10 juli 2008

Saramago lezen tegen de tijdgeest

Door Menno Hartman

De Nederlandse musea bevinden zich in een identiteitscrisis. Ze lijken niet te weten waar hun eigenlijke taak ligt: bij kunst of bij entertainment.’ schreef Janneke Wesseling in het NRC-Handelsblad van zaterdag 30 oktober. Verscheidene musea kiezen niet meer voor tentoonstellingen die gewijd zijn aan een kunstenaar, maar laten zich door een kunstmarketingbureau adviseren overzichtstentoonstellingen te maken met titels als Bloemen van verlangen, vier eeuwen bloemen in de kunst. En dan komen de mensen. Het is een droeve knieval voor de commercie die niet slechts de musea maken. De uitgevers raken moeilijke boeken aan de straatstenen niet kwijt. Toen José Saramago de Nobelprijs voor de Literatuur ontving in 1998, had Meulenhoff net alles van de schrijver verramsjt. Net zoals het Querido verging toen onlangs Elfriede Jelinek de eer te beurt viel, zij hebben nog geprobeerd de lading terug te halen. Saramago verzet zich ostentatief tegen ‘leesbaarheid’; hij biedt de lezer geen houvast buiten de inhoud om. Er zijn geen tussenkoppen, de hoofdstukken zijn lang, interpunctie is anders dan de lezer gewend is. Saramago’s zinnen waaieren breed uit, dialoog kent geen speciale opmaak. Voor Saramago geen Bloemen van verlangen.

Plato’s Grot
Saramago heeft een hekel aan gemak, en aan snelle lezers. Het boek Het schijnbestaan verscheen in 2000 in Portugal en een jaar later bij Meulenhoff. Het boek draait om een oude pottenbakker, zijn dochter en haar man. En ‘het Centrum’. De schoonzoon is bewaker bij het Centrum, een ultramodern koop- en wooncomplex in de stad. Gemak voor de consument, alles in dienst van de bewoners en het winkelend publiek. Het Centrum heeft een poosje vaatwerk van de pottenbakker afgenomen, totdat het hem meedeelt dat er in de moderne tijd niet langer vraag is naar zijn materiaal. De schoonzoon staat promotie te wachten, binnenkort zal hij ‘inwonend’ bewaker zijn, en krijgt hij een flat in het Centrum. Zijn vrouw wil haar vader meenemen, maar de pottenbakker ziet dat vooralsnog niet erg zitten, hij hangt aan het oude leven, het ambacht. De dochter van de pottenbakker verzint nieuwe nering: ze ontwerpen 6 beeldjes en verven deze en bieden ze aan. Tot hun geluk ziet het Centrum ze zitten en bestelt er twaalfhonderd. Vader en dochter verdiepen zich in nieuwe pottenbakkerstechnieken, ontwerpen mallen, zoeken de juiste samenstelling van het klei, hoop ontvlamt dat het oude leven het niet voorgoed tegen het nieuwe zal moeten afleggen. Nog twee personages spelen een belangrijke rol in hun leven: de aangelopen hond met de naam Gevonden en een weduwe in wie de vader een door hemzelf moedig ontkende interesse heeft.

Een wonderlijk geheim
De eerste proeflichting van de beeldjes wordt uiteindelijk niet voldoende geacht, de vader verhuist mee naar het Centrum, omdat alleen achterblijven op de pottenbakkerij geen optie is. In het Centrum blijkt op zekere dag een wonderlijk geheim te zijn ontdekt, de vader waagt zich in de spelonken van het enorme gebouw en ontdekt wat de leiding angstvallig tracht te verhelen: zes lijken, vastgeklonken, kijkend naar een muur, ergens achter hun rug de resten van een vuur. Meteen is duidelijk: de Grot van Plato, deze mensen zagen alleen hun schaduwen. Vader , dochter en schoonzoon keren spoorslags terug naar de pottenbakkerij, het oude leven, de weduwe en de vader consumeren hun liefde. Een nieuwe toekomst. Punt. José Saramago schetst in deze allegorische vertelling de verwording van de moderne mens: de nieuwe wereld waarin alles op consumptie gericht is, de verzorging van de wieg tot het graf krijgt gestalte in het Centrum: ‘Dit is de gelegenheid om te verklaren dat de wegen van het Centrum ondoorgrondelijk zijn, wat het aan de ene kant wegneemt, geeft het er aan de andere kant bij, Als ik me niet vergis wordt dat van die ondoorgrondelijke wegen gezegd van God, merkte Cipriano Algor op, Dat komt vandaag de dag praktisch op hetzelfde neer, ik overdrijf niet als ik zeg dat het Centrum, als de perfecte distributeur van materieel en geestelijk goed die het is, uit zichzelf en in zichzelf, uit pure noodzaak, iets heeft voortgebracht dat, hoewel bepaalde, gevoeliger vormen van orthodoxie hier aanstoot aan kunnen nemen, van goddelijke aard is, […]

