2 april 2015

Schaakmat

Column door Inge Meijer

Het kan wel eens gebeuren dat de communicatie stagneert. Of dat een gesprek zo vastloopt dat, ware het een schaakpartij geweest, het eindigt in een patstelling. Wat wil zeggen dat je pionnen, lopers, paarden, en andere stukken in beweging brengt in de overtuiging je punt te maken, maar dat uiteindelijk niemand wint. En daar zit je dan. Wás het een schaakspel geweest dan zou je zeggen: ‘Kom, laten we nog een spelletje spelen’. Maar het was geen schaakpartij. Het was een conversatie tussen man en vrouw. Op de bank met een wijntje,  kind noch kraai in de buurt. Tijd voor een goed gesprek, dacht de vrouw.

Maar voor ze het wisten ging het over de twee lampen boven de tafel. Van waar ze zaten, hadden ze goed zicht op de lampen. De vrouw zei: ‘die linkse lamp hangt scheef en ik krijg hem niet recht.’ De man die voor de lampen eigenhandig een gat in het plafond had geboord waaraan hij enig ontzag ontleedde omdat het iets was wat de vrouw (goddank) niet kon, zei, als schoof hij een pion één stap voorwaarts: ‘Oh’. Waarop de vrouw haar paard in stelling bracht en erop los galoppeerde door te zeggen dat het een rommelig zooitje was. Dat hij de lamp gewoon aan het snoer had moeten ophangen zodat het loodrecht naar beneden hing. Nu had hij naast het snoer een staaldraad aan de lamp bevestigd en daar de lamp mee aan het plafond gehangen. De staaldraad was loodrecht maar het snoer lubberde er zo’n beetje langs heen. Diagonaal bewoog de loper over het veld en de man zei: ‘Ik vind het mooi zo’. Toen sleepte de vrouw een toren naar voren, recht en hompig: ‘Maar dat kun je niet mooi vinden. Het is lelijk.’ Een pion rustig vooruitschuivend, zei de man: ‘Vind ik niet.’

De vrouw fixeerde haar blik op een boek dat voor hen op een tafeltje lag. Op de warm gekleurde cover  van In ogenschouw, Essays over kunst, van Julian Barnes zaten ook een man en een vrouw op een bank. Zij waren verwikkeld in een amoureuze omstrengeling. ‘Kunst is een sensatie’ zegt Barnes. De man die in een doodlopende conversatie was verwikkeld, was een kunstenaar. Dat zag je zo. Hij droeg een versleten werkmansjasje, zijn grijze baard was stijlvol getrimd en zijn krachtige handen waren gemaakt om tubes verf uit te knijpen en penselen aan het werk te zetten. Ongetwijfeld, hij zag er kunstig uit.

De vrouw zei dat ze een sterke drang voelde haar wijnglas, waarin de wijn tijdens de conversatie steeds heftiger werd rondgedraaid, van zich af te werpen. Ze keek naar de hoek waar de cd-speler De Matheuspassion van Bach speelde. Er was juist het Judasgezang te horen, Stehet auf, lasset uns gehen; siehe, er ist da, der mich verrät. En Judas zou hem kussen terwijl een licht klingelen van brekend glas zou weerklinken. Witte wijn, breekbaar glas en een lichte twinkeling. Als dauw op een zomerweide.
Dit weekend is het Pasen zei de vrouw toen maar. En dronk haar glas leeg.

 

Recent

29 maart 2017

Jezelf terugvinden

27 maart 2017

Pulp of kunst

Literair Nederland - 10 jaar geleden

02 april 2007

In Ik woonde in een grot wordt het leven een bedoeïenen gemeenschap in het Midden-Oosten op een zeer eigen wijze wordt belicht.

In Ik woonde in een grot wordt het leven een bedoeïenen gemeenschap in het Midden-Oosten op een zeer eigen wijze wordt belicht.

Een westerse vrouw, met Nederlandse wortels, wordt opgenomen in een subgemeenschap in het Islamitische Jordanië. Een verhaal dat een deel van het Midden-Oosten belicht op een manier die zeer welkom is in Nederland op dit moment. Niets van het nu heersende beeld van onderdrukte vrouwen in het Midden-Oosten. Maar een avontuurlijk levensverhaal over een vrouw die, door zichzelf te zijn en te blijven, met haar eigen karakter wordt opgenomen in de gemeenschap en daar een belangrijke rol speelt in de gezondheidsvoorziening.

Lees meer