20 februari 2012

De naïeve en de sentimentele romanschrijver – Orhan Pamuk

Schrijver versus lezer en omgekeerd

Recensie door Hugo Brutin

 

De teneur van het geheel van zes lezingen (Norton Lectures) die Nobelprijswinnaar Orhan Pamuk in 2010 aan Harvard University gaf omtrent de kunst van het romanschrijven ligt in ruime mate in de titel besloten. De naïeve en de sentimentele romanschrijver refereert immers aan een onderscheid dat Friedrich Schiller voorstelde in zijn essay Over naïeve en sentimentele poëzie (1795-1796).

Let wel:  ‘sentimentalisch’ heeft een andere betekenis dan het Nederlandse ‘sentimenteel’. Wat door Schiller werd geschreven over poëzie geldt blijkbaar ook voor literatuur en voor het schrijven van een roman.

Naïef staat hier voor het onbevangen één zijn met de natuur zonder zich te bekommeren om ‘intellectuele of ethische consequenties’ of om ‘commentaar van de buitenwereld’. Het is nagenoeg een synoniem van ongekunsteldheid, spontaanheid, candeur.

De sentimentele schrijver daarentegen vertegenwoordigt twijfel, stelt zich vragen, hanteert bewustzijn en ‘ maakt zich druk om educatieve, ethische en intellectuele principes’.

Belangrijk daarnaast in de verhouding schrijver-lezer is ook wat Pamuk omschrijft als de kern van de roman, wat slechts voluit in de laatste lezing aan bod komt.

De twee basisgedachten, het onderscheid naïef-sentimenteel en het zoeken naar een kern bij het lezen van een roman,  worden overvloedig ingekapseld in beschouwingen omtrent eigen ervaringen en betrachtingen en in verwijzingen naar de ‘echte’ romanschrijvers zoals daar zijn : Tolstoj, Dostojevski, Proust, Borges, Flaubert, Faulkner, Joyce, Perec, Thomas Mann. Geen Nederlandstalige auteurs inderdaad.

Het ietwat vergeten Aspects of the Novel van E.M. Forster en Die Theorie des Romans van György Lukacs hebben Pamuk geestelijk en ideëel ondersteund. De rest komt uit zijn verwoed lezen van romans, uit zijn eigen ervaringen en betrachtingen als schrijver van fictie en non-fictie en uit zijn heel bijzondere situatie van bindmiddel tussen het Westen en het Oosten in casu zijn Turkse nationaliteit. Hij werd immers op 7 juni 1952 in Istanbul geboren, werd in 2006 Nobelprijswinnaar en schreef zowel openlijk als verholen autobiografisch en mag gelden als boeiende, originele en in feite discrete en oprechte denker die zijn ideeën en verlangens klaar en duidelijk formuleert.

In deze verzameling van 6 telkens vijftig minuten durende lezingen treedt  de auteur beurtelings op als lezer en als schrijver. Hij ontleedt de bedoelingen en verwachtingen van beiden, aanvankelijk vanuit een concreet gescheiden en ogenschijnlijk ietwat ongenuanceerde stelling die geleidelijk door de realiteit en de diversiteit van de benaderingen ingesneeuwd raakt zonder dat weliswaar de essentie uit het oog wordt verloren.

Tekenend in dat verband is zijn verzuchting – of is het een bekentenis?- aan het eind van het betoog: ‘ …het mooiste wat je als romanschrijver kan bereiken is, volgens mij, tegelijk naïef en sentimenteel te zijn.’

Hij had dat evengoed voor de lezer kunnen bedenken en voor diens zoeken naar de kern die zogezegd in iedere behoorlijk roman aanwezig zou zijn.

Men mag daarbij niet uit het oog verliezen dat Pamuk ervan overtuigd is dat de nu ongeveer 150 jaar oude roman met brio alle andere literaire genres heeft overtroffen en in de schaduw gesteld.

