1 juni 2010

De sprekende slang – Nico Dros

Recensies door: Machiel Jansen en Hilde van Vlaanderen

Freudiaans of niet, feit is dat wij onze recensenten, Hilde van Vlaanderen en Machiel Jansen allebei  De sprekende slang van Nico Dros toestuurden en dat zij vrijwel tegelijkertijd een bespreking van dit boek aanleverden. Beide recensies zijn zeer de moeite waard. Daarom werd besloten beide recensies in één bericht te plaatsen.

Door Machiel Jansen

Religie kan een bindend element zijn in een samenleving maar het kan ook leiden tot grote onenigheid over zaken die voor een buitenstaander onbelangrijk en zelfs moeilijk te begrijpen zijn. De sprekende slang van Nico Dros (1956) is daar een mooi en afgebakend voorbeeld van.

Dros is geboren en getogen op Texel, in een niet kerkelijk gezin, vlak bij het vissersdorp Oosterend. In 1984 interviewt hij daar als student geschiedenis voor een scriptie, enkele bejaarde dorpsgenoten over een kerkelijk conflict dat zich in 1926 heeft afgespeeld. Praten erover doen ze, zelfs na al die tijd, liever niet. Ze schamen zich nog steeds.

Dros heeft die scriptie nu uitgewerkt tot het boek De sprekende slang dat zich laat lezen als een religieuze geschiedenis van Oosterend. Het interessante is dat het verhaal van dit kleine dorp met zijn achthonderd inwoners als het ware model staat voor wat je laaglands fundamentalisme zou kunnen noemen. De ondertitel van het boek luidt dan ook: Een kleine geschiedenis van laaglands fundamentalisme.

Wie fundamentalisme met terrorisme associeert, zit hier op het verkeerde spoor. Militant is dat laaglands fundamentalisme nooit geworden en als ‘fundamentalisme’ een negatieve bijklank heeft dan komt dat door de starheid en het gebrek aan relativering die met het woord geassocieerd worden.  Laaglands fundamentalisme is een strijd tussen rekkelijken en preciezen. Een strijd om wat er staat in de Schrift en wat er geloofd moet worden.

Een analyse van wat fundamentalisme is, kom je in Dros’ boek niet tegen. Hij houdt het bijna voortdurend bij de beschrijvingen van gebeurtenissen die relevant zijn voor de religieuze geschiedenis van Oosterend.  Dat is een compliment waard en maakt zijn boek ook tot een vreugde om te lezen.

Het conflict waar het allemaal om draait, heeft alles met de sprekende slang uit de titel te maken. De Amsterdamse, gereformeerde dominee Geelkerken komt  met de kerkelijke autoriteiten in botsing omdat hij zich verzet tegen een letterlijke interpretatie van Genesis  3, waarin de slang tot Eva spreekt. Is deze slang een zintuiglijk waarneembaar reptiel geweest, of is de slang hier een zinnebeeld van Satan? Geelkerken verwierp de letterlijke interpretatie als de enige mogelijke.

Er kwam een synode van, in 1926 in Assen. Daar werd Geelkerken gesommeerd zich te conformeren aan de kerkelijke lezing en, nadat hij weigerde, de kerk uitgezet. Het resultaat was dat 26 kerken in Nederland zich gezamenlijk afscheidden, waaronder ook die van Oosterend. Daar zorgde dit conflict voor grote commotie. Dros legt uit hoe het dorp zich in de voorafgaande vijfenzeventig jaar vast had gebeten in het gereformeerde geloof. Het vissersdorp was arm, de haven verzand, de oesters verdwenen en het vissen op zee gevaarlijk.

Scheidslijnen liepen er al voor 1926 door de Oosterendse bevolking. In 1900 kende het dorp, dat uit niet meer dan tien straten bestond, al een streng onderscheid tussen fijnen en groven. De fijnen waren de gereformeerden, de groven de anderen: de hervormden, doopsgezinden en katholieken. En natuurlijk haalde de ene groep de neus op voor de andere.

