21 april 2009

Recensie 'Kruis en kraai' – A.F.Th. van der Heijden

Door Jessica Brouwer

Het oeuvre van elke romanschrijver verraadt diens opvattingen over de romankunst. In Kruis en kraai. De romankunst na James Joyce (2008) maakt A.F.Th. van der Heijden zijn poëtica expliciet. In briefvorm geeft hij vervolg aan vervlogen gesprekken met zijn vroegere redacteur, wijlen Anthony Mertens, door hem andermaal deelgenoot te maken van zijn gedachten over de roman, zoals eerder een decennium lang in Café de Zwart aan het Spui.

Eerst maar eens het kaf van het koren scheiden. Zijn poging tot definiëring van de roman lijkt een ‘one-size-fits-all’ omschrijving op te leveren, maar Van der Heijden haast zich om ‘het meest vrije literaire genre’ te ontdoen van pretendenten die onterecht aanspraak maken op de troon van de romankunst. Ook auteurs die zich in hun verklaring van het waarom van de romanschrijverij schuldig maken aan pedante pocherij en valse bescheidenheid krijgen er ongezouten van langs.

Van polemiek pur sang tot poëtica met polemische uithalen. Hij aarzelt: “Kan onverhoedse inspiratie, zonder bijkomende motivering vooraf, voldoende beweegreden vormen om een roman te gaan schrijven?” Van der Heijden onderscheidt tien verschijningsvormen van inspiratie die niet zozeer drijfveren zijn maar veeleer expressie geven aan het fundament van zijn schrijverschap. Dat is persoonlijker, een manier om zich staande te houden in een wereld waarin verarming troef is, mensen maskers dragen en waarachtig contact onmogelijk is. Herinneringen, gebeurtenissen, associaties en visioenen vormen het voedsel voor de verbeelding. Door de beelden los te maken van de eenmalige werkelijkheid en te herscheppen in de literaire werkelijkheid creëert Van der Heijden universa waarin eenduidigheid en etikettering geen opgang doen, gedachten ontrafeld en mensen gekend kunnen worden.

Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Niet alleen is de roman een machtsmiddel tot de zelfverkozen, betekenisvolle werkelijkheid, ook wil Van der Heijden voortborduren op grote Europese voorgangers. Finnegans Wake van James Joyce beschouwt hij als het beste en experimenteel verst reikende werk in de romankunst van de twintigste eeuw. Een roman die het uiterste voorbij is zelfs, ‘het literaire Einde van de Wereld’. Zoals Cees Nooteboom op zijn schreden terugkeert bij het aanschouwen van een raaf die ‘met onnavolgbaar effectbejag’ op een kruis is neergestreken, zo moet ook Van der Heijden zich vol ontzag maar ontmoedigd omdraaien bij het onmogelijk te evenaren Finnegans Wake, zijn hoogstpersoonlijke kruis met kraai.

Hoewel de onbetreden paden onbegaanbaar zijn geworden en Van der Heijden zich genoodzaakt ziet zijn hielen te lichten, wil hij in geen geval de gebaande paden van de traditie klakkeloos volgen. Hij gaat de uitdaging van het experiment aan, maar dan wel binnen de menselijke mogelijkheden: “Aan de hand van mijn eigen ervaringen wil ik een algemener proces zichtbaar maken dat loopt van het onhaalbare via het haalbare naar, opnieuw, het onhaalbare […]”. Ooit gekweld door zijn onmogelijk te publiceren Oerboek, hoopt hij nu langs het kruis met de kraai te geraken door zijn onmogelijk te schrijven Eindboek, alias Het Onmogelijke Boek, in fragmenten te construeren. Althans, een suggestie of afspiegeling daarvan. Elke roman uit de reeks die Van der Heijden wil componeren, grijpt terug naar de klassieke en teleologische roman zoals Willem Frederik Hermans die voor ogen had, maar exploreert tegelijkertijd de opengewerkte romankarakters naar voorbeeld van James Joyce en Virginia Wolf.

Het lijkt erop dat Van der Heijden de last van Het Onmogelijke Boek zijn literaire leven lang met zich mee zal torsen, en in Kruis en kraai. De romankunst na James Joyce weer even moed moest verzamelen om opnieuw in vorm te komen voor het vervolg van het grote werk, ‘losdribbelen voor de marathon’ zoals hij dat zelf placht te noemen. Hoe individueel het afleggen van een marathon ook moge zijn, in aanloop tot de nog af te leggen afstand had het commentaar van Mertens, die slechts als passief klankbord wordt gebruikt, wellicht nog onverwachte sprints en verrassende prestaties opgeleverd. Want als persoonlijk relaas over Van der Heijdens oeuvre is het boekje niet oninteressant maar wel erg voorspelbaar. Zijn tot nu gepubliceerde romans hadden zijn sowieso al niet al te impliciete poëticale opvattingen reeds lang verraden…

A.F.Th. van der Heijden, Kruis en kraai. De romankunst na James Joyce (2008), Athenaeum ? Polak & Van Gennep, 104 p.

1 reactie

  • rein swart schreef:

    goede recensie, jessica; ik heb genoten van je mooie woorden en beeldende zinnen.





 

Meer van :

22 augustus 2017

Variabele verhalen in prettige stijl geschreven

Over 'Astronaut' van Pieter Kranenborg
17 augustus 2017

Vergeefse strijd heeft een mooie bundel opgeleverd

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan

Recent

16 augustus 2017

Ideale bestaansvorm

11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník
7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden

Verwant