Peter Delpeut – Recensie: Pleidooi voor het treuzelen

Recensie door: Machiel Jansen

Recensie door Machiel Jansen

Niet alle mensen die naar een museum gaan doen dat om de tentoongestelde werken te bekijken. In plaats daarvan pakken ze hun mobieltje en fotograferen ze het kunstwerk, waarna ze weer doorlopen. Als je in de weg staat wordt er van je verwacht dat je een stapje opzij doet. Of ze die foto’s ooit bekijken, betwijfel ik. De museumwinkel verkoopt betere reproducties. Een kunstwerk fotograferen is voor sommigen blijkbaar aantrekkelijker dan er naar te kijken.

Op plaatsen waar veel beroemde werken hangen, willen velen het liefst samen met het kunstwerk op de foto. In het Louvre heb ik meisjes Griekse beelden zien kussen omdat dat wel eens een leuk plaatje op zou kunnen leveren. Jongens legden hun arm op, of net boven de marmeren schouders alsof ze met een bekende acteur op de foto gingen. De suppoosten hadden al lang geen zin meer er iets van te zeggen.

Lang kijken naar een kunstwerk is al helemaal geen vanzelfsprekendheid meer. Dat ligt niet alleen aan het publiek, maar ook aan de musea en de kunstenaars. Allemaal lijken ze in toenemende mate uitgekeken op het idee dat kunst passief aan de muur hangt, of op de grond staat om daar in stilte bekeken te worden.

Maar niet iedereen is overtuigd dat het interactiever moet, dat een museum bezoek fun moet zijn en dat je zonder experience je tijd verdoet. Zij kijken bijvoorbeeld met plezier rond in het Teylers museum in Haarlem waar sinds de 19e eeuw de tijd heeft stil gestaan. In het oude deel van het museum is het er verfrissend ouderwets. Peter Delpeut is zo iemand die daar van genieten kan. Hij schrijft regelmatig over kunst voor het Cultureel Supplement van NRC Handelsblad en De Groene Amsterdammer. Een aantal van zijn artikelen is nu gebundeld onder de veelzeggende titel Pleidooi voor het treuzelen.

Treuzelen betekent voor Delpeut de tijd nemen om te kijken, te genieten en vooral te ervaren. Bewust kijken, zou je het kunnen noemen. Kennis en ervaring spelen bij dat kijken bepaald geen ondergeschikte rol. De schilderijen die we zo aandachtig in het museum hebben bekeken, bepalen voor een groot deel hoe we naar de wereld kijken, betoogt Delpeut. Verdiep je je bijvoorbeeld in de Haagse school dan zie je op fietstochten door polders en weilanden opeens de schilderijen van Israëls, Mauve en Maris tot leven komen. Je stelt je open voor het landschap, voor die elementen die je kent van de schilderijen. Kunst voegt op die manier iets toe aan je blik op de wereld.

Fietsend door Nederland zie je ook genoeg dat helemaal niet voorkomt op schilderijen. Verkeersborden, strepen op de weg, lantaarn- en flitspalen, vangrails en vooral veel asfalt. Je ziet het wel, maar kijk je er ook naar? Eigenlijk niet, concludeert Delpeut. Er zijn exposities van fotografen als Hans Aarsman voor nodig om ons op al die moderne, vanzelfsprekende elementen in het landschap opmerkzaam te maken. Pas na het zien van deze foto’s waarop de Nederlandse lelijkheid een plaats krijgt, zijn we in staat anders, beter naar ons land te kijken. Zo kan lelijkheid opeens mooi worden, alleen maar omdat je anders leert te kijken.

Een andere manier van kijken die Delpeut beschrijft is met behulp van een obscuur en vergeten instrument: een zogenaamde Claude spiegel. Dit is een kleine, ovale, wat bolle spiegel die het licht een beetje tempert en zijn naam te danken heeft aan de Franse landschapschilder Claude Lorrain (1600-1682). In de late achttiende eeuw was het een populair instrumentje om mee te nemen op wandeltochten. Je kon met je rug naar het mooiste deel van het landschap in het spiegeltje een plaatje als op een schilderij zien. De bomen, de lucht, het gras, het werd samen keurig van een lijstje voorzien en het donkere spiegelglas zorgde ervoor dat je je kon voorstellen dat je naar het werk van een kunstenaar keek.

Kijken, goed kijken doet iets met je, beweert Delpeut. De persoonlijke ervaring speelt een belangrijke rol in zijn stukken, die meestal geschreven zijn naar aanleiding van een tentoonstelling die hij bezocht heeft. De werken die hij ziet, veranderen zijn persoonlijke blik en hij weet die indruk goed over te brengen op de lezer. Daarbij gebruikt hij zijn kennis van de kunstgeschiedenis. In een stuk naar aanleiding van de tentoonstelling in de Amsterdamse Hermitage over Caspar David Friedrich, legt hij prima uit wat het ‘sublieme’ nu precies is. Naar aanleiding van een herinnering aan een gevaarlijke klimpartij in de bergen, kan hij in de romantische schilderijen van Friedrich keurig aanwijzen wat het sublieme nu precies inhoudt. Het is de gevaarlijke, ontzagwekkende ervaring dat wij zo nietig afsteken bij de grootsheid van de bergen en de woestheid van de natuur. De romantiek van Friedrich wordt op deze manier niet alleen uitgelegd, maar ook invoelbaar gemaakt.

