4 oktober 2010

Recensie: Melktanden – Martijn den Ouden

 

Recensie door Albert Hogeweij

Vrolijk stemmendegruwelsprookjes voor de volwassen lezer

Zou het bescheidenheid zijn dat de debutant Martijn den Ouden (1983), die naar eigen zeggen in het radioprogramma De Avonden nog nauwelijks poëzie had gelezen voor hij aan het schrijven van zijn debuut begon, koos voor de titel Melktanden? Tanden van een melkgebit zijn geen blijvertjes en ze zijn minder sterk dan de tanden van een volwassene. Maar de brutaliteit en het lef die van de pagina’s spatten, onderschrijven zo’n hypothese van bescheidenheid allerminst. Iets anders dan: bij jonge dieren is het melkgebit scherper en jonge dieren zijn zich bij lange na nog niet bewust van de kracht van hun beet. Die daardoor vaak harder is. Uit speelsheid wel te verstaan. Dat zou al meer bij deze bundel passen. Het stadium van het melkgebit is ook dat van de onschuld, van het vrijblijvend vertoeven aan gene zijde van Goed en Kwaad. En als één ding na lezing van deze bundel wel duidelijk is, is dat de in deze gedichten verhaalde anekdotes zich niet gedragen naar de gangbare opvatting van goed en kwaad. Maar het stadium van onwetendheid lijkt al ruimschoots gepasseerd in deze gedichten. Er ligt dikwijls een nauwelijks verholen verlustiging in een wreed spektakel aan ten grondslag. De touwtjes lijken in handen van iemand die een sadistisch en kwaadaardig genoegen in de fatale afloop schept, in gruwelsprookjes.

De bundel telt maar liefst 55 gedichten die ongelijk van lengte en over 4 afdelingen verdeeld zijn. Op twee wat liedjesachtige gedichten na, valt de afwezigheid van formele strofen en rijmschema’s op. Titels, hoofdletters en interpunctie zijn nagenoeg buiten de deur gehouden. Maar het poëtische middel van de herhaling op letter-, woord- en regelniveau wordt allerminst geschuwd. Opvallend is verder de hoeveelheid neologismen die dit debuut rijk is: er kan zomaar sprake zijn van ‘bloedgroeten’ ‘ketskoeien’ ‘zwiebeldijen’ of van ‘een bastbrekend bos’ dan wel van ‘een poepsterk wedstrijdpaard’. Een buitenbeentje in de bundel is het langste gedicht (twee en een half pagina) dat slechts uit 1 regel bestaat die maar liefst 85 maal herhaald wordt: ‘ik mag geen schoten lossen op een gezond gezin’. Als een portie strafwerk van de bovenmeester. Ook jongetjes met melktanden moeten weten hoe het hoort.

Er is bijna geen gedicht waarover niet de dreiging van geweld hangt, als een suspense. Er wordt al dan niet heimelijk gesmacht naar wreedheid, dan wel beschrijven de gedichten op quasi neutrale toon een macaber tafereel waarin, zoveel is zeker, geweld niet lang tevoren heeft plaatsgehad. Weerloze dieren of fabuleuze creaturen hebben het onderspit gedolven, door menselijk toedoen of door veronachtzaming. Soms ook is het slachtoffer een meisje of een kind. De huiveringwekkende, soms grotesk of absurdistisch aandoende verhalen worden op een montere, nonchalante toon opgedist, waardoor er niet alleen kwaadaardige onschuld doorheen sijpelt, maar ook de lach een kans krijgt.

‘het diertje is in de brandnetels gevonden

is het een hoefdier?
nee,
hij pist over z’n schoentjes
zwartgelakte balletschoentjes

bij Harm deed ie een dansje
verloor zijn hoed

doe het hokje maar weer dicht
straks is ie weg’

Dit zou je enkel nog in Herenleed van Armando hebben kunnen vernemen.

Elders is men toeschouwer van een niet nader geduid schouwspel waarbij overduidelijk lijdende voorwerpen betrokken zijn en leest men in het betreffende gedicht bij herhaling de zinnen: ‘wij lachen/ja wij lachen/wij hebben hier veel geld voor neergeteld’.

