4 januari 2016

Olympisch zwemmer – Lans Stroeve

Spreken van troost en kracht

Recensie door Reinder Storm

Wanneer een poëziebundel is getiteld Olympisch zwemmer komt onmiddellijk het meesterlijke gedicht Arne Borg van Jan Engelman in gedachten:

[…]
Arne Borg zwemt duizend meter
Arne Borg doet alles beter

De Zweed Arne Borg (1901-1987) won vijf Olympische medailles in 1920 op diverse afstanden – zwemmen uiteraard. Maar de poëzie van Lans Stroeve heeft met zwemmer Arne Borg of dichter Engelman niets te maken, wat op zich jammer is. De ‘olympisch zwemmer’ uit de titel van de bundel komt heel terloops voorbij in het gedicht Ekster. En dat is dat.

De poëzie van Stroeve vertoont  niet in opvallende mate een lijn maar variatie des te meer. Een van de gedichten is kort en krachtig, bijna als statement:

Het is in helderheid en tijd
    tot op het been alleen
lichtgevend, ervan dromend als de sterren
om gezien te zijn. Kijk

hier licht een poëzie

Stroeve’s gedichten zijn gewoonlijk langer, vloeiender, zachter – misschien veelzeggend voor een auteur met een korte en onzachte naam als ‘Stroeve’. De poëzie van Lans Stroeve is levend en levendig – maar gaat vaak over de dood. In bijna de helft van de gedichten komt de dood aan bod, direct als onderwerp, of indirect, verwijzenderwijs. En de bundel is opgedragen aan de dode vader en dode broer van de dichter, beiden (als ik het goed begrijp) merkwaardig genoeg overleden op 5 oktober – zij het in verschillende jaren.

Hoe van dit ogenschijnlijk onsamenhangende geheel een beeld te schetsen dat consistentie vertoont of in ieder geval enige informatie verschaft? Om te beginnen maar eens een heel gedicht, ook alweer programmatisch bijna, het laatste gedicht van de bundel, getiteld ‘Excitatie’:

Zojuist legde ik de oude zanger neer na een zinderend betoog
over klank en zang en poëzie waarna er hoog over ons huis
een vogel vloog, een onomatopee! een koekoek terwijl hij
heel hard
koekoek riep.
Ik knip de vlier en snoei de takken, stap naar achter waar ik
– heel handig: in het rozenpoortje met de kamperfoelie – zie!
de zonnebril die ik kwijt was en juist vandaag vervangen had.

Zo zacht zijn nu de tekens van de dingen die ik begon te haten
sinds je dood bent. Alle spullen, ongenaakbaar in het
voortbestaan;
ik flikker alles in de prullenbak en zing daarbij een laag en
toonloos
liedje. Maar nu kijk ik door die bril vanuit de struiken naar het
snoeiende
en zie het flakkeren van het onbeweeglijke. En in dit licht
weet ik dat de dingen alle kleuren drinken, behalve die ene:
de ontbrekende.
En die geven wij zijn naam.

Een programmatisch gedicht omdat het geen uitgesproken vorm heeft, omdat er een dier in voorkomt (ditmaal een koekoek; eerder elders in de bundel ontmoet de lezer vee, een karper, kauwen, een hond, kwikstaarten, een ekster, rietvogels, een insect, een vleermuis, lijsters, zwanen, paarden, een horzel, een veulen, vissen, kuikens, nog een hond, ijsvogels, een roofdier), omdat de dood erin voorkomt, omdat een inzicht wordt verkregen of verkondigd en – het belangrijkste misschien – de natuur er prominent in figureert, ook al is het dan in de vorm van een tuin waarin gesnoeid wordt. De Hollandse natuur, in de vorm van kusten, bomen, landschap etc. is naast de dood en de dieren een derde constante in deze poëzie. Opmerkelijk genoeg zien we geen natuur op het omslag van deze bundel, maar wel in de vorm van drie foto’s in de bundel (ook van Lans Stroeve).

De poëzie van Lans Stroeve spreekt de lezer niet direct aan qua ‘betekenis’, maar vanuit een andere benadering kan je stellen dat deze gedichten veel ruimte bieden voor verschillende interpretaties. Het lijkt vooral te gaan om: troost. Troost voor verdriet om verlies of dood, troost om ‘ongrijpbaarheid’ en gebrek aan houvast. En troost vindt de lezer in Stroeve’s gedichten vanwege de ervaring van de natuur, die rustig bestaat en voortgaat, die waait en stroomt. Het lijkt daarom ook passend dat de dichter behoort tot diegenen die wel eens teksten schrijven voor volstrekt eenzaam gestorvenen (zie www.eenzameuitvaart.nl). Een voorbeeld van het resultaat staat op pagina 45-46 van de bundel: ‘Bij de teraardebestelling van Willem Pieters’.

Na het bovenstaande is het misschien het eerlijkst de dichter tot slot zelf aan het woord te laten:

[…]

Er is tijd verstreken.
In het zand zijn de sporen van de heenweg te zien. Ik zet mijn laars ernaast
maar ik moet flink stampen om dezelfde voetstap te krijgen.
Ik ben lichter geworden.
Op de dijk staat echt iedereen te zwaaien.

 

 

Olympisch zwemmer
Lans Stroeve
Verschenen bij: De Arbeiderspers
ISBN: 9789029539456
Prijs: € 17,99

Meer van Reinder Storm:

27 april 2017

Zijn gedichten tonen een vijandig en onherbergzaam wereldbeeld

Over 'Liever niet' van Armando
14 maart 2017

Uitzonderlijke poëzie, liefst hardop voorlezen

Over 'De optocht' van Toon Tellegen - Illustraties Annemarie van Haeringen
17 januari 2017

Ongrijpbare gedichten

Over 'Bladgrond' van Roland Jooris

Recent

25 mei 2017

De andere kant van het land van beloften

Over 'Amerika, of de verdwenen jongen' van Franz Kafka
24 mei 2017

Het extreemrechtse drama

Over 'Ik had me de wereld anders voorgesteld' van Anil Ramdas
23 mei 2017

De man die niet kon liefhebben

Over 'Een onberispelijke man' van Jane Gardam
22 mei 2017

Herrijzende ster van Vaandrager en de tijd dat poëzie op straat lag

Over 'Vaan nu' van Bertram Mourits e.a.
18 mei 2017

Poëzie gefascineerd door het zijn, het aanwezig zijn.

Over 'Gebogen planken' van Yves Bonnefoy

Verwant