De reis van Anna Karenina in de trein, die haar van Moskou naar haar thuis (en haar saaie echtgenoot) in Sint-Petersburg brengt, lijkt hier wel een steeds terugkerend refrein, het toonbeeld bij uitstek van hoe een personage wordt ontleed aan de hand van omringende voorwerpen en toestanden. Zij leest een boek, maar slaagt er niet in zich te concentreren, zozeer is zij gegrepen door gedachten en de herinnering aan de jonge officier met wie zij danste. Tolstoj suggereert haar gemoedsgesteltenis door te beschrijven wat in de treincoupé gebeurt of permanent aanwezig is, door het landschap op te roepen en de sneeuw tegen de ruiten om aldus onrechtstreeks de emotie en de geestelijke verwarring van de jonge vrouw aan de lezer op te dringen. In de ogen van Pamuk is dit een meesterlijk stuk suggestieve (roman)literatuur.

Lezer en schrijver zijn in het essay van Pamuk twee noodzakelijk en onherroepelijk met mekaar verbonden identiteiten die naar elkaar op zoek gaan. De relatie schrijver-lezer, het stapelen van voorwerpen en van geestelijke of reële landschappen, van zinspelingen en picturaliteit die de ene aanbrengt en de andere ontdekt en assimileert op zijn/haar tocht naar de kern lijkt ons bijwijlen wat idealiserend en overtrokken, vooral als we bedenken wat ons zo allemaal als scheppend proza wordt aangeboden en opgedrongen.

Op enkele uitzonderingen na beschouwt Pamuk trouwens thrillers niet als romans die passen in zijn visie. Uiteindelijk geeft hij gaandeweg ietwat schoorvoetend toe dat die fameuze kern niet altijd zo intens en stralend aanwezig is als hij aanvankelijk poneerde en dat tussen naïef en sentimenteel veel schemerzones vertoeven.

De lezer van de goede roman wil zich in enige mate vereenzelvigen met het personage, vindt de auteur. Via het ‘mot juste’ en het ‘image juste’ treedt hij binnen in een wereld die de zijne is (geworden) en die hij voor zich ziet opduiken. Die lezer kan zich ook niet ontdoen van de gedachte, die bijwijlen een zekerheid wordt, dat het personage een beetje de auteur is. Op pregnante wijze ontleedt en omfloerst Pamuk de veelzijdige en veelkleurige relatie tussen auteur/personage en lezer, tussen boodschap en verlangen, illusie en werkelijkheid.

Als hoogstpersoonlijke meditatie over wat de romankunst uitmaakt en hoe zij ontstaat en wordt ervaren is dit een bijzonder boeiend en verrijkend geheel van bedenkingen die echter niet meteen heel overzichtelijk overkomen omdat zij onder secundaire uitweidingen worden bedolven. Wie echt klaar wil zien in wat uiteindelijk vrij eenvoudig blijkt te zijn doet er wellicht goed aan het boek tweemaal te lezen. Zo verschijnt de basisstructuur als iets vanzelfsprekends en hinderen de bijkomende reflecties steeds minder.

Bijzonder belangrijk en ongetwijfeld  vaak geraadpleegd voor wie meer wil dan enig oppervlakkig luisteren naar Pamuk is het uitgebreide register van namen en items achteraan in het boek. Het mag vreemd klinken maar na een aandachtig binnendringen in de visie van Pamuk ervaar en benader je de romankunst op een andere manier. Dat is uiteindelijk de bedoeling van het boek.
 

De naïeve en de sentimentele romanschrijver
Orhan Pamuk
Vertaling door: Hanneke van der Heijden en Margreet Dorleijn
charles Eliot Nortonlectures - 2009
Verschenen bij: Bezige Bij, De
ISBN: 9789029576024
224 pagina's
Prijs: € 9,95

Meer van Hugo Brutin:

11 augustus 2016

Haasje over met het leven

Over 'Lastmens & andere verhalen' van Elke Geurts
9 maart 2016

Droom versus werkelijkheid

Over 'Niels Lyhne' van Jens Peter Jacobsen
10 maart 2014

Reizen in eenzame overgave

Over 'Wat hebben we weer genoten' van Pepijn Vloemans

Recent

23 oktober 2017

Zingende gedichten onovertroffen in hun beeldspraak

Over 'Nacht & navel' van Yannick Dangre
20 oktober 2017

Soepel en licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken

Verwant

20 februari 2012

Recensie door: Rein Swart

Over 'Recensie: Met de hand ' van Orhan Pamuk