De stijl is zelfverzekerd en trefzeker, ook in wat verzwegen wordt. Dat verhoogt de suggestieve lading. Maar deze poëzie is hiermee nog niet afdoende gekenschetst. Tussen droge, vaak niet mis te verstane, beschrijvende regels, kan opeens een onvervalste poëtische regel opduiken als: ‘de zee laat overdag haar honden los in mijn hoofd’ of regels als: ‘in de spiegelogen van het buitenzinnig vee/ schicht kanonvuur naar een traag tranende hemel // later in de lente / tranen zustersogen van netels in heldenhanden’. Het raadselachtig poëtische gedeelte kan soms ook bijkans het gehele gedicht behelzen. Laat ik hiervoor eens een misschien wat minder geslaagd gedicht citeren:

‘zonnegoud geschilderde handen
begraven je tanden
in braakliggende grond

het stil gebaar van
het heeft iets te betekenen
melktandendokter

wuift graanrijk over onze lieve aardemoeder

op jouw leeftijd Laura
– en je hebt je laten facefucken ?
is het blijk en bloot dat je met bruidsnagels niet naar tanden graaft
dertig centimeter kan diep zijn’

De ongehoorde combinatie van hermetische dichtregels en platte rauwheid werkt verrassend goed. Ze overrompelt de lezer, pakt hem in. Ze maken de anekdote er misschien niet onschuldiger mee, maar benadrukken wel dat de angel van het gedicht in de taal en niet in het verhaal zit. Dat het eigenlijk niet meer is dan een spel met de woorden. Dat het plezier aan de taal het met gemak wint van de verhaalde gruwelijkheden, zegt veel over de poëtische kracht van deze gedichten. Martijn den Ouden draaft er niet mee over de gebaande wegen, maar zet op eigen kracht een zeer gewaagd spoor uit. En hij blijft daarbij verrassend genoeg overeind.

De setting kan soms surreëel zijn. Neem dit idioot-komische, in de vorm van een uitnodigingsbrief geschreven gedicht:

‘Lieve vrienden,

Ik weet het, het is koud en het waait hard maar we gaan gewoon, zoals
afgesproken, om vier uur naar de speculaasfabriek. Neemt iedereen zijn
vriestas met worsten mee! O ja, voor ik het vergeet, het was een cactus.
Bertha is overleden aan een cactus. Haar vacht glansde nog prachtig toen
ze haar wegtakelden. Zonde. We zullen haar missen.

hier het programma:

16.00 u
verzamelen voor de speculaasfabriek

16.15 u
ongelofelijk veel trekdrop en koffie

17. 45 u
klein vuurwerk

17.46 u
pauze (tijdens de pauze zal er een slechte film worden gedraaid die we
niet af kunnen zien omdat daarvoor de pauze te kort is maar dat is Johan
zijn schuld)

18.00 u
het kalf wordt gehesen

19.00 u
er worden verrekijkers uitgedeeld

19.15 u
het kalf zal tot ontploffing worden gebracht

19.30 u
worsten bakken (hiervoor mogen wij gebruik maken van de
speculaasoven)

22.00 u
afscheid

N.B.

De eigenaar van de speculaasfabriek zal bij ons feest niet aanwezig zijn.
Hij gaat ervan uit dat we de boel een beetje netjes houden en niet zoals de
vorige keer dat hij weken later nog vleesresten tegenkomt.

Als je verhinderd bent om aan het feest deel te nemen, laat het mij of
Johan tijdig weten zodat we rekening kunnen houden met het aantal
verrekijkers dat we moeten huren.

Tot volgende week.’

Je hoeft zelf bepaald geen sadist te zijn om bij menig gedicht in de lach te schieten.

Dit is een debuut waarvan je kunt gaan houden en waarvan het verleidelijk is er veel uit te citeren. Want wat te denken van passages als:

‘ik heb nooit een hert geslagen
ik wandel ook nooit door het bos

omdat de roze tong
van de vruchtbare nacht
likt
aan het natgeregend beton in de stad
wandel ik nu door het bos’

of

‘- daar heb ik een schip vol dromen verbrand
ik had het koud ?‘

of:

‘nu de lente barst van heldendaden
nu ik hoor
dempt mijn vuist de woorden van een zachte tong’

Een typerend gedicht (maar ieder gedicht uit deze bundel lijkt wel een typerend gedicht, hoewel zeker niet ieder gedicht even sterk is in zijn geheel) is het gedicht op pagina 12.

