29 september 2014

's Middags zwem ik in de Noordzee – Wim Brands

Situaties waar je niet omheen kunt

Recensie door Maarten Buser

Wie Wim Brands’ vorige dichtbundels heeft gelezen, zal verrast worden door ’s Middags zwem ik in de Noordzee. Enerzijds doen de stijl en toon vertrouwd aan. Anderzijds verschilt deze achtste bundel op diverse vlakken van zijn directe voorganger Neem me mee, zei de hond (2010). Niet dat er een aardverschuiving heeft plaatsgevonden, maar Brands’ gedichten zijn opener geworden, minder mysterieus. Realisme verdringt steeds meer het licht-surreële uit eerder werk. Situaties zoals die met de giraffe uit Ruimtevaart (2005) zijn nu echt verleden tijd. (‘De giraffe komt van Neptunus. / Hij daalde af op een lange, / snelle roltrap. / De giraffe kan goed dansen.‘)

Even een flashback naar 2010: in dat jaar verscheen de bundel waarin Brands’ stijl een kwalitatief hoogtepunt bereikt. In Neem me mee, zei de hond staan anekdotische gedichten in perfect heldere taal, maar ze zijn alsnog mysterieus. Een hond spreekt iemand toe. Het blijkt dat je engelen door de telefoon kunt horen. De compactheid versterkt het mysterieuze van de gedichten: je kon een idee krijgen van de behandelde abstractere thema’s als het stadsleven of de dood, maar de beschreven situaties bleven verrassend en intrigerend, ook bij herlezing:

Sinds vanochtend weet ik dat engelen soms verdwijnen.
Mijn beschermengel was laat. Ik zat al in de bus toen ik hem
pas zag, ineengedoken op de schouder van een oude man.
Ik ga dadelijk, zei hij, bij de volgende halte ga ik. Ik mocht je.
Ik jou ook – en ik keek ongelovig en haalde mijn schouders op:
waarom?
Omdat je te veel hebt gereisd, zei hij, en ik altijd volgde;
Weet je hoeveel kilometers het naar de maan is?
Als engelen dat aantal hebben gevlogen verdwijnen ze.
(Uit: Neem me mee, zei de hond)

In ’s Middags zwem ik in de Noordzee zitten geen engelen of pratende honden. Bovendien bevat de bundel gedichten van soms anderhalve pagina lang. En ook niet geheel onbelangrijk: de gedichten laten zich makkelijker duiden. Ze zijn opener geworden in de zin van: je kunt er beter vat op krijgen. De bundel begint met een gedicht dat nog wel anekdotische aspecten bevat, maar tegelijkertijd opmerkelijk lyrischer is:

In de eerste nacht nadat ik had
gehoord dat je ziek was
schrok ik wakker.

Het waaide buiten. Het waait, zei
jij, die nog geen oog dicht had
gedaan, en je glimlachte.

Ik begreep het pas later.

Wat er ook is, het zal de natuur
een zorg zijn.

Het waait, het waaide – buiten klonk
de troost van de onverschilligheid.

Hoewel er genoeg te genieten valt in ’s Middags zwem ik in de Noordzee, is de bundel toch ook wat onevenwichtig. Dat zit vooral in de afsluitende gedichten, die geschreven werden bij eenzame uitvaarten. Dat zit hem ook eigenlijk wel in het karakter van het soort gedicht. Van de overledene is vaak namelijk weinig bekend, en wat moet je over zo iemand schrijven? Brands’ gedichten worden er wat gisserig door. De ‘ik’, in wie het heel gemakkelijk de dichter tijdens een eenzame uitvaart herkend kan worden, probeert zich een voorstelling van het leven van de overledene te vormen. Dat doet de ‘ik’ door in vragende vorm veronderstellingen te doen over de overledene. Zo vraagt hij zich af of Jan Willemse nog vaak met zijn dochter belde:

Spraken jullie elkaar nog, soms, heb je weleens opgehangen
nadat zij haar naam had genoemd?
Of deed zij dat, na het horen van de jouwe, of alleen je adem?

Op zich fraaie regels, en de wetenschap dat dit een gedicht bij een eenzame uitvaart is suggereert een nog ongemakkelijkere relatie tussen vader en dochter, maar de trefzekerheid gaat enigszins verloren. In een ander gedicht staan regels als ‘Wanneer sprak u voor het laatst iemand? Hoe vaak deed u / boodschappen. Wat zei u in de winkels, wachtte u soms te lang // omdat u verlegen om een gesprek anderen voor liet gaan?‘ Zulke onzekerheden zijn opties, mogelijkheden, terwijl Brands juist op zijn best is als hij pats-boem situaties neerzet waar je eigenlijk niet aan kunt ontkomen.

Evenwel staan er nog genoeg situaties in ’s Middags zwem ik in de Noordzee waar je niet omheen kunt. Een hoogtepunt is het aangrijpende vadergedicht, waarin Brands persoonlijker is dan ooit. Vanuit een opsomming van hoe vaak zijn vader iets heeft gebroken en welke lichaamsdelen precies, ontvouwt zich een ontroerend portret met dito slot:

Hij grijnsde toen hij verderging met
wat hij opeens bleek te
bedenken:

het bakken van een ei. Hij brak
de schaal en gooide een klont boter
op het ei.

Ik zie ons weer staan:
Ik die het niet kon laten om hem te
wijzen op de verkeerde volgorde,

hij met een gezicht waarop een lach
doorbrak die ik niet kon
thuisbrengen:

een te oude dooier die in de plan
glijdt
.

Dat persoonlijke geeft Brands’ poëzie net dat beetje meer gewicht dan zijn minimysteriën. Ook in andere gedichten, zoals in het eerder geciteerde openingsgedicht, laat hij de lezer dichterbij komen. Niet op het niveau dat de ‘ik’ per se de dichter zelf is, maar zoals gezegd, deze gedichten voelen persoonlijker aan dan ooit.

Hoewel niet elke ontwikkeling in Brands’ poëzie uitgekristalliseerd aanvoelt, is ’s Middags zwem ik in de Noordzee over de gehele linie vertrouwd sterk, en tegelijkertijd verrassend. Brands blijft zich duidelijk ontwikkelen, terwijl hij al goed dertig jaar meedraait. Dat maakt je wel weer nieuwsgierig naar zijn volgende worp.

 

 

's Middags zwem ik in de Noordzee
Wim Brands
Verschenen bij: Nieuw Amsterdam
ISBN: 9789046817469
64 pagina's
Prijs: € 19,95

Meer van Maarten Buser:

20 april 2017

Een bundel die afstand schept

Over 'Oden voor komende nacht' van Jacques Hamelink
2 januari 2017

Roman of essaybundel

Over 'Vertrouwde en vreemde dingen' van Teju Cole
11 november 2016

Edward Hopper schilderde geen deur naar buiten

Over 'De eenzame stad' van Olivia Laing

Recent

30 mei 2017

Kunst als antwoord op existentiële vragen

Over 'Zout in de wond' van Jurriaan Benschop
29 mei 2017

Grasduinen in het poëzielandschap van Jozef Deleu

Over 'Het liegend konijn jaargang 15, nr. 1' van Onder redactie van Jozef Deleu
25 mei 2017

De andere kant van het land van beloften

Over 'Amerika, of de verdwenen jongen' van Franz Kafka
24 mei 2017

Het extreemrechtse drama

Over 'Ik had me de wereld anders voorgesteld' van Anil Ramdas
23 mei 2017

De man die niet kon liefhebben

Over 'Een onberispelijke man' van Jane Gardam