Op die manier schrijft Delpeut wel bijna volmaakte stukken voor een culturele bijlage van een krant of tijdschrift. Het dreigende gevaar van dergelijke perfectie is dat de stukken soms wat saai zijn voor wie zijn kunstgeschiedenis goed kent. Zo bevat Delpeuts stuk over Friedrich niets nieuws. Het bevat geen schurende meningen of provocerende uitspraken, geen verrassende invalshoek of nieuw inzicht. Hetzelfde kan gezegd worden van stukken over Gilbert & George en Alma-Tadema. Van een verzameling essays mag je misschien net iets meer verwachten.

Dat ietsje extra wordt wel degelijk geboden in een stuk naar aanleiding van een tentoonstelling over Nederlandse oriëntalisten, navolgers van Franse meesters als Délacroix, Gérôme en Liotard. Deze negentiende eeuwse schilders toonden de wereld van de moslims , compleet met vooroordelen en soms groteske fantasie. Met het echte leven van de moslims in Noord Afrika en Turkije hadden de schilderijen niet zo heel veel te maken. Sinds het eind van de twintigste eeuw was het daarom politiek incorrect om je erg lovend uit te laten over dergelijke schilderijen. Delpeut is het opgeheven vingertje dat ook op deze tentoonstelling de kijker waarschuwt dat hij naar stereotypen kijkt, een beetje zat en geeft tegengas.

‘Het vertoog over oriëntalistische verbeelding en stereotypering lijkt dermate gepolitiseerd en daarmee verengd, dat ons het zicht op een aantal andere aspecten van het oriëntalisme wordt ontnomen. Waarom deze schilderijen überhaupt bijeengezocht als we er louter met negatieve energie naar mogen kijken? Is er geen positieve kijk mogelijk, is nog slechts een schaamtevolle blik geoorloofd.’

Dergelijke kritiek kan het boek wel gebruiken. Het maakt net het verschil tussen het goed geïnformeerde krantenartikel en een essay dat je aan het denken zet.

Pleidooi voor het treuzelen is behalve een oproep tot bedachtzaam kijken ook een pleidooi voor een herwaardering van negentiende eeuwse kunst. Delpeut heeft duidelijk een voorliefde voor stromingen die door de opkomst van de avant-garde in de eind van de negentiende, begin twintigste eeuw als waardeloos werden afgedaan. De opkomst van stromingen als impressionisme, expressionisme, kubisme zorgden ervoor dat de populariteit van kunstenaars als Alma-Tadema, Waterhouse en iedereen die volgens de opvattingen van de academies schilderden, tot onder het nulpunt daalden. Het oude moest wijken voor de vernieuwing. Delpeut voelt zich prima thuis bij de negentiende eeuwse traditie die hem in staat stelt aangenaam te treuzelen en te kijken.

Dat Pleidooi voor het treuzelen een bundeling van artikelen is, is nauwelijks een nadeel. De artikelen zijn thematisch gegroepeerd en vormen een duidelijke eenheid. Sommigen zijn duidelijk geschreven om de lezer te stimuleren een tentoonstelling te bezoeken. Die zijn natuurlijk nu niet meer te zien en de werken zijn inmiddels weer verspreid en de lezer moet op reis of het internet op om alle beschreven werken te kunnen bekijken. Dat is jammer want je wilt na het lezen natuurlijk ook net als Delpeut slenterend de werken langs. Gelukkig hoef je het tijdens het lezen niet alleen met tekst te doen. De belangrijkste werken zijn fraai in kleur afgedrukt in een verder ook keurig verzorgd boek.

Pleidooi voor het treuzelen

Auteur: Peter Delpeut
Verschenen bij: Uitgeverij Augustus
Pagina’s: 192
Prijs: € 24.95

Omslag Recensie: Pleidooi voor het treuzelen  -  Peter Delpeut
Recensie: Pleidooi voor het treuzelen
Peter Delpeut
ISBN: 9789045704555

Meer van Machiel Jansen:

Zoutloze wansmaak

Over 'En dan komen de foto's' van A.H.J. Dautzenberg

Recent

17 juli 2018

Legenden en leven

Over 'De vrouw met het rode haar' van Orhan Pamuk
13 juli 2018

Een oer-Vlaams bestaan, maar dan anders

Over 'Kroniek van een verzonnen leven' van Charles Ducal
11 juli 2018

Een ongrijpbare Kretenzische vrijheidsstrijder

Over 'Kapitein Michalis' van Nikos Kazantzakis
10 juli 2018

Het Koplandsiaans minuscule is de kracht in deze bundel

Over 'Houdingen' van Sylvie Marie
9 juli 2018

Nederland komt uit het buitenland

Over 'Rivierenland' van Sunny Jansen (auteur), Martin van Lokven (fotograaf)

Verwant