10 november 2011

Schrijven over kijken naar schilderijen uit het Rijksmuseum

Recensie door: Joost van der Vleuten

Recensie door Joost van der Vleuten

Een mager idee en een dun boekje
Achttien schrijvers en twee illustratoren kregen het verzoek om een verhaal, column, illustratie, beschouwing of gedicht te vervaardigen bij een meesterwerk uit het Rijksmuseum. Dat alles voor een uitgave ter gelegenheid van de Beijing Book Fair 2011, waar Nederland gastland was. Er was geld, er was goede wil en er was een ideetje. Het leidde tot een dun boekje, voor het Chinese publiek en voor in de schoen of onder de kerstboom.

Hockeystick
Is Een schrijver ziet meer lekker lees- en kijkvoer? Word je geraakt en verrijkt? Tsja, wat zal ik ervan zeggen. Midas Dekkers bakt een stukkie bij een schilderij met een boomstronk, een paard en wellicht een poepende man (De schimmel van Philips Wouwerman). Da’s leuk. Bernlef schrijft een verhaaltje bij Het toilet van Jan Havicksz Steen, waarop een juffrouw d’r kous uittrekt. Da’s ontroerend. Ramsey Nasr schrijft geen gedicht (waarom nou toch niet?) maar een moeizame tekst waarin hij het drama op Vermeers De Liefdesbrief probeert te ehh… intensiveren, zeg maar. Da’s vermoeiend.

Anna Enquist werd door de Brieflezende vrouw van diezelfde Vermeer geïnspireerd tot een raak gedicht, dat bezwijkt onder een bezopen zin: ‘Als mijn voet de drempel //kruist staan daar de borstelmaker en de meid, / ze willen iets, ze dwingen mij te springen in die vaart.’ Da’s jammer. Kader Abdolah schrijft ook al over Vermeer – Het straatje – en sleept daar Van Gogh, de Sjah, Farah Diba, het hedendaagse Delft en nog veel meer bij. Da’s een geslaagde column. Laurentien van Oranje schrijft een aanzet tot het soort jongensboek dat je las met rode wangen, terwijl het buiten sneeuwde en de kachel snorde. Da’s fijn, maar niet als fragment. En dan slaat mijn warme welwillendheid plotseling om. Salomon Kroonenberg  schrijft over een feestelijk Winterlandschap met schaatsers van Henric Avercamp. Hij zoomt in op een voorloper van de golfstok en begint vervolgens over … het klimaatdebat, dat erom draait of de mondiale temperatuurcurve zich ontwikkelt als een hockeystick – of niet.

Snijdende lijnen
Schaamteloos wringt Kroonenberg zich tussen de lezer en het schilderij. En dat is wat er tegen is op dit boekje. Te veel auteurs benemen met hun al dan niet verdienstelijke tekst het zicht op meesterwerken uit Neerlands Gouden Eeuw. Moeizaam gesleep met gevogelte voor een schilderij van d’Hondecoeter, rommelen in de verkleedkist van Rembrandt voor zijn Joodse bruidje, snij- en zichtlijnen trekken door een kerkinterieur van Saenredam: de tekst overwoekert het schilderij. En wat moet de beoogde lezersschare in Beijing hier eigenlijk mee? Zich herkennen in de rare Chinees die opduikt in het Oost-Indisch Marktstalletje van Albert Eeckhout? In hun geschiedenisboek op zoek gaan naar Van Oldebarnevelt, Gijsbrecht van Aemstel en Gerard Andriesz Bicker? Je wordt wel benieuwd naar wat zij er van vinden.

Tussen mij en het boek kwam het niet meer goed. Paranoia bevangt mij als ik probeer te begrijpen waarom dit boek is wat het is. Van Vermeer werden onder meer De liefdesbrief en Brieflezende vrouw opgenomen. Ook Jan Six (ets van Rembrandt) en Gesina ter Borgh (geschilderd door halfbroer Gerard ter Borgh II) staren naar beschreven papier, evenals de leerlingen van De avondschool van Gerard Dou. Waarom, waartoe? En waarom drie keer Rembrandt en driemaal Vermeer? Waren andere doeken wegens verbouwing onbereikbaar? Of ging het erom zoveel mogelijk schenkingen en bruiklenen te tonen, met naamsvermelding van schenker of sponsor? Ter navolging voor rijke Chinezen? Je weet het niet. En dan de geselecteerde auteurs. De fictieschrijvers zijn allemaal in een stuk of twintig talen vertaald. Even los van de vraag of dat is wat je nodig hebt voor een boek als dit, – het is vast handig bij de vermarkting aan gene zijde van de Grote Muur. Maar waarom het contingent ‘populariserende wetenschappers’? En waarom zijn alle teksten speciaal en op verzoek geschreven, behalve het stuk van Mak (uit 2005)? En waarom ook nog maar eens twee illustratoren gecharterd? Zien die nog meer dan schrijvers? Annemarie van Haeringen en Sieb Posthuma tekenen prachtig, maar hun illustraties plak je niet ongestraft naast 17e eeuwse schilderijen. Die stijlkloof is zelfs met poststructuralistische inlegkunde niet te overbruggen. Heimwee kreeg ik naar stukken over beeldende kunst van K. Schippers, Gerrit Komrij, Bianca Stigter, Tijs Goldschmidt, Joost Zwagerman en ga zo maar door. Of naar de schilderijgedichten van zo’n beetje iedere Nederlandse auteur van de afgelopen 150 jaar die niet blind was – van Van Duinkerken tot Kopland en zo verder. Die maken ten minste kijkers van lezers. Had desnoods Henk van Os van stal gehaald!

Aan bereidwilligheid, schilderkunstig meesterschap en schrijversmatig vakmanschap ontbreekt het niet, wél aan een goed concept en een doordachte uitwerking. Een schrijver ziet meer – vast wel, maar ik ben er op uitgekeken.

Een schrijver ziet meer
Nederlandse auteurs en het Rijksmuseum

Redactie: Greetje Heemskerk, Wieneke ’t Hoen en Maarten Valken
Verschenen bij: Atheneum (2011)
Aantal pagina’s: 96
Prijs:€ 16,95

Schrijven over kijken naar schilderijen uit het Rijksmuseum
ISBN: 9789025369194

Meer van Joost van der Vleuten:

1 september 2016

Herinneringen gedrenkt in vergaan geluk

Over 'Parijs is een feest' van Ernest Hemingway
7 juli 2016

Rennen voor je bestaan

Over 'Zonder land' van Lawrence Hill
27 mei 2016

Onder vuur genomen door zijn eigen mensen

Over 'Het laatste vaarwel' van Robert Haasnoot

Recent

17 november 2017

Uitzichtloos leven in Unthank / Glasgow

Over 'Lanark' van Alasdair Gray
15 november 2017

Een portret in stukjes

Over 'Waarom ik mensen niet in mootjes hak' van Renske de Greef
14 november 2017

Diepe emoties in weloverwogen zinnen met originele beelden

Over 'Binnenplaats' van Joost Baars
13 november 2017

Een aaneenschakeling van mislukkingen?

Over 'We haten elkaar meer dan de Joden' van Els van Diggele
9 november 2017

Verlangen in vele variaties

Over 'Het raadsel van de liefde' van Andre Aciman