11 mei 2010

Recensie: ?s Nachts komen de vossen – Cees Nooteboom

Door: Rein Swart

Het leven is spinrag

Liefde en vergankelijkheid. Onder deze noemer zouden deze verhalen kunnen vallen, echter zonder de droevige toon die eerder in het werk van Nooteboom sloop. Deze bundel heeft een ongekende kracht, die ik me van zijn werk uit de jaren tachtig herinner. Opeens is er weer die vonk, opgewekt door een virtuoze manier van schrijven en een weergaloos taalspel. ‘Wat een krankzinnige werkwoordsvorm, was,’ zegt de schrijver ergens; op een andere plaats gebruikt hij het woord Mensch omdat hij andere talen nodig heeft om zichzelf duidelijk te maken. De verhalen spelen in Zuid-Europa en Nooteboom weet als een schilder met een paar streken de sfeer treffend te schetsen.

Waarover gaat het in deze acht verhalen? Foto’s onder andere, zoals in het openingsverhaal Gondels. Een man zit in Venetië aan de oever van het water met een half verscheurde foto van hemzelf en zijn vroegere Amerikaanse geliefde. Hij denkt terug aan hun ontmoeting in Griekenland en de doorreis naar Venetië, waar de foto gemaakt is. Later heeft hij haar nog eens opgezocht in San Francisco. ‘Mensen waren fantastisch, ze zouden voortdurend prijzen moeten krijgen,’ denkt hij als hij haar op het vliegveld terugziet.

De man en de vrouw hebben geen namen, maar de taal sprankelt als champagne, schittert op het water van Canal Grande, die ook niet met name wordt genoemd.

In Onweer heten de geliefden Rudolf en Rosita. De beeldhouwer en de schrijfster dineren tijdens een zwaar onweer in een restaurant in Spanje. Naast hen zit een ruziënd Duits stel. De Duitse probeert de bliksem vast te leggen. Haar man is een ‘Arschloch’. Er hangt iets ergs in de lucht.

Heinz is het langste verhaal, opgedeeld in negentien paragrafen, over een vice-consul die namens Buitenlandse Zaken de honneurs waarneemt in Ligurië, aan gene zijde van de Alpen. De verteller bekijkt een foto van een gezelschap met Heinz in het midden en doet daar nogal geheimzinnig over. Hij wendt voor dat hij de mensen niet kent, maar geeft aan het eind van de eerste paragraaf zijn bedrog prijs. ‘Waarom dan toch geprobeerd? Mag ik dat straks vertellen, aan het einde?’ Met deze vraag houdt de verteller de aandacht vast.

‘Eind september, maar het leek wel oktober in Spanje,’ gaat over Suzy die na de dood van haar vriendin haar plaats in het bed innam naast de oude Vice-Admiral die inmiddels ook overleden is. Suzy krijgt ’s nachts bezoek van de 63 jarige kelner Luis uit het plaatselijke café. Alles is in verval.

‘Plotseling was hij dood,’ luidt de eerste zin van Laatste middag, dat speelt op Sardinië. De zin heeft betrekking op de echtgenoot van de vrouw, die uit wraak een nummertje met de postbode maakte.

Paula is een langer verhaal, weer met een foto als uitgangspunt en wel een sensuele, die ooit op de cover stond van Vogue, van een jonge vrouw naast een raam met regendruppels. Het gaat over een vriendengroep die gokte en de vrije liefde proclameerde. De mannelijke verteller ziet terug op die tijd vanuit een lege witte flat die als een Zen-klooster in de polder ligt.

In Paula II geeft de dode zelf antwoord. Het leven is spinrag, zegt Paula. Ze herinnert zich de angst van de man om niet meer te willen leven. Die angst drukte hij uit door de zinsnede: ’s Nachts komen de vossen. Haar relaas eindigt als volgt: ‘Je hebt je raam opengezet. Windvlaag. Dat was ik. Geritsel, gefluister. Het geluid van de vossen, een nacht in de woestijn. Gedachte vossen. Geen echte. Alles is vluchtig. Zoals wij zijn. Weg.’

Het verste punt is een kort maar prachtig sfeerbeeld van een vrouw die wordt voortgestuwd door de ‘tramontana’, een Spaanse storm, naar de kust. Ze moet over de rotspunten bij de vuurtoren gaan. Ze moet.

Nooteboom schrijft met vaart, zoals deze zinnen tijdens een roulette spel uit Paula. ‘Ik had die duizend weg moeten halen, maar legde het fiche op rood. Zwart. Er zijn geen geheimen.’ Ook komt hij met mooie one-liners als ‘Doden hebben geen Alzheimer.’ Het is een stijl die omtrekkende bewegingen maakt, maar zonder een woord te veel alles zegt.

Het lijkt erop dat de glossy-schrijver zijn heropstanding beleeft en in zijn nieuwe jeugd een toon voortbrengt, mooi en zuiver als nooit tevoren. Dit is literatuur van de bovenste plank. Dit is taal die heen en weer zwiept als de camera van een Dogma film die iets wezenlijks blootlegt. Dit is een lied van schijn en wezen. Dit is proza dat resoneert en opstijgt boven de woorden. Hier is een tovenaar aan het werk. Dit is niet voor niets van de winnaar van de Gouden Uil 2010.

’s Nachts komen de vossen

Auteur: Cees Nooteboom
Verschenen bij: Uitgeverij de Bezige Bij
Prijs: € 17,90

Recensie: ?s Nachts komen de vossen
Cees Nooteboom
ISBN: 9789023438700

Meer van :

16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken
13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong
12 oktober 2017

Een antikrimi

Over 'De rechter en zijn beul' van Friedrich Dürrenmatt

Recent

11 oktober 2017

De stijl tekent de man

Over 'Mijn grote appartement' van Christian Oster
10 oktober 2017

Eindeloos gepieker

Over 'Parttime astronaut' van Renée van Marissing
5 oktober 2017

Op drift geraakt

Over 'Stille grond' van Sanneke van Hassel
4 oktober 2017

Overval op de westerse mens

Over 'De ontscheping' van Jean Raspail

Verwant