Ronelda Kamfer – Mammie

Rauwe en niets verhullende gedichten

Recensie door Hettie Marzak


‘Het zinneloze geraaskal
van moederloze moeders’

Ronelda S. Kamfer (1988, Kaapstad) schreef met Mammie haar derde bundel. Sinds haar tiende schrijft ze al gedichten, geïnspireerd door de verhalen van haar grootvader over zijn jeugd op het platteland. Ze werd ontdekt door de Afrikaanse dichter Antjie Krog en de Nederlandse dichter Alfred Schaffer, die haar gedichten in 2004 opnamen in een bloemlezing van Afrikaanse poëzie. In 2008 debuteerde ze met haar eerste bundel Noudat slapende honden, in 2010 vertaald door Schaffer als Nu de slapende honden. Hiermee won ze de Eugene Maraisprijs, de belangrijkste prijs voor poëzie.

Niets verhullende poëzie
Haar eerste twee bundels gingen voornamelijk over het harde leven in de township in Kaapstad waar ze vanaf haar twaalfde woonde; over armoede, drugs en criminaliteit schreef ze. In Mammie staat haar overleden moeder centraal. Dat betekent echter niet dat Kamfer haar eerdere inspiratiebronnen negeert. Ook in deze bundel zijn rauwe en niets verhullende gedichten opgenomen over gangsters, pedofiele ooms, geweldsdelicten en wat het betekent om kleurling te zijn in een land waar apartheid nog steeds niet vergeten is. ‘Kleurlingen’ was tijdens het Apartheidsbewind een verzamelnaam voor mensen die niet blank, maar ook niet zwart waren. Die geen eigen cultuur of geschiedschrijving hadden en eigenlijk overal buiten vielen. Kamfer wil niet gezien worden als de stem van deze groep, maar laat zich ook niet claimen door witte Afrikaners. In een interview met Tjitske Mussche in de VPRO-gids van juni 2012 vertelde ze dat de pijn en de woede, veroorzaakt door de Apartheid, pas in een volgende generatie verwerkt kan worden, maar nooit vergeten.

Eerbetoon aan moeder
De gedichten in deze bundel zijn bedoeld als eerbetoon aan haar moeder en trekken de aandacht door de liefdevolle toon en het respect. Kamfer beschrijft het moeizame proces van haar moeders sterven, gadegeslagen door haar zuster en haarzelf, terwijl ze op dat moment zwanger was van haar dochter Seymour: ‘het had vandaag / een saaie dag moeten zijn / mijn moeder en ik waren van plan / mijn afbetaalde babykleertjes / op te halen in de winkel’

Nu eens beschrijft ze een herinnering aan haar moeder uit haar kinderjaren, dan weer het moment van overlijden van haar moeder en het verdriet en gemis. Ook de emoties zijn verschillend: onder een nuchtere constatering gaat vaak een diepe lading verdriet schuil. Humor en pijn wisselen elkaar af, maar ook opstandigheid is een veel voorkomende tendens in de gedichten. De relatie met haar moeder is niet altijd probleemloos verlopen, zo valt te lezen: moeder kon autoritair en bemoeizuchtig zijn en legde veel verantwoordelijkheid op de schouders van haar dochter, waaronder de zorg voor Ronelda’s jongere zus Allisen. Maar het is de liefde die overwint in deze bundel, waarin heel herkenbare momenten beschreven worden in ‘een taal voor kinderen met een dode moeder.’

In eigen taal het sterkst
Achter in de bundel zijn de originele gedichten in het Afrikaans opgenomen in een kleiner lettertype. Ook is er een verklarende woordenlijst aanwezig van woorden uit de gedichten die niet direct herkenbaar zijn vanuit het Nederlands. Dat de originele gedichten niet direct naast de vertaling van Alfred Schaffer zijn afgedrukt op de tegenover liggende bladzijde is jammer, want het is de moeite waard een vergelijking te maken: zó ver staat het Afrikaans niet van het Nederlands af. Pas in haar eigen taal valt op hoe Kamfer Engelse uitdrukkingen gebruikt, teksten van popsongs en straattaal, waardoor het rauwer en hedendaagser klinkt dan in vertaling. Dan wordt ook duidelijk hoe Kamfer de lezer op het verkeerde been zet door eerst een poëtische vergelijking te maken om hem daarna hardhandig uit de droom te helpen met een zinsnede die treft als een bom: ‘die kleine teven zijn net kikkers in de regen / hoppen van blad naar blad steeds dichter / naar de meest verse bol stront / want daar zitten de vetste vliegen’

Liefdevol provoceren
Ze deinst er niet voor terug om de meest schokkende gebeurtenissen om te zetten in poëzie, maar het is haar niet alleen te doen om het provoceren: de vreselijkste dingen laat ze gepaard gaan met onderkoeld mededogen en spijt. Poëzie is uiteraard niet alleen maar bedoeld om schoonheid te beschrijven: Kamfer laat een wereld zien die gruwelijk is: vrouwen die in elkaar geslagen worden door hun man, kinderen die verkracht worden door hun ‘pedovader’ terwijl een vriendinnetje moet toekijken; een wereld van vernederingen en haat.

Daarnaast staan de gedichten voor en over haar moeder waarin liefde en gemis de boventoon voeren. Deze gedichten laten een blijvende indruk na, misschien omdat ze een universeel gevoel beschrijven en identificatie makkelijk is. Want telkens  valt de bundel open op dezelfde bladzijde:

‘Aanspraak’

al wat ik terug wou hebben
was het blauw van de zee
het groen van de winter
het geel van de zon
de afstand van de maan
het water van de regen
de klank van de wind
mijn plekje achter mijn moeders rug’

Kamfer heeft zichzelf niet gespaard in deze kwetsbare gedichten, maar juist doordat zij zo veel van zichzelf heeft laten zien, raakt zij aan de harten van een ieder die een moeder  heeft verloren.

 

 

Omslag Mammie - Ronelda Kamfer
Mammie
Ronelda Kamfer
Vertaling door: Alfred Schaffer
Verschenen bij: Podium (2017)
ISBN: 9789057598739
128 pagina's
Prijs: € 21,50

Meer van Hettie Marzak:

Recent

14 augustus 2018

Perikelen in het perfide Albion

Over 'De melodie' van Jim Crace
7 augustus 2018

Leven aan de zelfkant van de Amerikaanse maatschappij

Over 'Club Mars' van Rachel Kushner
1 augustus 2018

Blokken op Blokken

Over 'Blokken (2018)' van F. Bordewijk

Verwant