23 april 2009

Recensie 'Wij' – Elvis Peeters

‘De buitenwereld leek grauw als het leven van mijn vader.’

Door Patrick Bassant

Ik herinner me de eerste stickertjes met ‘WARNING EXPLICIT LYRICS’ op cd’s. Tipper Gore, de vrouw van toenmalig vice-president Al, had ‘family values’, ? Christelijke wel te verstaan ? hoog in het vaandel staan en probeerde de Amerikaanse jeugd te beschermen tegen de geile en boze negers die in gangster-style rapten over geweld en gratuite seks, tegen de langharige blanke griezels die volstrekt onverstaanbare dingen brulden over Satan in combinatie met willekeurige slierten darm. Het lijkt wel een eeuwigheid geleden dat wij ons daar druk om maakten. ‘Wij’ was in dezen Ice T vanuit een of andere ghetto in LA en ik op een keurige middelbare school nabij Amsterdam.

Deze recensie begint al met ‘ik herinner me.’ Ik ben gewoon op basis van mijn leeftijd (31 jaar) niet in staat mij te identificeren met de pubers die de hoofdrol spelen in het nieuwe boek van Elvis Peeters. Op de kaft zit een stickertje ‘WAARSCHUWING EXPLICIETE ROMAN’ waardoor ik moest grinniken en dacht aan 1992, toen ikzelf ongeveer de leeftijd had van de personages in dit boek. Dat komt dan goed uit, zou je denken, dan zit het met die identificatie wel snor. Alleen, Wij is geen normale Bildungsroman over de verwarrende en onzekere puberteit.

Wij is een snoeiharde, meedogenloze motherfucker van een boek. Acht jongeren zetten zich af tegen de volwassen wereld waar ze nog geen deel van mogen uitmaken, ontdekken hun seksualiteit en vervelen zich te pletter. Tot dusver niets bijzonders. Maar deze jongeren zetten zich af, ontdekken en vervelen zich met een intensiteit die zo ver gaat dat de rillingen over je rug lopen. Peeters heeft de sadistische wreedheid en het nihilisme van de jeugd uitvergroot tot angstaanjagende proporties. En tegelijkertijd hóóp je dat hij het opgeblazen heeft, dat het fictie is, dat Peeters’ fantasie met hem op de loop is gegaan. Want ergens spoken de krantenberichten door je hoofd waarin soortgelijke gebeurtenissen worden vermeld.

Vier jongens, vier meisjes vormen een geheim clubje, compleet met verlaten schuur waar nooit pottenkijkers komen. Ze gebruiken deze schuur aanvankelijk als plek om zich af te sluiten van de wereld. Later beginnen ze elkaars lichamen te ontdekken en is de schuur hun experimenteerplek. Daarna is de schuur de uitvalsbasis voor hun gewelddadige penetratie van de buitenwereld. Ze beginnen met spelletjes als ‘raad eens wat ik in een van je holtes stop’, en het ontspoort richting sadisme, prostitutie en vermoorden-zonder-een-moordenaar-te-zijn.

Er lijkt in dit boek geen sprake te zijn van geweld als gevolg van zwarte macabere romantiek ? het geweld van jonge terroristen dat we nog kunnen begrijpen of af kunnen doen als godsdienstwaan. Ook niet als groots en meeslepend gebaar om zich af te zetten tegen de volwassen wereld. De jongeren verantwoorden zich op niet andere wijze dan met ontdekkingslust. Vanuit de verveling, het in warme zomers lamlendig in de schuur bedenken wat ze nu eens uit kunnen proberen, verleggen ze grenzen. ‘Wij houden van de spelletjes die we doen, waarom doen we ze anders?’ (p. 49) Je zou het nihilistisch kunnen noemen, maar de jongeren zelf zullen daar geen genoegen mee nemen. Zij wijzen dit soort etiketten af, zij hebben de zuivere rede van Kant opzijgezet voor de zuivere riedel van de glibberige hiphopper Kanye West. ‘Wij waren jong, niet pervers.’ (p.19)

Deze door bloed en zaad verbonden groepsleden ‘genoten ervan te zijn wie wij waren, onervaren en onverantwoord’ (p. 24) en nemen wraak op de volwassen wereld die ze niet toelaat omdat ze te jong zouden zijn. Ze bewijzen echter dat ze voor veel volwassen acties helemaal niet te jong zijn ? seks, voortplanting, prostitutie, zwendel en diefstal: ‘We bewogen ons als roofvissen in het water der volwassenen, ze hadden niets door.’ (p. 78)
Het boek is op z’n best in de onderlinge confrontaties binnen de groep van acht. Als later in het boek een van de jongens zich meer en meer begint te ontpoppen tot loverboy en klein crimineeltje wordt de beslotenheid van de groep opengebroken en wordt het verhaal door de vermenging met de wereld van de volwassen criminelen minder intens en wat ongeloofwaardig. Niet dat de geloofwaardigheid van belang is. Als één van de meisjes sterft na een experiment met een ijspegel, zien de achterblijvers dat als verraad van het meisje, en de schuldvraag (een woord dat niet in hun woordenboek voor zal komen) wordt afgedaan met ‘er viel niets aan te doen, we zouden haar missen’ (p. 85). Zeven jongeren die na de dood van een vriendin besluiten dat er niemand iets te verwijten viel, de schouders ophalen en doorgaan is in elk werkelijk geval ongeloofwaardig, maar binnen dit boek klopt het geheel. Je kan ze cynisch noemen, of autistisch, of psychopathisch, maar eigenlijk gaan ze consequent door waar ze mee bezig waren: ‘Wij deden maar wat, alles waar leven ons toe uitnodigde. … Grote woorden, ik weet het, maar zo voelde het. Niemand van ons had het idee dat hij overdreef.’ (p. 113)

Het boek eindigt met een scène waarin een hond niet afgemaakt wordt, een ochtend in de schuur waarop men te verveeld was om te neuken en de afsluiter ‘de wereld ligt aan onze voeten.’ Ik weet het niet helemaal zeker, maar misschien is dit een glorieus einde, de afsluiting van twee of drie intensieve puberjaren als rite de passage naar de volwassenheid. Het is mooi geweest, nu gaan we verder.

Volgens mij schuimt in elk puberlichaam de mogelijkheid ontzettend te ontsporen. Peeters zet acht pubers bij elkaar en laat ze op vreselijke wijze escaleren. Dit boek is zo goed omdat het in zijn overtrokkenheid juist zo realistisch is. Een puber zal altijd grenzen willen verschuiven, heeft een vooralsnog slecht ontwikkeld geweten, en als ze met z’n achten zijn, heb je een kruitvat van jewelste. Elke puber die zich beperkt tot gangbangen in een kelderbox, comazuipen of breezerseks is een lieverdje, als je bij Peeters huiverend leest wat hij of zij ook zou kunnen uitvreten.

Elvis Peeters, Wij. Podium, 2009. € 16,50.

Meer van :

17 augustus 2017

Gedichten die op afstand blijven maar ook weten te ontroeren

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník

Recent

7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden
4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist
2 augustus 2017

Jannie Regnerus gebruikt geen woord te veel

Over 'Nachtschrijver' van Jannie Regnerus
31 juli 2017

Het gitzwarte leven

Over 'Noordwaarts' van Naomi Rebekka Boekwijt
28 juli 2017

Het lot van een niet-joodse jood

Over 'Buster Kafka' van Martin Schouten

Verwant