2 juni 2010

Recensie: Wij drieën – Julia Blackburn

Recensie door: Karel Wasch

Recensie door Karel Wasch

Wie het boek Wij drieën van Julia Blackburn wil lezen moet wel wat gewend zijn. De autobiografie van deze schrijfster is een mengeling geworden van bizarre dagboekfragmenten, herinneringen en flarden van brieven.
Daarnaast zijn er in cursief veel dromen opgenomen van de schrijfster. Julia Blackburn publiceerde eerder zes romans waarvan er twee werden genomineerd voor de prestigieuze Orange Prize.

Thomas Blackburn(1916-1977), de vader van Julia, is een van de drie hoofdrolspelers in het drama. Hij was een redelijk bekende dichter, hoewel hij nooit echt doorbrak in Engeland. Om in zijn onderhoud te voorzien gaf hij les aan een school en later colleges in Engelse literatuur. Er is iets mis met deze man, dat hebben we vrij snel in de gaten. Julia geeft in het hoofdstuk Een etentje in het begin van het verhaal een beeld van haar vader. Inmiddels is hij gescheiden van haar moeder en woont hij bij zijn derde vrouw:
(…)Mijn vader doemt op en ik hoor zijn venijnige hoest. Hij opent de deur. Hij ziet bleek door de pillen en de katers. Zijn bril staat op het puntje van zijn neus en hij kijkt er met een scheve glimlach overheen, een glimlach die al scheef is sinds hij een eeuwigheid geleden over een hoog en puntig hek klom en met zijn bovenlip achter een van de spijlen bleef haken.(…)Wat volgt is een ‘etentje’ dat ongelofelijk uit de hand loopt. Er zijn twee andere echtparen uitgenodigd en Thomas Blackburn gaat als een bezetene drinken. Hierna scheldt hij op alles en iedereen. (…)’Jullie zijn een stel hypocriete zeikerds!’ zegt hij tegen zijn gasten. Het gezelschap verlaat gegeneerd het huisje. Julia is niet verbaasd of gegeneerd. Ze is er gewoon aan gewend dat haar vader zich in gezelschap zo gedraagt.

Een aantal hoofdstukken verderop wordt de moeder Rosalie de Meric (1916-1999) ten tonele gevoerd. Een flirtzieke schilderes, die bezeten is door sex. Ze schildert half surrealistisch, half abstract, maar verkoopt bijna nooit een doek en heeft een bizarre verhouding met Thomas Blackburn. Midden in de nacht wordt Julia angstig wakker door het geschreeuw van haar ouders. De vader wil steevast de moeder in elkaar slaan. Julia gaat dan uit bed en beschermt haar moeder met haar lichaam. We komen te weten dat Thomas verkeerde antidepressiva slikt om zijn angsten te beteugelen en deze pillen vallen erg slecht in combinatie met alcohol. Hij is alcoholist en deze ‘combi’ leidt tot ongecontroleerde agressieve uitbarstingen. De ouders van Thomas Blackburn waren godsdienstwaanzinnig en de arme Thomas kreeg tegen natte dromen ’s nachts een stalen korset aangemeten om zijn geslacht te beteugelen. Hierdoor raakte Thomas- begrijpelijkerwijze- gefrustreerd.
Het onherroepelijke gebeurt en na 14 jaar ruzie gaat het echtpaar scheiden. Voor Julia breken nu bizarre jaren aan. Ze blijft bij haar moeder wonen, voor wie ze bang is. Vreemd genoeg veel meer dan voor haar vader. Moeder praat tegen haar steeds over sex en of het jonge meisje het al wil doen of dat ze wil leren zich te bevredigen. Dat is voor een kind als Julia kennelijk bedreigender dan het geweld van haar vader. Er komen commensalen in huis, die moeder stuk voor stuk probeert te verleiden. Ze ziet in Julia een concurrente terwijl Julia niet begrijpt waar het over gaat. Bij de laatste huurder gaat het dan mis. Hij, ene Geoffrey, is schilder, twee maal gescheiden en krijgt een verhouding met Rosalie, maar is heimelijk verliefd op Julia.

De vader trekt in bij Peggy en deze vrouw heeft een aan heroïne verslaafde zoon, die met een prostituee is getrouwd. ’Hij is getrouwd met een zwarte prostituee, na een voodooceremonie, dus maak je borst maar nat!’
Thomas beschuldigt de jongen ervan, dat hij geld heeft gestolen van Peggy en uiteindelijk pleegt de jongen zelfmoord. Julia geeft haar studie op na allerhande verhoudingen met mannen en belandt in de armen van de veel oudere Geoffrey, maar hij pleegt zelfmoord. We hebben eigenlijk genoeg ellende over ons gekregen, maar moeten nog door het sterfbed van moeder heen, die iets van sympathie voor haar dochter weet te tonen. De vader is inmiddels ook naar eeuwige jachtvelden verhuisd na een complete overgave aan Koning Alcohol. Dat het met Julia nog betrekkelijk goed afloopt mag een wonder heten. Ze trouwt met een Nederlander en leeft nog lang en gelukkig. Op dit moment is ze in Nederland om haar boek te promoten. Een boek over de gefrustreerde jaren ’50, gevolgd door de te losse jaren ’60 en ’70. En over een weerloos kind dat uiteindelijk eieren voor haar geld kiest en schrijfster wordt. Huiveringwekkend.

Wij drieën

Auteur: Julia Blackburn
Vertaald door: Paul van der Lecq
Verschijnt bij: Uitgeverij De Bezige Bij (2010)
Prijs: € 19,90

Recensie: Wij drieën
Julia Blackburn
ISBN: 9789023450207

Meer van Karel Wasch:

11 april 2017

Rauw verhaal in het zompige zuiden van de States

Over 'De ballade van het treurige café' van Carson McCullers
22 februari 2017

Het lot bepaalt het verhaal

Over 'Inham' van Cynan Jones
6 december 2016

Terug naar Gozo

Over 'Retour Calypso' van Matthijs Eijgelshoven

Recent

20 oktober 2017

Soepel en licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken
13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong

Verwant

2 juni 2010

Een smaakvol maal, opgediend onder het waakzaam oog van een gewetensvolle bedrijfsleider

Over 'Laatste avond in de Lobster' van Julia Blackburn
2 juni 2010

Recensie door: Rein Swart

Over 'Recensie: Sneeuwengelen ' van Julia Blackburn