14 september 2017

Stilte

Door Els van Swol

Moge het altijd stil in ons zijn
het diepste contact met ons zelf
vindt in stilte plaats

Ver van pijn en geweld
waar vrede heerst
liefde, wijsheid, stilte

Deze laatste twee strofes van het gedicht ‘Stilte’ dat Simon Vinkenoog schreef als Dichter des Vaderlands ad interim, droeg hij op 4 mei 2004 voor de KRO-microfoon voor. Hij had in die tijd, samen met Edith Ringnalda, een tuinhuis genaamd Eden op Buitenzorg in Vogeldorp (Amsterdam). Vogeldorp is vanaf 1997 een monument en Buitenzorg bestaat dit jaar honderd jaar. Volgens iemand die wel eens op dit terrein is geweest, waart Vinkenoogs geest er nog steeds rond. Ik moet er geregeld aan denken als ik één keer in de week aan de overkant van de straat meedoe aan een meditatie voor de vrede. Maar dat niet alleen, ook aan een uitspraak van Leo van der Lek, mijn oud-hoboleraar en destijds althoboïst van het (toen nog niet Koninklijk) Concertgebouworkest.

Hij zei eens dat stilte de mooiste muziek is. Ik dacht dat ik hem snapte. Tot het moment dat ik in de prachtige fotofilm Ascent van Fiona Tan, die ik een uurtje na een meditatie zag. Na enkele stills van oorlogsgeweld valt opeens een oorverdovende stilte. Zo moet het geweest zijn nadat de bommen op Hiroshima en Nagasaki waren gevallen. Tot het moment dat in Caribisch gebied de ene orkaan de andere opvolgde, en je met recht kunt spreken van ‘stilte voor de storm.’ Tijdens een meditatie is het nooit zo stil als na de bommen of voor een storm; je registreert het geluid van een kraan die open wordt gedraaid, van een rolluik dat wordt opgehaald en van een auto die start. Aangename, vertrouwde geluiden die je met beide benen op de grond houden.
Geluiden die doen denken aan wat de meditatief aangelegde Amerikaanse componist John Cage a silent piece noemde: 4’33”. Een musicus zit op straat achter een piano zonder ook maar een toets aan te raken. Je hoort geen muziek, maar verkeersgeluiden, gekuch, voetgeschuifel van de toehoorders.

Ik snap inmiddels Van der Lek wat minder en Cage wat meer. En ben David Van Reybrouck en Thomas d’Ansembourg dankbaar voor hun boekje Vrede kun je leren. Alle criticasters ten spijt die al dat mediteren voor vrede maar naïef vinden, omdat er geen aandacht zou zijn voor ‘complexe politiek-maatschappelijke en economisch-culturele structuren.’ Het is niet gemakkelijk, stilzitten. Dat heb ik ondertussen wel geleerd. Het maakt je bewust hoe geweld ook in jezelf zit én wat je daaraan kan doen. Een klein begin, maar toch.
Misschien is het wel gewoon zo: dat vredesactivisme en meditatie twee kanten van dezelfde medaille zijn. Zoals geluid en stilte niet zonder elkaar kunnen om te worden ervaren.

 

 

Recent

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

14 september 2017

Daar waar granaten fluiten

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer