Monika van Paemel – Weduwenspek

Tot de dood ons scheidt!

Recensie door Angèle van Baalen

‘“Zwijgen kan niet worden verbeterd”, met dat gezegde placht hij  haar het zwijgen op te leggen. Hij excelleerde in de alleenspraak, maar terwijl hij hoogdravend filosofeerde of haar temerig de les las ging er in Olivia een opstandige stem tekeer, argumenterend en weerstrevend, tot ze zich niet langer kon bedwingen en heftig uitviel. Waarop hij haar de mond snoerde met die afgezaagde frase. Zwijgen kan niet worden verbeterd.’ (p.8)

Olivia, een succesvolle modeontwerpster, spoedt zich naar het ziekenhuis om te waken aan het sterfbed van haar achttien jaar oudere man, Herr Gleicher, van wie ze, zoals al snel blijkt, duurzaam gescheiden leeft. Aangekomen op de zevende etage – in de zevende hemel is ze nooit geweest met hem, integendeel, hun huwelijk was een hel! – treft zij hem aan in een benauwd warme kamer. Daar ligt hij met openhangende mond en een opgezwollen buik alsof hij zwanger is. Hoe graag had zij hem daar nog al het haar aangedane leed betaald willen zetten! Maar zieltogend ziet hij kans haar een smerige streek te leveren: mijnheer heeft het zó weten uit te kienen dat zijn sterfbed samenvalt met de zinderende hondsdagen, terwijl hij al zo ver heen is dat zij haar gram niet meer kan halen. Er rest haar niets anders dan samen met hem nog één keer in dezelfde ruimte te zijn. En daarmee zijn we als het ware beland in een klassieke tragedie met de traditionele elementen van eenheid van plaats, tijd en handeling: de ziekenhuiskamer, één nacht en het sterfproces. Niet meer dan drie (sprekende) personages tegelijk aanwezig. Herr Gleicher en Olivia, en de derde persoon nu eens de nachtzuster, dan een oude non. Dramatische en/of schokkende taferelen worden in een Griekse tragedie niet ‘live’ getoond; bovendien zou Herr Gleicher dat nooit goedvinden en door te zwijgen maakt hij dit al onmogelijk! Bloederige en/of gewelddadige gebeurtenissen worden door een bode verteld. In de roman gebeurt dat via de herinneringen van Olivia.

De jeugd van Olivia kan kort samengevat worden: een kille moeder, een strenge vader en de kostschool. Omstandigheden die er zeker toe bijdragen dat zij gevoelig is voor de attenties van de oudere, intelligente hoogleraar. Handig weet Herr Gleicher gebruik te maken van de vrijheden die de sexuele revolutie (van de zestiger jaren van de vorige eeuw) met zich meebrengt. Hij schat de situatie juist in en grijpt Olivia gelijk onder de rok met alle gevolgen vandien. (Van Paemel maakt gebruik van sprekende namen, zoals Gleicher, ook nog eens in de vergrotende trap. Gleich betekent hetzelfde, gelijk maar ook meteen. Door zijn moeder en zuster wordt hij ook nog eens Dodo genoemd, wat haar niet zozeer aan een jeugdserie herinnerde, als wel aan de uitgeroeide walgvogel.) Maar meisjes zoals Olivia, die van toeten noch blazen weten, houden vast aan het klassieke idee dat zij hebben van ‘liefde’: man trouwt met vrouw en hun liefde wordt bezegeld met een kind. Afgezien van alle andere vernederingen die Olivia ondervindt van Herr Gleicher en zijn familie, is het niet hebben van een kind haar grootste trauma. Een kind, maar wel van het mannelijke geslacht (ja zeker!, want ‘meisjes zijn piskousen!’ aldus moeder Gleicher) is ook wat de moeder en zus van Herr Gleicher verlangen en Olivia moet er dus maar snel voor zorgen dat Herr Gleicher mannelijk nageslacht krijgt, ook als dat offers van haar vraagt. Herr Gleicher zelf heeft alleen oog voor zijn eigen plezier, zowel in bed als daarbuiten, en houdt haar vruchtbare dagen nauwlettend bij (hij vraagt inderdaad of ‘de rode vlag al uithangt’!), dit alles juist omdat hij geen kind wil. Heel subtiel weet de schrijfster rond dit ‘kindje’ een enorme spanning te creëren en vast te houden! Tegelijkertijd voelt de lezer dat dit het keerpunt in hun relatie is. Waarom anders is Olivia definitief haar eigen weg gegaan?

