Schaamte en ander ongemak

door Inge Meijer

Ik las laatst de roman, Bloed krijg je er nooit meer uit, van Philip Snijder over de gevolgen van een jeugd in een achtergestelde volkswijk. Het speelt zich, net als het autobiografische Zondagsgeld en zijn derde, Het geschenk, af op het Bickerseiland in Amsterdam. In de jaren zestig een verpauperde buurt waaraan de hoofdpersoon zich ontworstelde zo gauw de mogelijkheid zich voordeed. Ik had geen idee, maar het Bickerseiland was tot eind negentiende eeuw een echt eiland en valt onder de Westelijke eilanden (waar ik ook geen weet van had). Wat ik wel weet is dat het Magna Plaza het vroegere Postkantoor was en dat radiomaker en columnist (Het Parool), Ischa Meijer boven een café woonde waarvan hij de uitbater ‘koffiebaas’ noemde. Niet zoveel meer wetend van Amsterdam dan de doorsnee (van oorsprong) Amsterdammer stel ik me zo voor. Van de stad waar je familie al generaties woont, weet je het minst. Net als in sommige  families, vol aannames onderling en liever geen vragen.

Ik kom niet uit Amsterdam dus zocht online op ‘Bickerseiland’ en kwam te weten dat een koopman, Jan Bickers genaamd, in 1631 eigenaar werd van het eiland. Hij legde er wat scheepswerven aan, bouwde wat pak- en woonhuizen en ging er zelf ook wonen. Vast in veel betere omstandigheden verkerend dan de familie in Bloed krijg je er nooit meer uit. Dat het Bickerseiland nu een van de mooiste stukjes van Amsterdam is, gelegen in de hoek van het Centraal station en de Haarlemmerdijk, is mede dankzij deze Jan Bickers. Maar daar had de hoofdpersoon geen weet van toen hij er in de jaren zestig opgroeide en het een buurt was waar de bekrompenheid hem benauwde, als kind dus al. Vanaf de eerste bladzijden is duidelijk dat de verteller, dan nog een jongen van negen jaar, niet bij zijn familie wil horen. De gedachte dat hij bij de verkeerde ouders was terecht gekomen zal vast wel eens in hem zijn opgekomen.

Hij wist in ieder geval dat het anders moest en dat kon hij bereiken door zich los te maken van zijn familie.  Maar je kunt niet ver genoeg wegtrekken of je wordt er aan je haren weer bijgesleept want: Er was een zusje, tien jaar jonger, dat op bijna veertigjarige leeftijd en na een overduidelijk ellendig leven van vereenzaming, overlijdt. Bij dit eindpunt van haar leven, ziet de verteller  terug op hun beider leven en toont zich de onmacht van een broer-zus verhouding. Zoals die keer dat hij bij haar langs zou gaan omdat ze hem gebeld had. Er was iets, ze zouden het erover hebben. Hij koopt een fles wijn en drukt, driehoog aan de Bickersgracht, op de bel. Ze doet niet open. Hij voelt opluchting. Heeft in ieder geval zijn best gedaan. Als hij weg fietst, kijkt hij nog een keer naar boven en ziet hoe een schim zich plots wegtrekt vanachter de gordijnen. Drie maanden later is ze dood. Voorwaar een boek waarin een monumentje voor Amsterdam werd neergezet en van een ongemakkelijk leven.

 


Inge Meijer is een pseudoniem en wil dat nog wel even blijven. Zij schrijft over boeken als steunpilaren van het leven en over de ontdekkingen die zij doet in de marges van de literatuur.

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 december 2007

Verhalenwedstrijd levert fraai uitgeven bundel op
Recensie door Karel Wasch

Uitgeverij De Vleermuis uit Roermond organiseert jaarlijks een tweetal wedstrijden (poëzie en verhalen). De wedstrijd voor verhalen leverde dit jaar het fraai uitgegeven boek Zenit op. Daarin 44 verhaaltjes (aantal woorden was beperkt) van uiteenlopende snit en kwaliteit. Aan de wedstrijd deden in totaal 187 mensen met een verhaalinzending mee.

Lees meer