18 januari 2016

Ronddolen in een ander leven

Stefan Ruiters

Mijn fantasie brengt me wel eens in een leven dat ik niet leid, maar misschien wel zou willen hebben. Soms is dat een bestaan in een andere tijd. Nooit op een andere planeet of in de toekomst.  Vaak is het een leven dat zich op een andere, aardse plek bevindt. In die andere tijd, soms een voorbije tijd, of in een ander deel van de wereld, leid ik een leven dat in het verlengde van mijn leven ligt. Ik bedoel, ik ben dan niet ineens een vrouw, of veertig jaar ouder. Het komt voort uit een verlangen, een onrust wellicht, de af en toe opspelende wens een andere versie van mezelf te kunnen creëren.

Ik kijk wel eens op National Geographic Channel naar Yukon Gold, over een stel ruige mannen die goud delven in de Canadese wildernis. Die beelden bezorgen me geregeld de kriebels om daarheen te willen verhuizen. Naar waar zoveel meer bomen, bergen en dieren dan mensen zijn.

Deze week werd deze fantasie geprikkeld door het verplaatsen van een paar honderd boeken, voornamelijk kunst- en architectuurboeken naar een nieuwe kast die mijn vader voor me had gebouwd.

Zo verhuisde ik van de oude kast naar die nieuwe kast een boek over de kunstenaar Willem den Ouden die de rivier de Waal als thema van veel van zijn tekeningen, schilderijen en etsen heeft en daar ergens langs de oevers van de Waal ook woont. De lage horizon, de panoramische blik, de majestueuze luchten: je waant je in een leeg land waar de mens afwezig is. Daar wil ik wel ronddolen. Net zoals in dat verruimende boek van Auke van der Woud. Het lege land, over de ruimtelijke ordening van Nederland in de negentiende eeuw. De woeste gronden, de moerassige velden met hun nachtelijke spookverhalen en overdagse weidsheid, maken me een schilder die er op uittrekt met zijn schetsboek om dit alles vast te leggen, de goudgele horizon, de paarse heide en de silhouetten van kale bomen.

Ik weet het, het is een romantisch beeld en ik ban of wis de expanderende mens met zijn voortschrijdende techniek uit mijn schildering zoals vele kunstenaars dat deden.

Oorzaak van mijn onrealistische en unzeitgemässe wereldbeeld is wel oeraanjager Boudewijn Büch. Hij bezocht verre eilanden en vergeten plekken op aarde, altijd verrijkt met een historische anekdote of een particuliere passie over een uitgestorven beest, megalomane schrijver of foute generaal. De aarde en de geschiedenis was zijn speeltuin. Als ik aan Büch denk of een boek van hem pak, springt er zo af en toe een sprankje van zijn enthousiasme op me over en wens ik me voor even een wereldreiziger, pendelend tussen mijn boekenkasten.

Ooit werkte ik in een groot Amsterdams antiquariaat waar Boudewijn Büch wel eens boeken kocht. Op zolder, waar geen klanten, mochten komen, was ik boeken aan het wegzetten op het gebied van antropologie, wetenschap en reizen. De radio stond aan. De deur ging open en daar stond Boudewijn Büch, krabbelde in zijn haar, mompelde iets van ‘hallo’ en op dat moment schalde Angie van de Rolling Stones uit de luidsprekers. Volgens mij hoorde Mick Jagger-fan Büch het niet eens, opgaand in zijn speurtocht naar interessante publicaties.

 

Recent

21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

20 maart 2017

De zee in Tilburg

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 maart 2007

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden. Niet bevroedend dat hij elke dag door een bewonderend oog werd vastgepind op de weg die hem van de kazerne naar het bureel voerde stapte soldaat Brû, die in het algemeen nergens aan dacht, maar als hij dat toch deed dan het liefst aan de slag bij Jena, stapte soldaat Brû voort met de onbevangenheid van een niet-bewuste. Met zijn niet bewust grijsblauwe ogen en zijn niet bewust elegant omwikkelde beenkappen droeg soldaat Brû heel naïef al het nodige met zich mee om in de smaak te vallen bij een jongejuffrouw die niet helemaal jong meer was en ook niet helemaal juffrouw. Het ontging hem.

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden.

Lees meer