Recensie: Twaalf keer tucht – Anna Enquist

Recensie door: Lodewijk Lasschuijt

Het is niet raadzaam om de nieuwe verhalenbundel van Anna Enquist in één adem uit te lezen. Het is beslist geen bladzijdendraaier. Je moet de verhalen lezen, herlezen, overdenken en je moet er met anderen over praten. De verhalen verdienen dat, ze hebben vaak een onverwacht einde en er zijn ook verrassende wendingen. Er zijn in sommige verhalen overeenkomsten te ontdekken met de beste verhalen van Roald Dahl. Op een indringende wijze worden de gebeurtenissen rond het grote bombardement van Rotterdam, met daarbij de teloorgang van Diergaarde Blijdorp, bij ons in herinnering gebracht. Tragiek voor mens en dier.

Zoals we dat van Enquist gewend zijn, speelt ook muziek een belangrijke rol, zoals in Alma, waarin de bijzondere relatie tussen Gustav Mahler en zijn vrouw wordt belicht. Zelf een uitstekend pianiste cijfert zij zich weg en zorgt voor de weldadige stilte waarin zijn wonderbaarlijke muziek kan ontstaan. Het samenzijn met de gecompliceerde componist verloopt vaak stormachtig. Hij beweert geen noot meer te zullen schrijven die niet door Alma is geïnspireerd en zij wijdde haar leven aan hem. Maar toch heeft Alma zelf ook haar eigen ambities, zeker op muzikaal gebied.

Er is een heel kort maar niettemin aangrijpend verhaal, over de zuster van Mozart waarin wordt omschreven hoe haar broertje naar de piano schuifelt als hij nog maar nauwelijks lopen kan. De kinderen Mozart worden door hun vader getraind als circuspaarden hetgeen mede door hun grote talent leidt tot muzikale wonderen.

Heel duidelijk wordt door Enquist geschetst, in het verhaal De muzikant, welk een passie en discipline er nodig is om te komen tot redelijke prestaties als cellist in een orkest. Hier is sprake van tucht. Alles wordt ondergeschikt gemaakt aan de carrière. Dagelijks moeten er eindeloos bewegingen worden ingeslepen en soms moet een verbaasde en minachtende blik van een dirigent worden verdragen. Maar het is de moeite waard en de klanken bloeien open en er wordt in een strijkkwartet een heilige ruimte van melodieën opgetrokken. Is de ouder wordende musicus wel bestand tegen de grote lichamelijke en geestelijke inspanningen?

Het is duidelijk dat Enquist in haar werk als psychoanalytica gewend is om goed waar te nemen. Niet alleen mensen maar ook schilderijen. Ze merkt op, en dat is de moeite van het onthouden waard: ”Je moet altijd op zoek gaan naar wat er onder het direct zichtbare ligt”. Het zelfde geldt voor gedichten waar zij steeds speurt naar verwantschap en voorbeelden. Bij het bekijken van de schilderijen van Co Westerik voelt zij ontzag en bewondering en zij weet dat op een bewonderingwaardige wijze tot uitdrukking te brengen. In een korte passage brengt zij het overlijden van haar dochter ter sprake waarbij zij dit in verband brengt met het schilderij van Westerik dat hij heeft genoemd: En regardant le désastre. Beiden hebben een dergelijk désastre meegemaakt. Fenna, Westerik`s vrouw zegt dan: ‘Je moet werken, elke dag, dat is je enige redding’. In een prachtig gedicht Sectie geeft zij uitdrukking aan haar verdriet. Zij zegt: ‘De muziek is een middel geworden om de dagen te vullen en de blik op een vernauwde toekomst te handhaven’.

In het verhaal Toccata komt de moeizame relatie met de muziek van Schuman ter sprake. Enquist heeft zich er naar eigen zeggen te pletter op gestudeerd maar het liet vreugdevolle herinneringen na. Nu ja, dan weet je tenminste waar je het voor doet, ook amateurmusici zullen hier iets in herkennen.

In een beschouwing over het werk van Gerard Reve vertelt zij dat, een werk van Letterkunde, zoals Reve dat noemde, slechts aangrijpt en beklijft, als het getuigt van hunkering en verlangen. Zij gedenkt hem met dankbaarheid.

Anna Enquist is veelzijdig, schrijver, dichter, psychoanalytica en pianiste. In het dagelijkse, soms hectische bestaan, is het een weldaad uit de chaos getild te worden door haar verhalen.

Twaalf keer tucht

Auteur: Anna Enquist
Verschenen bij: Uitgeverij De Arbeiderspers
Prijs: € 15,-

Recent

15 oktober 2018

Ervaringen van een gewezen grenswachter

Over 'De streep wordt een rivier' van Francisco Cantú
12 oktober 2018

Gedichten als beeldhouwwerken

Over 'Nachtboot' van Maria Barnas
11 oktober 2018

Een breekbaar geluk

Over 'Een soort geluk' van Peter Abelsen
10 oktober 2018

Carel Peeters ‘leest’ twintig literaire tekenaars

Over 'Het eigenwijze potlood (2018)' van Carel Peeters
9 oktober 2018

Poepluiers, pillen en puberliefde

Over 'Zomervacht' van Jaap Robben

Verwant