16 mei 2012

Staande receptie. Literatuur, kritiek en literatuurwetenschap – Jos Joosten

Gesignaleerd

Vorige maand verscheen bij uitgeverij Vantilt het boek Staande receptie met als ondertitel Literatuur, kritiek en literatuurwetenschap.

‘Vanaf het moment dat het eerste kritische oordeel over een boek werd gepubliceerd, waren er betrokkenen boos of blij. En derden wisten zeker dat het helemaal anders moest. Schrijvers, lezers, uitgevers, collegacritici en ook literatuurwetenschappers: iedereen heeft al eeuwenlang zijn oordeel klaar over literatuurkritiek. En altijd is er controverse, waarbij het woord ‘crisis’ nooit ver weg is.
Soms is het crisisgevoel groot, zoals nu. De positie van literatuurkritiek in kranten en tijdschriften ligt onder vuur, andere media dienen zich aan, schrijvers presenteren zich niet meer op de traditionele manier en lezers vinden steeds vaker hun eigen weg.
In Staande receptie maakt Jos Joosten de balans op en behandelt hij een aantal actuele kwesties uit de Nederlandse literatuurkritiek: hoe functioneert kritiek in woelige tijden? Kan literatuurkritiek geëngageerd zijn? En is internet een oplossing voor de kritiekcrisis? De rol van de wetenschapper heeft zijn bijzondere aandacht: (hoe) kun je objectief iets zeggen over een fenomeen dat zó in beweging is?’

Jos Joosten is hoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen en betrokken bij de daar gevestigde onderzoeksgroep SCARAB (Studying Criticism and Reception Across Borders).

Staande receptie
Literatuur, kritiek en literatuurwetenschap

Auteur: Jos Joosten
Aantal pagina’s: 176
Prijs: € 14,95

Recent

21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

20 maart 2017

De zee in Tilburg

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 maart 2007

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden. Niet bevroedend dat hij elke dag door een bewonderend oog werd vastgepind op de weg die hem van de kazerne naar het bureel voerde stapte soldaat Brû, die in het algemeen nergens aan dacht, maar als hij dat toch deed dan het liefst aan de slag bij Jena, stapte soldaat Brû voort met de onbevangenheid van een niet-bewuste. Met zijn niet bewust grijsblauwe ogen en zijn niet bewust elegant omwikkelde beenkappen droeg soldaat Brû heel naïef al het nodige met zich mee om in de smaak te vallen bij een jongejuffrouw die niet helemaal jong meer was en ook niet helemaal juffrouw. Het ontging hem.

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden.

Lees meer