals duidelijk mag zijn ? één persoon het woord voert. De verhalen spelen zich af aan het begin van de vorige eeuw in het toenmalige Rusland, waar pogroms tegen de joden geen uitzondering waren. De schrijver wil het leven treffen en zoals hij zelf ironisch opmerkt: geen zoete romantiek schrijven zoals onze helden in Jiddische prachtromans doen. ‘Mijn muze is arm maar wel vrolijk,’ luidt zijn motto. In de verhalen figureren veel handelaren. In het openingsverhaal wacht een verstrooide en berooide makelaar op zijn trein en zet zich op een bank naast een hoogwaardigheidsbekleder met een bijpassend hoofddeksel. De makelaar valt in slaap en schrikt wakker als de trein op punt van vertrekken staat. Hij is zijn hoed kwijt en zet per abuis het bijzondere hoofddeksel op, waarna hij tot zijn verbazing door de conducteur en zijn medereizigers met veel egards wordt bejegend. Sommige verhalen ontroeren, zoals dat over joden die in het verre Rusland begaan zijn met de Franse Dreyfus; een ander verhaal is actueel, zoals dat over een dokter die niet naar een patiënt luistert en meteen een medicijn wil voorschrijven. De taal is verrijkt met joodse termen en uitdrukkingen zoals: ‘En van joods medelijden krijg je stroeve tanden, nebbisj.’ De sfeer wordt versterkt door de vertrouwelijke toon: ‘En in het winkeltje van mijn vrouw (mijn vrouw heeft namelijk een winkeltje)…’ of door zijdelingse opmerkingen zoals in: ‘Hij heeft zijn handen in zijn zakken en hij kijkt een beetje scheel. God in de hemel, denk ik, bezit dat een miljoen? Maar ja, probeer maar eens met God te redetwisten.’ Maar ook door regelmatige toevoegingen als ‘hij zei gezegend’ of ‘moge het boze oog niet over hem komen’. In veel verhalen komen steeds dezelfde stoplappen voor. ‘Ik ben echt zo klaar,’ zegt de eerdere genoemde patiënt steeds tegen de dokter en in een ander verhaal zegt een vrouw steeds: ‘U weet wat ze van vrouwen zeggen: ze kletsen je de oren van je kop.’ Of een man, die elke gedachtegang afsluit met: ‘Maar hoe kom ik daar nou op?’ Eerst is het allemaal heel vermakelijk, zoals het verhaal over een schrijver die gek wordt van het gezeur van een jongeman die het niet kan uitstaan dat zijn vrouw altijd heel vrolijk wordt van het bezoek van een jonge dokter. De jongeman blijft de schrijver maar aan zijn kop zeuren of hij nou wel of niet moet scheiden en als de schrijver ten slotte in woede ontsteekt en hem toeschreeuwt dat hij inderdaad maar moet gaan scheiden merkt hij dat hij nog meer van slag is dan de jongeman en dat de rollen min of meer zijn omgedraaid. Hier is het gebrek aan plot niet erg, maar gaandeweg gaat dat toch tegenstaan. Het wordt allemaal een beetje hetzelfde, met steeds weer kolderieke uitweidingen; te veel verhalen kennen geen einde zoals het relaas over een joodse man die in de trein onder het anti-semitische Bessarabische Nieuwsblad ligt te slapen en bij ontwaken twee dubbelgangers ontwaart, waarop ze samen een liedje inzetten. De lezer van tegenwoordig is te verwend om genoegen te nemen met zo’n kneuterige sfeer, maar de volkse portretten, die oude volksziel, vind je in dit boek als een antiekstuk nog terug. Mooi is het titelverhaal, dat meteen ook het langste is, over een vader die heel blij is met zijn zoon die op het gymnasium studeert en later dokter zal gaan worden, maar dat een heel andere wending neemt. Onvergetelijk is ook het verhaal over een vrouw die voedsel verkoopt in de trein en zich boos maakt over haar concurrent die ten slotte haar echtgenoot blijkt te zijn. Als ik er zo op terug kijk zie ik hoe sterk het beeldend vermogen is van de schrijver, die het pseudoniem Vrede zij u heeft aangenomen.

Portretten van gewone joodse lieden, uit het leven gegrepen

Deze Jiddische verhalen komen voornamelijk uit de bundels ‘Treinverhalen’, waarin reizigers in de derde klasse hun levenservaringen uitwisselen en uit ‘Monologen’, waarin ?