‘bok hok bok
met bekken dik mos keilgeiten melken
ketskoeien
buidelkatten

bok hok bok
vijf keer per dag
gluren in ’t kippenlicht

wit buigt de brug over het klein knikkerbad
bok hok bok
springt het van grafkuilen naar lentebloemen
bekt in het zalig zuigen van de dingen

een kom vol vissen draait mee in de pels
radslag your ass
sluierdier
van grafkuil naar lentelicht’

Wat hierin als regel misschien niet meteen te duiden valt, komt het verstaan van de wrange, suggestieve ondertoon als geheel haast ten goede. Terwijl je het gedicht leest, klopt het. Bij de versregel ‘radslag your ass’ was het me opeens volkomen duidelijk waarom juist Astrid Lampe op de achterflap deze bundel aanprijst.

Van een lang elegisch getoonzet gedicht uit de laatste afdeling Straten die we overslaan (de afdeling waarin de minste slachtoffers vallen) citeer ik tot slot graag de eerste helft:

‘als de wind zo kalm als ze nu is, blijft liggen
als ze niet meer, dan zo af en toe,
heel zachtjes kucht, en de bloemen buigen.

als alle dieren slapen of sluipen.
als het water een spiegel is.
als het vuur niets meer dan
koude handen nog verwarmt.

als de zon een wit laken is
aan een boom in een weiland.

als dit de waarheid is
en de kinderen met hoofdtooien
in het lange gras met vossen spelen
tot het witte laken aan de boom verbleekt
en het nacht is.

als het zilver van de nacht
in het slapend land
naar de honden roept
en de honden zich de wonden likken.
en de regen langs de hemel glijdt,

juist dan,
breekt de rand van het dak van het huis waar ik ben grootgebracht.

beneden veegt een man de stukken bij elkaar.
met gesloten ogen en gevouwen handen
prevelt hij voor zich uit:
men zou het moeten bezweren en als stof zijn zij
als stof zijn zij in de adem van het beest met de vuren ogen.
(…)’

Wie wil weten hoe dit afloopt, schaft de bundel zelf maar aan!

Als het de jury van de C.Buddingh’-prijs, die jaarlijks aan een poëziedebuut wordt toegekend, er om te doen is de eer te gunnen aan de bundel die getuigt van de meeste lef, meeste humor, de grootste speelsheid, de sprankelendste en eigenzinnigste stijl, de minste navolging, enz. enz. dan kan Martijn den Ouden alvast aan een dankwoord knutselen. Maar ja, mocht de jury in al zijn wijsheid falen, dan is de kans groot dat we in de vervolgbundel van Den Ouden een twee en een half pagina tellend gedicht tegenkomen dat 85 maal dezelfde regel herhaalt: ‘ik mag geen schoten lossen op falende juryleden’.

Melktanden

Auteur: Martijn den Ouden
Verschenen bij: Uitgeverij Querido
Prijs: € 17,95

Recensie: Melktanden
Martijn den Ouden
ISBN: 9789021438450

Meer van Albert Hogeweij:

20 oktober 2017

Soepel en licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 mei 2017

Poëzie gefascineerd door het zijn, het aanwezig zijn.

Over 'Gebogen planken' van Yves Bonnefoy

Recent

23 november 2017

Weidse landschappen, bekraste zielen

Over 'Idaho' van Emily Ruskovich
21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

Over 'en toen aten we zeehond' van Nicoline Timmer
20 november 2017

Het leven ontwijken

Over 'Kraaien tellen' van Lucas de Waard
17 november 2017

Uitzichtloos leven in Unthank / Glasgow

Over 'Lanark' van Alasdair Gray
15 november 2017

Een portret in stukjes

Over 'Waarom ik mensen niet in mootjes hak' van Renske de Greef

Verwant

4 oktober 2010

Recensie door: Machiel Jansen

Over 'Roman wil de lezer voor zichzelf hebben' van Martijn den Ouden
4 oktober 2010

De goden van de waarheid hebben het in hun macht.

Over 'De tijdelijke gentleman' van Martijn den Ouden