Sjolem Aleichem – De stad van de kleine mensen

Beeld van een verdwijnende wereld

Recensie door Machiel Jansen

In hun ijver onze nationale, of Westerse identiteit te benadrukken, beschrijven sommigen onze cultuur als een Joods-Christelijke traditie. Dat is een merkwaardige gedachte want de traditie tussen Christendom en Jodendom is er eerder één van uitsluiting, verkettering en haat dan van eendrachtige samenwerking.

Natuurlijk, het Christendom heeft een Joodse oorsprong, Christus was een Jood en de Bijbel bevat een aantal Joodse boeken maar de Joodse, Bijbelse verhalen worden ook verteld in de Koran en er is niemand die het heeft over ‘de Joods-Islamitische cultuur’. Bovendien heeft de Christelijke kerk zich in de loop van de eeuwen nu niet bepaald vriendelijk opgesteld tegenover de Joden. Integendeel.

Het woord dat de eeuwenlange relatie tussen de Westerse cultuur en die van de Joden misschien het beste samenvat is ‘onverdraagzaamheid’. In goede tijden nam de onverdraagzaamheid de vorm van gedogen en tolereren aan, in slechte tijden die van haat en in de zwartste tijden die van massale vernietiging, pogroms, uitzettingen en deportaties.

Het is waar dat in de zeventiende eeuw in Amsterdam de Joden welkom waren, maar zonder beperkingen is hun vrijheid, tot in de twintigste eeuw, nooit geweest. Ook is het waar dat veel Joden een uiterst belangrijke rol gespeeld hebben in onze cultuurgeschiedenis. Maar de term Joods-Christelijke cultuur suggereert dat de twee religies zij-aan-zij, vreedzaam naast elkaar hebben gestaan.

De gemiddelde Europeaan weet weinig tot niets van Joodse gebruiken of culturele geschiedenis. Dat blijkt wanneer je een boek als De stad van de kleine mensen van Sjolem Aleichem leest. Het is maar een klein boekje, door een kleine uitgeverij uitgegeven, met kleine verhalen over kleine mensen in een kleine stad.

Sjolem Aleichem is buiten Joodse kringen nauwelijks bekend. Bewonderaar Isaak Babel vertaalde een aantal verhalen in het Russisch en Broadway gebruikte de verhalen over Tevye de melkboer om er een succesvolle musical mee te maken: Fiddler on the Roof. Maar Sjolem Aleichem is vooral een grote onbekende voor de niet-Joodse lezer. De lezers van De stad van de kleine mensen, die de moeite nemen zich een beetje te verdiepen in de schrijver en de tijd waarin de verhalen tot stand kwamen (eind negentiende eeuw) kunnen ontdekken dat in het kleine een wereld schuil gaat.

***

In de negentiende eeuw woonden de meeste Oost-Europese Joden in een gebied dat zich uitstrekte van de Oekraïne tot Polen, en verder, tot aan Litouwen. Het werd Het Vestigingsgebied genoemd en was onderdeel van het Russische Rijk. In de achttiende eeuw was het min of meer uit nood geboren na mislukte pogingen van Rusland om alle Joden het land uit te werken. Alleen in dit gebied, met duidelijke grenzen, mochten Joden zich binnen het Russische Rijk vestigen. Maar ook binnen de grenzen van dit gebied waren sommige steden, waaronder Kiev, voor lange of korte tijd verboden voor Joden. De meesten woonden in speciale Joodse steden, Sjtetls, die vaak niet zo ver van de Russische af lagen.

Sjolem Aleichem (1859-1916) groeide op in de Sjtetl Voronko, net buiten Kiev. Eerst in betrekkelijke welstand, maar al gauw, als jonge jongen in armoede, al bleek het altijd nog erger te kunnen. De verhalen uit De stad van de kleine mensen, spelen zich af in de fictieve Sjtetl Kasrilevka en vreemd genoeg geven ze een veel te vriendelijk beeld van het dagelijks leven in een Sjtetl.

Het leven voor Joden in het negentiende-eeuwse Rusland was alles behalve eenvoudig. Tsaar Alexander II zorgde ervoor dat Joden geen land mochten bezitten en niet vrij mochten reizen. De Joden waren binnen het Russisch Rijk een geïsoleerde minderheid die in de Sjtetls noodgedwongen hun eigen samenleving organiseerden.