Lees meer

Over Engelse en Tasmaanse hartstocht

De Tasmaanse Flanagan noemt dit boek geen historische roman, maar hij liet zich wel ínspireren door bepaalde personen en gebeurtenissen uit het verleden, zoals Charles Dickens en een verdwenen pool-expeditie van John Franklin.

Lees meer

Feindbeoachtung zolang er nog één nazi leeft

Deze essays die eerder in 1982, 1983 en in 1988 in boekvorm verschenen, zijn gebundeld ter gelegenheid van de tachtigste verjaardag van de schrijver. De uitgeverij pakt groot uit met ook nog een nieuwe gedichtenbundel en het prozawerk Eindelijk.

Lees meer

Scherpe waarnemingen van een gedreven evolutiebioloog

Bij het aanschouwen van de nogal simplistische titel en het kinderlijke plaatje dacht ik eerder aan een populaire verhandeling over vingers dan aan een doorwrocht wetenschappelijk boek met veel aandacht voor onderzoek en verluchtigd met diagrammen en grafieken en met een uitgebreid notenapparaat.

Lees meer

De woorden leven en hoe!

Over sommige boeken zou ik helemaal niets willen zeggen om er niets over te verklappen, maar er alleen op wijzen of er desnoods iets over te zingen, net zoals in dit boek de potige vader Jay en later ook de moeder Laura doen voor hun zoon op een gestikte deken in de achtertuin.

Lees meer

Dunne grenzen tussen socialisme en nationaal-socialisme

Volgens de achterflap hebben we te maken een doctoraalscriptie, die de Scriptieprijs van de Stichting Lezen 2007 heeft gewonnen. Dat maakt meteen al nieuwsgierig, want zoveel scripties krijgt de gemiddelde lezer niet onder ogen.

Lees meer

‘Een mens houdt van definities.’

‘Een mens houdt van definities.’

De proloog belooft wat: de cursusleidster, tevens de schrijfster van dit boek, rijdt op een winderige avond naar de Verlengde Hooggravenseweg.

Lees meer

Op naar de anarchistische vrijstaat

Het derde deel van het Verzameld Werk van Louis Paul Boon ? dat 24 delen zal tellen ? handelt geheel over de roman Vergeten straat die kort na de oorlog werd gepubliceerd.

Lees meer

Historia magister vitae

Reizen kun je op vele manieren. Het is heel aangenaam om je te laten meevoeren aan de hand van iemand die veel te vertellen heeft. Johan de Boose treedt in de voetsporen van de meester Kapuscinski.

Lees meer

Vive de Viva

Stel je voor, een ballerina, vederlicht, met nauwelijks contact met de aarde, geneigd om op te stijgen, dus daarom met de behoefte om gezien te worden, maar vooral aangeraakt. De hulpkreten See me, feel me, touch me, heal me uit Tommy van de Who, waar de vier delen van dit boek naar zijn vernoemd, passen daar prima bij.

Lees meer

Een frisse wind in schrijversland

Vierendertig stukjes over een schrijfcursus die Nicolien Mizee aan de Volksuniversiteit in Haarlem gaf en die eerder al in het NRC Handelsblad stonden, zijn nu gebundeld in een echt schrijfcahier en dat leest prettiger dan op krantenpapier.

Lees meer

Hier is het geen voorwinter

Door Rein Swart

De titel doet denken aan het duistere tijdperk van de hindoeïstische demon Kali, waarin de mens alleen fysiek bestaat en niet geestelijk. Hoewel Handke daar niet expliciet naar verwijst, speelt het verhaal zich af in een vergelijkbare wereld, waarin de mens zelf tot een probleem geworden is.

Lees meer

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 december 2007

Verhalenwedstrijd levert fraai uitgeven bundel op
Recensie door Karel Wasch

Uitgeverij De Vleermuis uit Roermond organiseert jaarlijks een tweetal wedstrijden (poëzie en verhalen). De wedstrijd voor verhalen leverde dit jaar het fraai uitgegeven boek Zenit op. Daarin 44 verhaaltjes (aantal woorden was beperkt) van uiteenlopende snit en kwaliteit. Aan de wedstrijd deden in totaal 187 mensen met een verhaalinzending mee.

Lees meer