De gevangenis als evenbeeld van het gewone denken
Dit monstrum van efficiëntie staat eigenlijk heel schematisch tegenover het huishouden van de pottenbakker en zijn dochter, een liefde op afstand en een aangelopen hond. Saramago verhult in zijn parabel niets, hij is de alwetende verteller die de lezer meldt wat de hond voor gedachten heeft bij de bezigheden van zijn baas, de schrijver spreekt de lezer aan en gooit er wat beschouwingen doorheen die van geen van de personages komen. De Nobelprijs winnaar heeft niet de minste uit de kast gehaald om de doodsheid van de nieuwe wereld aan de kaak te stellen: Plato en zijn Grot. En van de schrijver hoef je het heus niet op te gaan zoeken, in het motto laat hij weten wat de bedoeling is: ‘Een vreemd tafereel beschrijf je daar, en vreemde gevangenen, Ze lijken op ons. Plato, Politeia, Boek VII’ (voor meer: home.student.utwente.nl/j.w.dijkshoorn/grotefilosofen/plato/grot.html )De uitgever doet er een schepje bovenop: de Portugese titel A Caverna komt op het omslag als Het schijnbestaan. De moderne wereld ontneemt de mens het echte leven en leert hem genoegen te nemen met een suggestie. Deze wereld is ingesteld op het bevredigen van wat deze moderne mens denkt dat zijn verlangens zijn. In het Centrum gaan bezoekers naar een ruimte waar ze een illusie van het weer kunnen krijgen: ‘Toen keerden we om en meteen begon het te sneeuwen, eerst hier en daar wat vlokken als katoenpluizen, daarna steeds dikkere, ze vielen voor ons neer als een dicht gordijn waardoor we elkaar nauwelijks meer zagen […] uiteindelijk kwamen we bij de kleedruimte en daar scheen een stralende zon. […]’ Nu is Saramago een communist, dat kan nog in Portugal, en dit boek vormt samen met De stad der blinden en Alle namen een drieluik waarin de schrijver zich kritisch over het tijdsgewricht uitlaat. En een communist is de krachtigste beschimper van consumptie in de kunst. Saramago is de Bertold Brecht van vandaag, hij weigert de lezer vermaak, heeft een boodschap en wil kunst niet aanbieden aan mensen met popcorn in de hand. Vervreemding heeft het volk nodig, ze moeten weten wat er gebeurt, niet in slaap gesust worden door machten met andere belangen. ‘WE ZOUDEN U ALLES VERKOPEN WAT U NODIG HEBT, ALS WE NIET LIEVER HADDEN DAT U NODIG HEEFT WAT WIJ U TE VERKOPEN HEBBEN’ zoals de schrijver zijn analyse van de tijdgeest bondig samenvat in een slogan van het Centrum. We denken vrij te zijn.

Ontketening
Alles in Cipriano Algor, de vader, verzet zich tegen het nieuwe leven, hij verkiest op het bankje naast zijn oven te zitten en vreest niets meer dan een ruimte zonder ramen die open kunnen, maar die verder geheel op gemak is ingesteld. In Alle namen gaat een ondergeschikte van een enorm burgerlijke standarchief ondanks alle voorschriften op zoek naar een persoon achter een fiche, gaat ook weer heel allegorisch op zoek naar de mens achter het nummer. Een kritische houding ten aanzien van de maatschappij komt in dit oeuvre niet bedillerig of zeurderig over, daarvoor is zijn taal te groots, daarvoor zijn Saramago’s literaire middelen te overtuigend. Houd op u door het Centrum van boeken te laten voorzien die u eigenlijk niet wilt lezen. Lees eens iets dat langere tijd bij je blijft, geen overzichtstentoonstelling over bloemen door de eeuwen heen, maar het weerbarstige werk van een kunstenaar.

 

Het schijnbestaan

José Saramago,
vertaald door Maartje de Kort
Meulenhoff 2001

 

Recent

21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

20 november 2017

Het leven ontwijken

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 november 2007

Geloven in een god die niet bestaat
Door Bernadet

Op de titel De kunst van het niets doen reageerden veel mensen met: ‘Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen.’ Daar ging het boek echter niet over. Het ging over Taoïsme en de gebeurtenissen in je leven op je af laten komen, van alle kanten bekijken, en dan weer verder gaan met leven.

Lees meer