28 september 2009

Recensie 'Mobydickiana' – Barber van de Pol

Fijne vertaalanekdotes

Door Bianca Graat

Om te weten dat het vertalen van een klassieker als Moby Dick geen sinecure is, hoef je het oorspronkelijke werk niet eens gelezen te hebben, hoewel je daar als echte literatuurliefhebber natuurlijk nooit voor uit kan komen. De omvang van het boek, het scheepsjargon en de vreemde historische setting werken niet in het voordeel van de vertaler (en ook niet in het voordeel van de lezer overigens). De mythe die er gedurende anderhalve eeuw rondom Moby Dick is ontstaan, zorgt ervoor dat elke ‘hertaling’ met argusogen wordt bekeken. Voor de nieuwste Nederlandse vertaling van Herman Melvilles meesterwerk, die in het voorjaar van 2008 verscheen bij uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep, geldt echter dat het meest kritische paar ogen van de vertaalster zelf is. Zo blijkt uit Mobydickiana, een klein essayachtig stuk van de gelauwerde vertaalster Barber van de Pol, dat dit jaar in de Zeeuwse Slibreeks werd uitgegeven.
Barber van de Pol, vooral bekend als vertaalster van Spaanstalige literatuur, waaronder Don Quichote, wordt tijdens het vertalen van Moby Dick volledig opgeslokt door haar vertaaltaak. ‘De wereld kreeg vanaf een zeker moment een onwaarschijnlijk hoog Moby Dick-gehalte, waar dat tevoren nooit het geval was geweest. […] In je hoofd en je hart kunnen een heleboel hartstochten tegelijk leven, maar dat lijkt dan even niet het geval.’ Uit Mobydickiana spreekt de onvermijdelijkheid van deze hartstochtelijke verbondenheid tussen vertaalster en roman, maar het werkje is allesbehalve geromantiseerd. Van de Pol beschrijft immers bovenal de concrete stappen die ze heeft ondernomen om de negentiende-eeuwse klassieker te kunnen vertalen, zonder daarbij in een linguïstisch betoog te verzanden: ‘Je moet achteraf niet te veel zeggen over je problemen tijdens het creëren. Anderen hoeven niets van de moeite die aan het eindproduct vooraf gaat te merken […] Ik geef hier alleen maar wat flarden, dwalingen en ingevingen tijdens het ontstaansproces weer, voor de aardigheid, om de vertalerij in het algemeen eens iets invoelbaarder te maken.’ Dat is dan ook precies wat ze doet.
Als een rode draad door het boekje loopt de Amerikaanse reis, die Van de Pol maakt met P. (schrijver en vertaler Piet Meeuse), om dichter bij de wereld van Melville en Moby Dick te komen. Ze vertelt over een klein stadje waar jolige amateurtoneelspelers op een walvisvaarder het verleden willen laten herleven, over de kerkhoven in New York waar ze Melvilles graf niet weet te vinden, over het eerste walvisskelet dat ze ziet en over de eerste ontmoeting met een levende witte walvis: ‘een aangetrouwd achterachterneefje of -nichtje’. Het verhaal krijgt een persoonlijke dimensie ? en de vertaalster krijgt een gezicht ? door opmerkingen over bijvoorbeeld de geboorte van haar kleinkind en haar relatie met reisgenoot P., die niet eenvoudig te duiden is.
Maar dit verslag is natuurlijk meer dan alleen een Moby Dick-tour langs de Amerikaanse oostkust. De overdenkingen over de te vertalen roman en zijn eigenaardigheden maken het naast een aardig, ook een interessant werkje. Van de Pol beschrijft hoe ze worstelt met de Nederlandse benamingen voor de Engelse scheepstermen, overvloedig aanwezig in het origineel. Ze vertelt hoe moeilijk het is een schijnbaar eenvoudige zin als ‘There she blows’ te vertalen: ‘spoten’ of ‘bliezen’ walvissen in de negentiende eeuw? Dan zijn er natuurlijk ook nog de gevleugelde uitspraken uit de brontekst, waar een Nederlands equivalent voor gevonden moet worden, te beginnen bij de beroemde openingszin ‘Call me Ismael’. De vertaalster wijdt aan dit probleem een flinke voetnoot, waarin ze heel wat mogelijkheden afschiet en uiteindelijk tot het voor haarzelf alsnog weinig bevredigende ‘Noem me Ismael’ komt, met dank aan Maarten Biesheuvel.
Lezers die reeds eerder het nieuwste Nederlandstalige prachtexemplaar van Moby Dick kochten en het ook daadwerkelijk lazen, zullen Van de Pols vertaalanekdotes bekend in de oren klinken. Veel van de overdenkingen uit Mobydickiana staan al in het nawoord bij de Athenaeumeditie. Voor fervent lezers van vertaalde literatuur, die zich realiseren dat literair vertalen een vak is en voor de lezers, die zich daarvan nog moeten laten overtuigen, is deze Slibuitgave, geïllustreerd door de schrijfster zelf, wel een mooi boekje. Het komt immers niet vaak voor dat een vertaalster de lezer confronteert met haar bestaan om zo het vertaalproces dat zich doorgaans ver buiten het blikveld van de lezer, in het hoofd van de vertaalster, afspeelt, wat tastbaarder te maken. Barber van de Pol heeft daarvoor in Mobydickiana een fijne vorm gevonden.

Barber van de Pol, Mobydickiana. Stichting CBK Zeeland, Middelburg 2009.

Meer van :

17 november 2017

Uitzichtloos leven in Unthank / Glasgow

Over 'Lanark' van Alasdair Gray
15 november 2017

Een portret in stukjes

Over 'Waarom ik mensen niet in mootjes hak' van Renske de Greef
14 november 2017

Diepe emoties in weloverwogen zinnen met originele beelden

Over 'Binnenplaats' van Joost Baars

Recent

13 november 2017

Een aaneenschakeling van mislukkingen?

Over 'We haten elkaar meer dan de Joden' van Els van Diggele
9 november 2017

Verlangen in vele variaties

Over 'Het raadsel van de liefde' van Andre Aciman
8 november 2017

Biografie Herman de Coninck gedicteerd door De Coninck zelf

Over 'Toen met een lijst van nu errond' van Thomas Eyskens
7 november 2017

De dreiging van het duister

Over 'Wol' van Aart Taminiau
6 november 2017

Het licht gaat uit

Over 'Laatste dagen op Ellis Island' van Gaëlle Josse

Verwant