24 november 2015

Reizen langs boekruggen

Door Stefan Ruiters

We zitten weer voor zijn boekenkast, de heer F. en ik. Twee uur lang. Buiten vallen de bladeren van de bomen. Het is begin november 2015. Ik heb alle tijd om rond te kijken, maar moet wel opletten. Elk moment kan er beslist worden of een boek terug de kast in gaat of dat ik het kan meenemen. Langzaam schuiven we langs de kasten die de meterslange muur beslaat. De reis langs de soms grijze, bruine maar ook vaak kleurige ruggen, verloopt rustig en ingekeerd.

Het selectieproces is een mentale krachtsinspanning zie ik aan de kunsthistoricus. Elk boek behelst voor hem een ontmoeting, een anekdote, een referentie naar zijn tijd als museumdirecteur. Het literaire, politieke en historische deel van de collectie is al gewikt en gewogen. We passeren decennia stromingen. Kunstenaars die de geschiedenis stutten – Alberto Giacometti, Marcel Duchamp, Kurt Schwitters, Mondriaan, en waarmee heer F. gewerkt heeft: Markus Lüpertz, Donald Judd, Carl Andre, Joseph Beuys. Hij heeft tentoonstellingen met ze gemaakt en teksten over hen geschreven. ‘Maar ik zie ze steeds minder’. En met ‘ze’ bedoelt hij de grote kunstenaars van de afgelopen decennia. Gerhard Richter bij voorbeeld, maar ook Georg Baselitz. Ik zie een analogie met het jaargetijde, maar houd het voor me. Ooit kunstenaarsvrienden, maar nu op gevorderde leeftijd neemt met de tijd de afstand weer toe.

Ik zeg: ‘Ook zoiets als vriendschap is gebaseerd op een gedeeld eigenbelang.’ De heer F. kijkt me met een vrolijke frons aan maar zegt verder niets. Nu veel kunstenaars waarmee hij verkeerde dood – of al een tijd lang gearriveerde personen in de kunst –  zijn, is de noodzaak tot samenwerking minder groot. ‘Ik wil nu met jonge kunstenaars werken.’ Prachtige kunstenaarsboeken van Per Kirkeby, Sigmar Polke, Carl  Andre, Katherina Sieverding, Marcel Broodthaers en A.R. Penck gaan door onze handen. Vooral die van Penck lijken wel schetsboeken, de zoektocht en onderzoek naar het kunstwerk waren in de jaren zeventig belangrijker dan het uiteindelijke resultaat. Vooral de tijd in het Van Abbemuseum uit de jaren zeventig en tachtig is in zijn studeerkamer goed vertegenwoordigd op de planken. Hij wijst naar een muur naast de deur waar een lage boekenkast staat. Aan de muur hangen portretten en werken van zijn idolen: Goethe, Beuys, Rembrandt, Kirkeby. Zelfs hij heeft idolen. Tuurlijk, iedereen heeft ze. Inspiratiebronnen.  Ik denk aan een paar mensen die ik als voorbeeld zag, van vroeger tot nu: Marco van Basten, Salvador Dalí, Vincent van Gogh en Friedrich Nietzsche. Ik kan er nog wel een paar noemen die me bijvoorbeeld aan het lezen kregen in mijn jeugd: Simon Vestdijk, Maarten ’t Hart, Heere Heeresma, Jan Wolkers. En de leraren die me de interesse voor literatuur en geschiedenis bijbrachten op de middelbare school.

Ineens hoor ik: ‘Kun je een dichtbundel voor me regelen van Hans Faverey? Een paperback van zijn Verzamelde gedichten, 3e druk, 1990. Voor op reis. Dank je wel.’

 

 

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

04 juni 2007

"In Weg met het deeltijdfeminisme! is het meest urgente uit Mees’ columns over vrouwen, ambitie en werk bijeengebracht."

"In Weg met het deeltijdfeminisme! is het meest urgente uit Mees’ columns over vrouwen, ambitie en werk bijeengebracht."

Maar wat is voor Heleen Mees het meest urgente?

Zij stelt dat in Nederlands te veel hoogopgeleide vrouwen werken in deeltijd,in inferieure banen blijven steken en zelf het leeuwendeel van het huishouden doen.

Mees vergelijkt de Nederlandse vrouw met de Amerikaanse vrouw (Mees woont in New York) Deze werken 36 uur per week tegenover de Nederlandse vrouw die 24 uur per week werkt.

Lees meer