1 februari 2011

Tante Roosje – Paul Glaser

Een begenadigd verteller

Recensie door Lodewijk Lasschuijt

We hangen aan zijn lippen. Paul Glaser is een begenadigd verteller en tijdens zijn lezing in het auditorium van het Joods Historisch Museum op 23 januari 2011, zijn alle plaatsen tot de laatste stoel bezet. Uitvoerig gaat hij in op de belevenissen van de zuster van zijn vader, tante Roosje, zoals die ook zijn verwoord in zijn gelijknamige boek. Er heerst een sfeer van saamhorigheid. Het betoog is glashelder en onderhoudend en wordt toegelicht door dia’s en filmbeelden. Het is duidelijk dat de auteur het als een roeping heeft ervaren om de onthutsende belevenissen van zijn tante aan de vergetelheid te ontrukken. In de loop der jaren verzamelde hij talloze brieven, gedichten, foto’s en dagboeken. Ook deed hij veel onderzoek in archieven van verschillende overheidsinstanties o.a. het NIOD. Wanneer Glaser voorleest uit brieven van Roosje en gedichten citeert, zijn de toehoorders stil en ontroerd. In de pauze signeert de auteur de vele aangekochte exemplaren en voorziet ze allen van een passende boodschap.  Na afloop van de lezing is er nog gelegenheid om de tentoonstelling Wie niet weg is, is gezien in het museum te bezichtigen. Hier wordt een beeld weergegeven van joods Nederland na 1945, hoe de joden na de oorlog hun leven weer oppakten. Aanbevolen, zeer de moeite waard.

Tante Roosje
Het is hoogst onwaarschijnlijk dat Paul Glaser voor zijn boek Tante Roosje wordt voorgedragen voor de Nobelprijs voor de literatuur en ook op de shortlist van enige Nederlandse literatuurprijs zal zijn naam wel niet voorkomen. Maar, en nu komt het, het eenmaal opengeslagen boek zal door de lezer niet eerder worden weggelegd dan na lezing van de laatste bladzijde en wel met een diepe zucht en misschien een traan. Tijdens het lezen strijden emoties als woede, verontwaardiging, verbazing en ontroering om de voorrang. Het boek is een verslag, een relaas, in chronologische volgorde, van het veelbewogen leven van de tante van Paul Glaser.

Zij wordt geboren in Kleef, als kind van welgestelde ouders, en later als het de joodse familie tijdens het opkomende naziregime in Duitsland te benauwd wordt, groeit zij op in Nijmegen. Roosje is intelligent en zeer eigenzinnig en verlaat al op jonge leeftijd de ouderlijke woning. Haar grote passie, dansen, wordt haar broodwinning en zij treedt in het huwelijk met de dansschoolhouder Leo Crielaars. Nadat Leo en zijn broer Marinus zich hebben ontpopt als fanatieke leden van de NSB en bovendien Roosje door Marinus word bedreigd met een mes, lopen de spanningen hoog op en een echtscheiding volgt.

Roosje begint haar eigen dansschool en krijgt een relatie met Kees van Meteren die zich in een later stadium ook zal gaan gedragen als een zeer onbetrouwbaar en onaangenaam persoon. Zowel Leo en Marinus als Kees zullen Roosje verraden en aangeven bij de Sicherheitsdienst waardoor zij in het doorgangskamp Westerbork belandt, later in het kamp Vucht en uiteindelijk in Auschwitz. Het is ontstellend te lezen hoezeer de Duitse bezetter door Nederlandse ambtenaren en politieagentenwordt gesteund in zijn pogingen het Joodse deel van de Nederlandse bevolking te vervolgen.
De Nieuwe Orde wordt aanvankelijk welwillend ontvangen, het ziekenfonds wordt ingevoerd en de werkloosheid daalt. Veel Nederlanders kijken de andere kant op en denken dat het allemaal wel mee zal vallen.

In Westerbork weet Roosje zich redelijk te handhaven, niet in de laatste plaats doordat zij de secretaresse wordt van een SS-officier die belast is met de opstelling van de lijsten van de gevangenen die op transport worden gesteld naar Polen. Roosje is niet preuts en verleent op ruime schaal haar gunsten aan haar chef. Vanuit Kamp Vucht wordt Roosje op transport gesteld naar Auschwitz, het nummer 62472 wordt op haar arm getatoeëerd en zij wordt tewerkgesteld bij het Sondercommando, zij sleept lijken uit de gaskamers. Met veel lef weet zij te bewerkstelligen dat zij gaat werken in de Unionfabriek waar zij achter een grote draaibank munitieonderdelen vervaardigt. Ook hier lukt het haar om een administratieve functie te krijgen hetgeen natuurlijk weer bepaalde voordelen met zich meebrengt.

Wanneer de Russische legers naderen worden de gevangenen van hot naar her verplaatst in lange dagmarsen. Samen met twee vriendinnen, Martha en Rachel sjokt Roosje door het ijzige landschap. Rachel moet achterblijven en sterft in de sneeuw. Nadat ze in Berlijn loopgraven hebben gegraven en nog per trein naar Hamburg zijn versleept, arriveren Roosje en Martha aan de Deens-Duitse grens waar ze worden geruild tegen drie Duitse soldaten. Roosje geeft zich uit voor Deense en belandt in Zweden, Stockholm, waar ze een nieuw bestaan opbouwt, snel de Zweedse taal leert en later zal trouwen met de scheepsbouwkundig ingenieur Elon Nordström. Ze heeft geen enkele behoefte om terug te keren naar Nederland hoewel de Nederlandse ambassade haar wel hiertoe probeert over te halen. Roosje heeft genoeg van Nederland en ook van God. Hierover zegt zij: ‘God is een mooi woord dat het zicht op de werkelijkheid ontneemt. In Auschwitz was geen God’.