In 1926 scheurt het gereformeerde kamp in tweeën. Een paar jaar eerder heeft Oosterend eindelijk weer een gereformeerde dominee gekregen. Het is de dan 24e jarige ds. Buskens uit Amsterdam die de Oosterenders als een herder mag gaan leiden. De kudde heeft het dan zes jaar zonder dominee moeten doen. De jonge Buskens maakt een enorme indruk en maakt zich snel geliefd. Maar dan mengt hij zich in het conflict rond de sprekende slang, kiest de kant van Geelkerken en wordt in Alkmaar bij de classis op het matje geroepen. Buskens wordt geschorst en vertrekt uiteindelijk naar Amsterdam, de Oosterenders in verwarring achterlatend. Hoe kon hun zo geliefde dominee nu beschuldigd worden van  Schriftaanranding? Het dorp splijt in tweeën: voor of tegen Buskens, of anders gezegd voor of tegen de synode van Assen. Het conflict splijt vriendschappen, families en gezinnen. De pro-Buskens fractie scheidt zich af en bouwt zelfs een eigen kerk.

Nico Dros beschrijft zo de geschiedenis van een kerkscheuring en de gevolgen die het heeft voor de lokale gemeenschap. De kleine geschiedenis van een zo geïsoleerd dorp maakt het verhaal tot een mooie eenheid. Het conflict rond de sprekende slang is een apotheose waar netjes naar toe gewerkt wordt. Eerst worden we snel en feitelijk door de Nederlandse geloofsgeschiedenis geloodst. We maken kennis met Oosterend en de langzaam groeiende gereformeerde aanhang. Daarbij verklaart of interpreteert Dros niet of nauwelijks.  Alles wordt verteld zonder nostalgie, romantiek of verbazing over de gebeurtenissen.

Eén verklaring die Dros wel geeft leent hij van de antropoloog Rob van Ginkel . Die meent dat de hardheid en het gevaar van het vissersleven in de 19e eeuw de Oosterenders ertoe gebracht hebben steun te zoeken in het rechtzinnige calvinisme. Op heel Texel had alleen Oosterend een gereformeerde kerk en daar kwamen ook de meeste vissers vandaan.  Helemaal overtuigen doet die verklaring mij toch niet. Vissers verdronken vrij vaak en konden meestal niet zwemmen, vertelt Dros. Dan zou ik toch willen weten waarom de Oosterenders zich op het strenge calvinisme gestort hebben in plaats van zwemlessen te nemen. Bovendien blijkt fanatiek calvinisme ook meer tot spanningen dan tot innerlijke steun te leiden. Een fijne en een grove visser in één boot leidde nog wel eens tot ruzie, wat de situatie aan boord er niet veiliger op maakte.

Nico Dros eindigt De sprekende slang met een voorspelling. Nadat hij eerst kort de jaren zestig en zeventig heeft beschreven waarin het dorp de religieuze teugels doet vieren, constateert hij ook een begin van een mogelijke opleving van het strenge gereformeerde geloven. Het dorp kent momenteel een kleine zwartekousenkerk. ‘Wanneer de gezinsgrootte in deze kring gehandhaafd blijft (…), zal deze minderheid sluipenderwijs en zonder slag of stoot in het jaar 2050 de overhand in het dorp hebben gekregen.’

Dat ‘demografische’ argument kennen we. Het is vaker gebruikt, o.a. om aan te tonen dat Nederland katholiek of islamitisch zou worden. Zo’n uitspraak wordt nog wel eens gezien als waarschuwing voor naderend onheil. Maar waarschuwen doet Dros hier niet. Hij doet zijn voorspelling na de constatering dat de verhoudingen tussen rekkelijken en preciezen in het dorp verlopen als een getij. Over tsunami’s heeft hij het niet, wel over eb en vloed. En kennis van eb en vloed  heeft Dros als geboren Oosterender wel.

