28 juni 2016

Retorische strijdmakkers

Door Stefan Ruiters

Vandaag kreeg ik weer de vraag van iemand die naar de vierduizend boeken keek die ik in mijn boekhandel aan huis heb staan: ‘En, heb je alle boeken gelezen?’ Ik geef nog netjes antwoord ook elke keer. Typisch een vraag van een niet-lezer. Waarschijnlijk stel ik net zulke domme vragen aan iemand die bijvoorbeeld fiscalist is of in aandelen doet.

Ik lees gemiddeld twee boeken per maand en, nou ja, eigenlijk, om eerlijk te zijn, lees ik er geen een uit. Wel lees ik een paar boeken tegelijk. Ik laat me leiden door de verleidingen van de intertekstualiteit van boeken. Als ik in bijvoorbeeld een boek van Friedrich Nietzsche begin, lees ik ook een stuk uit de biografie van Safranski en door Safranski lees ik ook weer iets van Sloterdijk en door Sloterdijk weer iets van Heidegger of Paul Celan en door Paul Celan pak ik een boek van de kunstenaar Anselm Kiefer en die brengt me weer bij een essaybundel van een kunstcriticus die … en zo houdt het gelukkig nooit op.

Ik kwam tijdens mijn studietijd iemand – beter gezegd: een fenomeen – tegen waarvan je het intimiderende idee had dat hij ook echt alles las wat in zijn huis stond. En daar stond heul veul, heb ik eens mogen aanschouwen tijdens een studieborrel bij hem thuis. Hij stond erom bekend weinig te slapen, om zoveel mogelijk te lezen, te schrijven ook. Ik kreeg van hem het werkcollege Betogend schrijven aan de UvA, ergens halverwege de jaren negentig. Das Phänomen heette Michaël Zeeman, een ook weer veels te vroeg gestorven man der letteren. Dichter, romancier, journalist, tv-presentator (Zeeman met boeken) en docent, al was hij dat bij een studie die hij eigenlijk niet bliefde las ik in een necrologie van Carel Peeters over Zeeman: Culturele Studies (of die Carel Peeters niet bliefde).

Ik, jongen uit de nieuwbouwwijken van het Noord-Hollandse Huizen, zonder enige noemenswaardige culturele achtergrond, durfde bijna geen zin uit te brengen tijdens de colleges van Zeeman. Wat kon ik voor zinnings zeggen? Bij zijn eruditie, zijn kamervullende gestalte, zijn bassende stem, ik verbleekte erbij. Volgens mij las ik Ave verum corpus van Désanne van Brederode en moest daar een recensie over schrijven. Ik denk dat hij over zijn hart heeft gestreken, een onvoldoende werd toch een voldoende.

In die tijd lag hij verbaal nogal in de clinch met enfant terrible Theo van Gogh. Sla ik mijn vrouw wel hard genoeg, was de titel van een van Van Goghs boeken, refererend aan de roddel dat Zeeman zijn vrouw fysiek onheus had behandeld. Ik was niet tegen Zeeman, maar vooral een fan van Van Gogh en dan vooral van zijn polemiserende pen. Naast films maken, kon hij polemieken schrijven die hem een regelrechte nazaat maakte van de hoestende en veroordelende literator uit Parijs, Willem Frederik Hermans. Enfin, de jaren negentig, de fitties waren toen niet van de lucht. Maar ze zijn dood, Zeeman, Van Gogh, Hermans. Opgestegen naar de Parnassus voor een eeuwigdurende retorische strijd.

 

 

Recent

21 juli 2017

Vast in het ijs

19 juli 2017

Kijk, lees en geniet!

17 juli 2017

Terug naar vroeger

10 juli 2017

Ongewone intensiteit

Literair Nederland - 10 jaar geleden

30 juli 2007

De twaalfjarige Alice Winston woont met haar ouders in een afgelegen huis in Desert Valley. Haar moeder is na de geboorte van Alice in bed gekorpen en komt er zelden meer uit. Haar vader probeert met veel pijn en moeite een paardenfokkerij draaiende te houden. Zus Nona, de lieveling van haar vader, is er een half jaar geleden vandoor gegaan met een rodeorijder.

Alice is een stil en teruggetrokken meisje, erg eenzaam ook, ze heeft geen vriendinnen. Ze mist haar zus verschrikkelijk.

"Ik wilde Valerie vertellen dat mijn zus ons niet belde, dat ze haast nooit schreef, dat ik me 's nachts in de stille donkere uren probeerde voor te stellen wat er in haar leven gebeurde, wat er zo opwindend en belangrijk was dat ze ons helemaal vergat en ons door het leven liet zwalken zonder haar."

Lees meer