Olivia gaat een lange, broeierige nacht tegemoet. Een nacht die slechts af en toe wordt onderbroken door de komst van de nachtzuster of een non. Alleen gelaten met de man met wie ze verbonden is, door alles wat had kunnen zijn maar niet geworden is en door alles wat was maar wat zij verloren hebben laten gaan, geeft zij zich over aan haar herinneringen. Intussen zweet zij zoals zij nog nooit gezweet heeft. Zij walgt van haar eigen zwetend lichaam, zoals zij vroeger walgde van Herr Gleicher om zijn stinkend lijf. Hem kennende is zij bang dat dit proces lang gaat duren, en wanneer ze de dienstdoende nachtzuster daarnaar vraagt, legt deze haar vraag verkeerd uit. De nachtzuster antwoordt dat zij de patiënt goed in de gaten moet houden. Een kleine trilling zou al kunnen betekenen dat hij pijn heeft en dus extra morfine nodig heeft. Van haar wordt verwacht dat zij dat toedient via het pompje dat tussen zijn benen zit. – Alsof zij ooit nog met haar handen tussen zijn benen wil zitten! – Wanneer de nachtzuster het laken terugslaat om haar te demonstreren hoe het pompje werkt, beseft Olivia dat ze Herr Gleicher voor het eerst zonder zijn smerige ondergoed ziet, schoon en bloot als een baby. Zij bedenkt dat het een hele toer geweest moet zijn voor het ziekenhuispersoneel om hem van zijn vastgekoekt ondergoed te ontdoen.

De slotscène is al even mooi als de rest van de roman; verwacht niet een zoetsappig einde, dat zou afbreuk doen aan het geheel. Wanneer in een tragedie een einde ‘geforceerd’ moet worden, verschijnt een god: het oude nonnetje ‘kondigt aan dat het moment is aangebroken om vergiffenis te vragen en afscheid van Herr Gleicher te nemen; het einde is nakende. Is Olivia er klaar voor? Het is een van die zeldzame keren dat Olivia dankbaar is voor haar schooltijd bij de nonnen, zij kent de brutaliteit die onder de vroomheid schuilgaat, want hoe haalt die bes het in haar kap om zo’n impertinente vraag te stellen?‘“Hij eerst,” zegt ze. Daar heeft het besje niet van terug. Ze stamelt dat Herr Gleicher onmachtig is, nou, dan heeft het geen zin hem verder nog lastig te vallen (hou het bij de morfinepomp, denkt Olivia). Jawel, jawel, het kapje gaat heftig op en neer, maar je kunt nooit weten wat hij nog opvangt en het is voor de gemoedsrust van Olivia ook beter om zich te verzoenen. Hoe komt het besje erbij dat er een probleem is?’ (p.283-284) Wanneer het besje zich over het bed heen buigt en de woorden “Het is volbracht.” uitspreekt, werpt Olivia nog een laatste blik op Herr Gleicher en constateert dat hij, zoals hij gekomen is, ook vertrokken is: op slinkse wijze!

Met Weduwenspek heeft Monika van Paemel een aangrijpende roman geschreven, waarin zij in mooi, verzorgd proza zware thema’s behandelt als de strijd tussen man en vrouw, schuldgevoel en schaamte, woede en verdriet. Dit doet zij zonder zwaar op de hand te worden. En waar dit wel dreigt te gebeuren is er weer een schitterende woordenstrijd waarin de echtelieden keihard naar elkaar uithalen.

Weduwenspek

Auteur: Monika van Paemel
Verschenen bij: Uitgeverij Querido
Aantal pagina’s: 280
Prijs: € 19,95

Omslag Weduwenspek  -  Monika van Paemel
Weduwenspek
Monika van Paemel
ISBN: 9789021446752

Meer van Angèle van Baalen:

Recent

17 juli 2018

Legenden en leven

Over 'De vrouw met het rode haar' van Orhan Pamuk
13 juli 2018

Een oer-Vlaams bestaan, maar dan anders

Over 'Kroniek van een verzonnen leven' van Charles Ducal
11 juli 2018

Een ongrijpbare Kretenzische vrijheidsstrijder

Over 'Kapitein Michalis' van Nikos Kazantzakis
10 juli 2018

Het Koplandsiaans minuscule is de kracht in deze bundel

Over 'Houdingen' van Sylvie Marie
9 juli 2018

Nederland komt uit het buitenland

Over 'Rivierenland' van Sunny Jansen (auteur), Martin van Lokven (fotograaf)

Verwant