Péter Esterházy – Geen kunst

Een moeder die van voetbal houdt

Recensie door Martin Lok

‘Mijn moeder bezat de zeldzame gave steeds de rijkdom der dingen te laten zien’, schrijft Péter Esterházy in Geen kunst, de roman waarin hij zijn moeder, voetbal, de buitenspelregel én het Hongaarse Gouden Elftal uit het begin van de jaren vijftig eert. Geen kunst is niet het eerste boek waarin Esterházy de dood van zijn moeder beschrijft, want het ‘doodschrijven bleek een vruchtbaar schrijversidee’. Wat in Geen kunst echter nieuw is, is dat zijn moeder ook daadwerkelijk overleden is. Haar dood-zijn is niet langer fictie of bedacht, maar een realiteit waarop Esterházy in dit boek grip probeert te krijgen. Door haar opnieuw het leven in te schrijven, door zijn herinneringen aan zijn jeugd, zijn vader en moeder, de naoorlogse politieke ontwikkelingen in Hongarije en het wel en wee rondom het voetbalveld van zich af te schrijven.

Bij Esterházy thuis waren de rollen een beetje omgedraaid. Hij ging met zijn moeder naar voetbalwedstrijden, terwijl zijn vader met hoofdpijn thuisbleef. Ezerházy’s moeder was de spil waarom alles volgens Geen kunst lijkt te hebben gedraaid. Alhoewel dat misschien anders ook wel zo was geweest, aangezien moeders volgens de Hongaarse schrijver toch eigenlijk per definitie wel een klasse apart zijn: ‘Moeders zijn zo dat ze mammie heten, hun hals en hun schouder, waar we ons hoofd in boren, zijn warm en ze ruiken lekker. Moeders houden zich altijd (immer, wanneer dan ook, etc.) met ons bezig, ze houden ons onophoudelijk in de gaten, en daardoor zijn ze zichtbaar gelukkig. Gelukkig. De kleur van hun ogen is alsof bij betrokken hemel de zon toch zou schitteren.’

De moeder van Esterházy praat altijd over voetbal, ademt voetbal, is voetbal en volgens Geen kunst ook  een belangrijke succesfactor van het Hongaarse voetbalteam uit de jaren vijftig. Sterspelers zoals Ferenc Puskás, Nándi Hidegkuti en József Bozsik; Esterházy’s moeder lijkt ze allemaal rond haar vinger te hebben gewonden. Zij kende Puskás en Bozsik van kinds af aan en wist volgens Esterházy toen ze hen als kleine jochies voor het eerst zag voetballen al dat ze een van ’s werelds wonderen aanschouwde: ‘ook toen waren zij niet slechts aan het spelen, ze creëerden het spel’. Het begin van een levenslange liefde, want er zou niets bestaan waar Esterházy’s moeder met meer hartstocht aan gehecht zou zijn dan aan het voetbalspel. Niet aan haar man of haar kinderen en zelfs niet aan de sterspelers zelf. Waarmee ze ook niet zomaar een vriendschappelijke relatie kon onderhouden, aangezien een Hongaarse vrouw niet bevriend is met mannen, ‘ze veracht ze, of ze aanbidt ze, of ze dresseert ze, of dit alles tegelijk.’

Dat ze daar meesterlijk in was, lijkt de boodschap van Geen kunst te zijn. Dat is althans de boodschap die ik er als lezer in lees, en dat is mijn goed recht want Esterházy kent de lezer nadrukkelijk de rol van medeauteur toe, blijkt uit het voorwoord van vertaler Györgyi Dandoy bij de Nederlandse vertaling.
Die rol van medeauteur kan het nodige van de lezer kan vragen, zeker als deze zelf niet voor de talige springerigheid zou kiezen waaraan Esterházy wel verknocht is. Zijn zinnen zijn buitensporig lang. Tussen haakjes gezette gedachten kunnen zomaar twaalf regels lang kan zijn, met het risico dat de van komma tot komma lezende lezer onderweg afdwaalt. Een titel van een paragraaf kan volledig onderdeel zijn van een zin die van de ene paragraaf plompverloren in de daaropvolgende doorloopt. Het maakt Geen kunst bij tijd en wijle lastig leesvoer, maar de onvoorwaardelijke liefde van een zoon voor zijn moeder, die je niet alleen tussen die lastige regels doorleest, maar op elke pagina van dit boek, maakt veel goed.

Péter Esterházy beschouwde het als een groot geschenk uit de hemel dat hij samen met zijn moeder ouder mocht worden. En met haar van het geluk mocht proeven, want ondanks alle tegenslagen in haar leven is de schrijver overtuigd dat zijn moeder in de kern gelukkig was. ‘Je zou kunnen zeggen dat mijn moeder haar leven lang voortdurend op de vlucht was geweest. Je kunt het ook zo zeggen dat ze voortdurend gelukkig was geweest.

De schrijver overleefde zijn moeder niet heel lang. Hij overleed in 2016 en liet een omvangrijk oeuvre na, waarvan verschillende titels in het Nederlands zijn verschenen, waaronder Reis naar het einde van het strafschopgebied. Een boek dat je misschien al alleen omwille van de titel zou moeten kopen. Vooral als je nog meer wilt genieten van Esterházy’s liefde voor het voetbalspel. Ik verwacht dat ook zijn moeder daar wel weer in langs zal komen.

 

Omslag Geen kunst - Péter Esterházy
Geen kunst
Péter Esterházy
Vertaling door: Györgyi Dandoy
Verschenen bij: Uitgeverij De Arbeiderspers
ISBN: 9789029510820
248 pagina's
Prijs: € 19,99

Meer van Martin Lok:

Recent

22 juni 2018

Een bijzondere mengeling van absurditeit, humor en mystiek

Over 'Flesjes knallen' van Yu Hua
21 juni 2018

Mild vernisje over het schrijnende bestaan

Over 'De gulheid van de zeemeermin' van Denis Johnson
20 juni 2018

Joke van Leeuwen over de zin en onzin van het sluiten van grenzen

Over 'Hier' van Joke van Leeuwen
19 juni 2018

De verdediging van een wingewest

Over 'Koloniale oorlogen in Indonesië' van Piet Hagen
18 juni 2018

Gezin gezien door de ogen van de jongste zoon

Over 'Daal neder, engel' van Thomas Wolfe

Verwant