Jan Glas – Het waaide er

Heldere bewoording maakt nog geen transparante poëzie

Recensie door Reinder Storm

Er is een geestig gedicht van Willem Wilmink waarin hij overtuigend de kennelijke coïncidentie aantoont tussen namen van dichters en het karakteristieke van hun werk: ‘Van Deel op de details gericht […] en geen puntiger dan Stip’. Een dichter met de naam Jan Glas wekt onwillekeurig de verwachting – nog voordat de bundel  geopend is  – naar heldere, transparante gedichten.
De gedichten van Jan Glas bestaan uit begrijpelijke zinnen en bevatten geen moeilijke woorden. Maar de heldere bewoordingen maken deze poëzie van Glas nog niet transparant. Neem bij voorbeeld ‘Kleine ballade’:

Mensen die fietsen
alsof ze langzaam sterven.
Achter zulke mensen fietsen
in een smalle of drukke straat.
Het lukt je niet ze in te halen.
Je ziet hun achterste.
Wat een gedoe, denk je,
ze sterven.

Jan Glas (1958) debuteerde vrij laat. In 2004 kwam zijn eerste bundel gedichten in het Gronings uit.  En Groningen, de Groningse cultuur en de Groningse taal, zijn een duidelijke constante in zijn werk. Glas vertaalt in het Gronings, dicht in het Gronings en presenteert zich in zijn ‘webloug’ als een Groningse kunstenaar. Uitgeverij De kleine uil, waar ook de bundel Het waaide er verschijnt, is in Groningen gevestigd. Wat hierin dus opvalt, met andere woorden, is dat Glas zich ditmaal niet per se als Groninger heeft willen laten kennen.
Er is een gedicht dat ‘Polderland’ heet, maar Gronings is het in het geheel niet:

Ik was het eerste kind en werd Konijn
genoemd, de zoon van een Koningin, een moeder
die alles zelf naaide: een berglandschap
waar in ons polderland geen plaats voor was,
een trein die in één keer doorreed naar Parijs,
niemand die daar in 1967 belang bij had.

[…]

De bundel Het waaide er van Jan Glas is vooral gevarieerd. Binnen enkele pagina’s bewegen wij van een Bulgaars circus naar vliegveld Tempelhof Berlijn, monstert in 1783 een licht-matroos aan bij de VOC, en wordt geciteerd uit recent onderzoek dat is verricht aan de Universiteit van Michigan. De gedichten van Glas zijn koel beschouwend of persoonlijk (‘Maandagnacht had ik een Chinees in bed …’). En van dit ene uiterste naar het andere bewegen lezer en dichter zich moeiteloos, zonder nadrukkelijke overgangen. Tussen dit alles door staan, verspreid  over de bundel, vijf gedichten, getiteld ‘Abstract’, I t/m V. De samenhang die door deze zich herhalende titels wordt opgeroepen is – vooral inhoudelijk – schijn; wel ogen deze vijf ‘abstracts’ alle als prozagedichten. Om er één te citeren:

Abstract II

Er verscheen een kamer midden in de nacht
met een kleine keuken eraan vast. Gebouwd
zonder bouwvergunning of aannemer. Blijkbaar
kan zoiets in de nacht waar het wemelt van de
nietsnutten en de zogenaamde vrienden. In de
kamer zat een gat. Het waaide er. Door het gat
kwam mijn vader de kamer binnen, hij droeg
een kip die legnood had. Grote kans dat er in de
nacht in de kip een ei met dubbele dooier zat.

De poëzie van Jan Glas heeft iets zakelijks; in het gedicht ‘De wereld van wrok’ bijvoorbeeld, kiest de dichter vrijwel meteen het zijspoor van de beeldspraak en gaat daar tot bijna in het lachwekkende op door. Met wrok heeft dat niet meer te maken – benoemd is het thema wel. En daarmee weet Jan Glas te intrigeren. Is dat dan toch op een of andere manier iets Gronings?

 

 

Omslag Het waaide er - Jan Glas
Het waaide er
Jan Glas
Verschenen bij: Kleine Uil, oktober 2017
ISBN: 9789492190567
40 pagina's
Prijs: € 15,00

Meer van Reinder Storm:

Recent

22 mei 2018

Het fenomenale is ver te zoeken

Over 'De fenomenale meerval en andere verhalen' van Alfred Birney
17 mei 2018

Misleidende verhalen

Over 'Roza' van Olivier Willemsen
16 mei 2018

Zoektocht naar kennis

Over 'De ommegang' van Jan van Aken
14 mei 2018

Meer ambacht dan kunst

Over 'Alle gedichten' van Gerrit Komrij