17 mei 2012

Spinvis te gast bij Literair Dispuut Flanor te Groningen

Dinsdagavond 29 mei is muzikant en zanger Erik de Jong van de eenmansband Spinvis te gast bij Literair Dispuut Flanor. Volgens velen bevindt Spinvis zich met zijn poëtische teksten op het snijvlak tussen muziek en literatuur, en dit idee wordt nog eens versterkt door het feit dat zijn laatste album ‘Tot ziens, Justine Keller’ (2011) in combinatie met een boek verscheen.

Erik de Jong (Spijkenisse, 1961) groeide op in een zeer muzikale omgeving: zijn ouders waren beide muzikant en zijn broer speelde in punkbandjes, waar Erik de Jong van jongs af aan zelf ook in participeerde. Na de havo ging hij naar het conservatorium.

Sinds de verschijning van het eerste album, ‘Spinvis’ in 2002, is Spinvis een uniek juweeltje in het Nederlandse muzieklandschap. Erik de Jong werkte verschillende malen samen met Simon Vinkenoog, waar twee albums uit zijn voortgekomen. Ook werkte hij samen met andere dichters, zoals Ingmar Heytze. Los daarvan worden de liedteksten van Spinvis zelf vaak als poëtisch gewaardeerd. Het feit dat Spinvis in 2010 de literaire Johnny van Doornprijs won, onderschrijft het poëtische karakter van zijn producties.

Erik de Jong zal kort geïnterviewd worden en een optreden geven.

Aanvang; 20.30
Huis de Beurs (Akerkhof zz 4) Groningen
Toegang kost €7,- ; voor studenten €6,-.

 

Recent

21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

20 maart 2017

De zee in Tilburg

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 maart 2007

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden. Niet bevroedend dat hij elke dag door een bewonderend oog werd vastgepind op de weg die hem van de kazerne naar het bureel voerde stapte soldaat Brû, die in het algemeen nergens aan dacht, maar als hij dat toch deed dan het liefst aan de slag bij Jena, stapte soldaat Brû voort met de onbevangenheid van een niet-bewuste. Met zijn niet bewust grijsblauwe ogen en zijn niet bewust elegant omwikkelde beenkappen droeg soldaat Brû heel naïef al het nodige met zich mee om in de smaak te vallen bij een jongejuffrouw die niet helemaal jong meer was en ook niet helemaal juffrouw. Het ontging hem.

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden.

Lees meer