7 april 2014

Schuim – Robert Anker

Gemengde gevoelens

Recensie door Olivier Rieter

Schuim van Robert Anker (1946) gaat over Dirk Wagenaar, een Rotterdamse havenbaron, zijn dochter Lisette, een wereldberoemde violiste, en Dirks schaakvriend Niels, een getrouwde dominee met wie Lisette een verhouding krijgt.

Stilistisch heeft Anker, die de Libris Literatuur Prijs won met Een soort Engeland, heel wat in zijn mars. Toch lijkt hij lak te hebben aan sommige schrijfregels; op bladzijde 60 laat hij Lisette zichzelf in de spiegel bekijken om haar te beschrijven, wat toch wel een cliché genoemd mag worden. Anker werkt veel met uitroeptekens en vraagtekens en hij schendt hier en daar het aloude schrijversadagium: ‘show, don’t tell’. Zo is op bladzijde 46 het volgende over Lisette te lezen: ‘ze was eigengereid, koppig, driftig en impulsief, ze dacht nooit lang over een beslissing na.’ Sommige critici zouden hierbij opmerken dat ze Lisette in actie willen zien, dat ze willen ervaren wie zij is, niet het al ingevuld krijgen door de auteur. De schrijfster Francine Prose heeft echter opgemerkt dat in veel gevallen ‘telling’ effectiever is dan ‘showing’ (Reading like a writer, 25)  Anker legt veel uit met zijn karakterbeschrijvingen en weet zo afgeronde personages te scheppen.

De auteur voert in deze roman ook een soort gesprekken met deze personages. Over de relatie van Lisettes broer Maarten met Fatima valt te lezen: ‘Is hij een beetje verliefd op haar? Soms. Begint hij al eens om zich heen te kijken? Heeft hij altijd gedaan. Geconsumeerd? Een paar keer. Fatima heeft er niet veel zin meer in, in seks, vandaar.’ (76)  Zo staat het boek vol met vraagtekens, wat door schrijfadviseurs soms wordt afgeraden (bijvoorbeeld: Noah Lukeman, The First five pages). Er zullen lezers zijn die liever zelf de dialoog met tekst en personages voeren, dan dat de auteur dit voor hen doet. Als de schrijver zich te veel op de voorgrond plaatst gaat er een deel van de magie van het lezen verloren. (Zo geeft Simon Vestdijk in Ivoren wachters op gegeven moment plots zijn persoonlijke, onbarmhartige visie op een van de door hem geschapen personages. Hiermee verbreekt hij even de betovering van goede literatuur, wat meer bijblijft dan iets anders uit deze roman).

Hier en daar is de stijl van Anker irritant. Zo schrijft hij het volgende over de stotterende Lisette als hij ingaat op een traumatische jeugdherinnering: ‘Maar het was wel toen dat je begon te stotteren, Lisette. Een b-beetje maar.’(50) Dat is flauw. Net zoals het flauw is om naar Barbra Streisand te verwijzen als ‘Barber Spreidstand’ (52) De woorden van een Marokkaanse vrouw worden als volgt weergegeven: ‘wat izze dat meffrou, Moussie doete nooit kwaad.’ (95). Dan spreekt bijvoorbeeld de sketch met het typetje van Kees van Kooten van de perfect Nederlands pratende migrant en de hem in babytaal toesprekende autochtoon Wim de Bie toch meer aan.

Anker verwijst in Schuim veel naar eigentijdse situaties en bekende Nederlanders. Dit maakt het boek tot een waardevol tijdsdocument, maar het heeft ook iets provinciaals. Misschien leent dit boek zich niet voor verspreiding in het buitenland. (Hoe leg je daar uit wie Jort Kelder is?) Op pagina 188 heeft de auteur het over de rol van de LPF in de Rotterdamse gemeenteraad. Zou hij Leefbaar Rotterdam bedoelen? Het bevreemdt ook dat Dordrecht de oudste stad van Nederland wordt genoemd (64), terwijl dit toch Nijmegen is.

Van de personages is de dominee Niels het meest aansprekend. Hij is een dominee die niet in God gelooft, wat voor interessante verwikkelingen zorgt. Op het einde van het boek neemt Niels een drastische beslissing die niet helemaal aannemelijk wordt gemaakt door Anker. De andere personages spreken minder tot de verbeelding. Dirk Wagenaar is een zakenman en dus niet zo interessant (het blijft een raadsel waarom mensen een biografie van Steve Jobs willen lezen). Lisette interesseert zich alleen voor muziek en is dus ook beperkt. De wisselwerking tussen deze personages is echter goed uitgewerkt en de beschrijving van de opbloeiende relatie tussen Lisette en Niels is het sterkste stuk in het boek.

Al met al een boek dat veel oproept bij de lezer: irritatie, bewondering om de niet spaarzame sterke passages en allerlei interessante observaties, maar uiteindelijk geen ontroering. Je sluit de personages niet in je hart, wat natuurlijk niet verplicht is in een roman, maar het had wel wat toegevoegd.

 

 

Schuim
Robert Anker
roman
Verschenen bij: Uitgeverij Querido
ISBN: 9789021454924
302 pagina's
Prijs: € 19,99

Meer van Olivier Rieter:

15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

Over 'Syfilis, of de Franse ziekte' van Girolamo Fracastoro
24 mei 2017

Het extreemrechtse drama

Over 'Ik had me de wereld anders voorgesteld' van Anil Ramdas
13 april 2017

Kijkje in de psyche van een autist

Over 'Pauwl' van Erik Jan Harmens

Recent

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

Over 'Het groeit! Het leeft!' van Marjolijn van Heemstra
18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

Over 'Ovale dakraam' van Pierre Reverdy
14 september 2017

Daar waar granaten fluiten

Over 'Wraak' van Andelko Vuletic
12 september 2017

Belcampo revisited

Over 'Verrassing' van Etgar Keret

Verwant

7 april 2014

We leven heel ons leven fout

Over 'De vergever' van Robert Anker
7 april 2014

Recensie door: Claudia Kerssemakers

Over 'Recensie: Oorlogshond ' van Robert Anker
7 april 2014

Een leven als een roman

Over 'Het dagboek van Eefje Jonker ' van Robert Anker