 

Door: Hilde van Vlaanderen

De eerste keer las ik het boek als een spannende roman. Wat er zich allemaal op het eiland Texel afspeelde in de kerken, in families, met predikanten en hun volgelingen. Het was bijna ongelooflijk. Laatst vroegen Russische vrienden mij, hoe het toch kwam dat er binnen de protestantse kerk zoveel stromingen zijn en het kostte me moeite om enige verschillen uit te leggen. Na lezing van dit boek, zal me dat beter afgaan, vermoed ik.

Toch begon ik nog een keer aan het boek, ik wilde preciezer weten, hoe het gegaan was. En bij de tweede lezing werd ik steeds verbaasder, maar ook kwader. Als je nog niet weet, waar oorlog en strijd in het klein vandaan komt, dan moet je dit boek lezen. Het is toch niet voor te stellen, dat hele families uit elkaar gaan vanwege de interpretatie van een tekst uit een boek van bijna tweeduizend jaar geleden? Natuurlijk leerde ik op school over de rekkelijken en preciezen, na dit boek heb ik eindelijk begrepen, waar het om ging. Maar begrijpen kan ik het niet.

De ondertitel van dit boek: Een kleine geschiedenis van laaglands fundamentalisme is meer dan toepasselijk. Fundamentalisme van de bovenste plank is het, de strijd om de Bijbeltekst, de interpretatie van bepaalde fragmenten (de sprekende slang ? echt of een metafoor?), het onbegrip en vervolgens het verdriet in families, onder vrienden, onder buren en collega’s om een verloren gewaande broeder of zuster. Waar fundamentalisme toe kan leiden…

Helaas kan ik het mijn moeder niet meer vragen, maar ik meen me te herinneren, dat zij begin jaren ’60 in Amsterdam dominee Buskes heeft ontmoet, hij was modern, progressief. Nu las ik dat deze dominee op Texel de Bijbeltwist en de strijd om de juiste interpretatie helemaal heeft meegemaakt. Met zijn vertrek hoopte hij de gemoederen te bedaren, maar dit bleek achteraf niet het geval. Hij heeft er later nog gepreekt en zich altijd verwant gevoeld aan de eilandbewoners en met name een groep mensen in Oosterend. Toch is het ook hem niet geluk de kemphanen tot elkaar te brengen. Zoals we ons gevoeglijk kunnen afvragen, of al die stromingen: hervormden, gereformeerden, remonstranten, doopsgezinden elkaar ooit zullen bereiken. In iedere stroming zitten immers scherpslijpers en… fundamentalisten.

Nico Dros heeft een mooi boek geschreven. De geschiedenis vanaf de 12e eeuw heeft hij in heldere taal weergegeven, de persoonlijke strijd in het dorp op Texel illustratief uitgewerkt. Hij heeft als kind in die omgeving gewoond en zijn ervaring bij zijn gereformeerde vriendje is een mooi verhaal, dat een uitstekend beeld geeft van de sfeer in die tijd. Het is dan wel weer schokkend om te lezen, dat er nog mensen waren, die de grootste strijd in de jaren ’20 en ’50 hebben meegemaakt en er niet over willen vertellen als hij een opnamerecorder wil gebruiken. Vergeven en vergeten? Het schijnt moeilijk te zijn. Dit boek is een aanrader voor een ieder die inzicht hoopt te krijgen in, inderdaad het fundamentalisme in de Lage Landen.

De sprekende slang

Auteur: Nico Dros
Verschenen bij: Uitgeverij Van Oorschot (febr. 2010)
Prijs: € 15,-

De sprekende slang
Nico Dros
ISBN: 9789028241329

Meer van :

20 oktober 2017

Soepel een licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit

Recent

16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken
13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong
12 oktober 2017

Een antikrimi

Over 'De rechter en zijn beul' van Friedrich Dürrenmatt
11 oktober 2017

De stijl tekent de man

Over 'Mijn grote appartement' van Christian Oster
10 oktober 2017

Eindeloos gepieker

Over 'Parttime astronaut' van Renée van Marissing

Verwant