Vanuit Nederland wordt ze achtervolgd door een rekening voor een aan haar, in mei 1945, verstrekte wintermantel en later ook nog door belastingaanslagen van haar, door de nazi`s vermoorde ouders. Er moet belasting worden betaald, met rente. De houding van de zich zeer formeel opstellende Nederlandse overheid is even schandalig als lachwekkend. Het huis van de familie, het geroofde huisraad en het geld en de sieraden die terecht zijn gekomen bij de roofbank Lippmann, Rosenthal &Co worden niet teruggegeven. De Nederlandse regering heeft kort na de bevrijding wetgeving ontwikkeld om te voorkomen dat het aan de bestolen eigenaren zou worden teruggegeven.

Twintig jaar na de oorlog schrijft Roosje een brief aan het hoofd van het Centraal Afwikkelingsbureau Duitse Schade-uitkeringen, Mr.J.G.A. Siethoff waarin ze om een voorschot verzoekt op haar al zo lang lopende aanvraag voor een uitkering in het kader van de z.g. Wiedergutmachung. Hij antwoordt: ‘Ik zal het ter vermijding van extra werkzaamheden op prijs stellen, indien u verdere correspondentie c.q. telefoongesprekken achterwege zoudt laten’. De Nederlandse overheid laat niets meer van zich horen. Formeel ambtelijke harteloze onverschilligheid. Het lukt Roosje om tijdens een bezoek van Koningin Juliana aan Stockholm, de vorstin te spreken te krijgen waarna de zaak binnen de kortste keren geregeld wordt.

Heel veel jaren later spreekt Paul Glaser, op de terugweg van een congres in Helsinki, zijn tante in Stockholm. Na een aanvankelijke weigering wordt het een emotionele ontmoeting waarbij veel verhalen loskomen en talloze foto’s tevoorschijn komen. In maart 2000 ontvangen Paul Glaser en zijn zuster Marjon bericht dat tante Roosje is overleden. Zij had geen kinderen en is een jaar voor haar overlijden gescheiden van Elon Nordström. Te samen met broer René en oudste dochter Myra onderneemt Glaser de reis naar Stockholm om de nalatenschap te regelen. In het Rostock crematorium nemen zij de as van Roosje in ontvangst, spoeden zich daarna naar het stadhuis om alle formaliteiten te regelen en belanden tenslotte in Roosje’s appartement. Meer dan vijftig fotoalbums, films, dagboeken en ook veel krantenknipsels nemen ze mee naar Nederland. Deze zijn verwerkt in het boek Tante Roosje. Paul weet zich te herinneren dat Roosje de wens te kennen heeft gegeven dat haar as zou worden verstrooid in de zee-engte de Mälaren. Hoewel dit officieel verboden is gaan ze op een zondagmorgen naar de rand van het water, hakken een wak in het ijs en strooien Roosjes as daarin. Het wak wordt afgedekt met Hollandse rozen.

 

 

Tante Roosje
Paul Glaser
Verschenen bij: Verbum
ISBN: 9789074274432
295 pagina's
Prijs: € 19,95

2 reacties

  • Paul Glaser schreef:

    Beste Lodewijk Lasschuijt,

    Ik las de recensie over ‘Tante Roosje’die op de site is geplaatst
    De recensie vind ik zonder meer positief.Ik ging er bijna van naast mijn schoenen lopen. IK heb namelijk nooit eerder een leesboek geschreven.
    Er is blijkbaar iets in het verhaal dat mensen aanspreekt.Het karakter van Roosje, haar optimisme, menselijke maat,initiatief,overlevingskracht? Ik weet het niet precies. Voor mij is het haar sterke autonome karakter.
    Onlangs ontving ik ook een positieve reaktie van onze Kamervoorzitter Gerdie Verbeet, die het boek in een weekend had gelezen. Zij had zich goed kunnen identificeren met Roosje, schreef ze, het was alsof ze haar goed had leren kennen.

    Ik wil je bedanken voor de genomen moeite om de recensie te schrijven.

    met vriendelijke groet,de auteur
    Paul Glaser

  • marjanne leemhuis schreef:

    Dag Paul, je kent ons niet(Klaas en Marjanne Leemhuis, Nijmegen), of mogelijk van verhalen van Tineke en Johan, zoals wij jullie- Paul en Ria- ook “kennen”. Van hun hoorden we het bijzondere verhaal van jouw familie en leenden we jouw boek. In één adem heb ik het uitgelezen en inmiddels al 3x cadeau gegeven aan dierbaren. Wat heb je een prachtig beeld van die vrouw gegeven en wat een bijzonder toeval dat je haar ontdekt hebt en dat je het talent hebt er zo’n mooi verhaal van te maken. Er zullen steeds minder van deze geheimen boven water komen nu de overlevenden er al haast niet meer zijn. Dank voor dit prachtige boek. Groet van Marjanne Leemhuis.





 

Meer van Lodewijk Lasschuijt:

2 augustus 2013

Stof tot nadenken

Over 'Schatplicht ' van Nelleke Noordervliet
4 maart 2013

Is het een somber boek?

Over 'In de schaduw van toekomstige rampen ' van Max Niematz
10 januari 2013

Een schuldbelijdenis

Over 'Hotel Linda ' van Arjan Visser

Recent

22 augustus 2017

Variabele verhalen in prettige stijl geschreven

Over 'Astronaut' van Pieter Kranenborg
17 augustus 2017

Vergeefse strijd heeft een mooie bundel opgeleverd

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
16 augustus 2017

Ideale bestaansvorm

Verwant