Halverwege de negentiende eeuw drong de moderne tijd langzaam Rusland binnen. Ideeën uit de verlichting werden eindelijk besproken in de salons en ook onder Joden nam het bewustzijn dat verandering noodzakelijk was toe. Sommigen bekeerden zich tot het Christendom en kozen voor een seculiere opleiding om zo de Sjtetl en de armoede te ontlopen. Ideologieën als communisme, socialisme, zionisme kwamen op en oefenden op veel Joden een grote aantrekkingskracht uit.

De Sjtetl veranderde door krachten van binnen uit, maar ook van buitenaf. Vanaf de jaren tachtig nam het antisemitisme gewelddadige vormen aan. Sjtetls werden min of meer spontaan aangevallen door allerlei Russische groeperingen en er vielen doden, veel doden, al bleek later dat het allemaal nog veel erger kon.

Joden waren uiterst kwetsbaar in de Sjtetls en het geweld was een extra reden om te zorgen dat je er weg kwam. Aan het eind van de eeuw neemt de massa-emigratie dan ook een hoge vlucht. Velen vluchtten of vertrokken naar Amerika, anderen kozen voor het beloofde land Palestina.

***

Tegen deze achtergrond shreef Sjolem Aleichem (1859-1916) zijn romans en verhalen. Op een moment dat het typisch Joodse leven in de Sjtetls ging veranderen beschreef hij de gewone, alledaagse figuren met het besef dat hij een verdwijnende wereld vastlegde.

Als één van de eerste besloot Sjolem Aleichem in het Jiddisch te gaan schrijven. Niet in het Russisch, niet in het Hebreeuws, de ‘literaire’ taal van de Joden, maar in de volkstaal Jiddisch, die op dat moment geen geschreven traditie kende. Jiddisch, een mengeling van Duits, Aramees, Hebreeuws en Slavische talen, was voor bijna alle Oost-Europese Joden de taal die men dagelijks sprak. Hebreeuws daarentegen was de heilige taal, de taal van de Torah, de taal waar tegenop gekeken werd.

En Russisch? Rusland mocht in veel opzichten achterlopen bij de rest van Europa, de Russische literatuur behoorde tot de beste van de wereld. Maar hun eigen religieuze wetten verboden de Joden er kennis van te nemen. Bovendien waren de Russische universiteiten voor maar heel weinig Joden toegankelijk. In het Russisch schrijven betekende eenvoudigweg een breuk met de Sjtetl. Het schrijven van Joodse verhalen in het Jiddisch betekende een kleine revolutie, een teken van lef, onafhankelijkheid en trots.

Sjolem Aleichem groeide snel uit tot een Joodse volksschrijver. Zijn humoristische verhalen waren enorm populair bij Joden over de hele wereld, met name in Oost-Europa. Niet alleen was de wereld die hij beschreef herkenbaar en invoelbaar, er ging ook iets geruststellends en zelfbewusts van uit. In een wereld die veranderen moest, was het goed om te lezen dat het dagelijkse, kleine leven ook van waarde was.

Het meest verbazingwekkende is dat, gezien de historische context, de verhalen met een enorme joviale toon verteld worden. In plaats van zware onderwerpen die de armoede en de ellende van de Sjtetl benadrukken zijn de verhalen humoristisch, vrolijk en op een kinderlijke manier aandoenlijk. Juist deze joviale, onproblematische toon zorgde ervoor dat Sjolem in korte tijd enorm populair werd bij Joodse lezers. Iedereen kende de schrijver met het pseudoniem ‘Hoe-gaat-ie’,  want dat betekent het pseudoniem ‘Sjolem Aleichem’ min of meer. Letterlijk moet het worden vertaald als ‘vrede zij met u’ maar Sjolem Aleichem is feitelijk niets anders dan de Joodse groet.

Wie de verhalen vandaag de dag leest moet bedenken dat het leven in de Sjtetl allesbehalve makkelijk of plezierig was. Uit De stad van de kleine mensen kan men dat ook wel opmaken, al lijken de beschrijvingen van ellende terloops en luchtig. Kinderen worden in de verhalen regelmatig geslagen, door hun ouders, door hun leraar en niet zo zacht ook. In het verhaal Het zakmes wordt verteld hoe een schooljongen die van stelen wordt beschuldigd naakt voor de klas moet staan, terwijl zijn medeleerlingen een straf voor hem bedenken.

Hoofdpersoon van het verhaal Stumpertje is een lichamelijk en geestelijk gehandicapt meisje dat de dagen doorbrengt naast een fornuis, op de grond, en dat door haar moeder nogal liefdeloos wordt behandeld.

Maar het is Sjolem niet te doen om aanklachten en misstanden aan het licht te brengen. Er spreekt wel mededogen uit de verhalen; de verteller heeft medelijden met Stumpertje, maar tot aanklachten of veroordelingen komt het nergens. Dat leidt soms tot de grens van sentimentaliteit. Alle verhalen blijven een gemoedelijke, vriendelijke toon houden en de boodschap lijkt te zijn dat je om lijden beter kunt lachen, dan treuren.

Wie zich verdiept in de omstandigheden van de Russische Joden aan het eind van de negentiende eeuw moet wel de behoefte voelen om de humoristische toon van Sjolem Aleichems verhalen te verklaren. Wie van niets weet over Sjtetls, pogroms en het Vestigingsgebied, leest de verhalen misschien als aardige, Joodse curiosa, maar een klein beetje kennis over de achtergrond geeft dit kleine boekje diepte.

Wie deze verdieping zoekt, kan de in 2011 verschenen documentaire Sholem Aleichem, Lauging in the Darkness van Joseph Dorman niet overslaan. De film geeft een prachtig beeld van de schrijver en zijn tijd. Dorman laat zien hoe humor een manier is om lijden draaglijk en leven plezierig te houden.

Ten slotte, de verhalen De stad van de kleine mensen worden bijna allemaal door kinderen verteld. Het zouden, volgens Hilde Pach in NRC Handelsblad, kinderverhalen zijn. Vertaalster Henriette Silverberger noemt dat echter niet in haar inleiding en de toon van de verhalen doet ook anders vermoeden. In de zojuist genoemde documentaire wordt verteld hoe Sjolem Aleichems Jiddische verhalen door de Joden in Palestina met enig dedain werden bekeken. Voor hen was Jiddisch een oude, primitieve volkstaal. Zij spraken Hebreeuws.  De verhalen van Sjolem Aleichem werden door hen als amusante lectuur voor kinderen beschouwd. Misschien komt het idee dat het hier om kinderverhalen gaat hier uit voort.

 

De stad van de kleine mensen

Auteru: Sjolem Aleichem
Vertaald door: Henriette Silverberger
Verschenen bij: Uitgeverij Hoogland & van Klaveren
Aantal pagina’s: 172
Prijs: € 17,50

 

Omslag De stad van de kleine mensen  -  Sjolem Aleichem
De stad van de kleine mensen
Sjolem Aleichem
ISBN: 9789089670953

steun-ons

Vond u dit een boeiende bijdrage? Help ons dan om hoogwaardige en interessante boekbesprekingen en berichten te blijven publiceren!
Met 4 redacteuren en zo’n 40 medewerkers - allen onbetaald -, publiceren we op jaarbasis meer dan 200 recensies, berichten, columns en interviews. Dat doen we al 15 jaar. Ons grote archief willen we beter vindbaar maken. Dat kost ongeveer
€ 1.200,-. Uw hulp daarbij waarderen wij enorm!

Meer van Machiel Jansen:

Zoutloze wansmaak

Over 'En dan komen de foto's' van A.H.J. Dautzenberg

Recent

20 april 2018

Ik ben buiten, dus ik ben

Over 'Rotgrond bestaat niet' van Gerbrand Bakker
19 april 2018

Getrotseerde aanvallen op het vaderschap

Over 'Vaderinstinct' van Hans Boland
18 april 2018

Tja

Over 'Ik, J. Kessels' van P.F. Thomése
17 april 2018

‘We moeten ons verhaal nog doen’

Over 'De laatste getuigen' van Svetlana Alexijevitsj
16 april 2018

Pleidooi voor intellectuele vrijheid voor vrouwen

Over 'Een kamer voor jezelf' van Virginia Woolf

Verwant