21 mei 2010

Recensie: God op zijn plaats ? Ian Buruma

Recensie door: Machiel Jansen         

Het kruispunt van religie en democratie

De Duitse filosoof Gottfried Leibniz (1646-1716) had zo’n groot vertrouwen in de mogelijkheden van de wetenschap en de wiskunde dat hij dacht dat in de toekomst mensen bij een meningsverschil niet meer met elkaar in discussie zouden gaan maar tegen elkaar zouden zeggen: laten we het uitrekenen.

In het huidige digitale tijdperk zijn computers overal, maar gediscussieerd wordt er nog wel degelijk en emoties lopen soms hoog op, vooral als het gaat over de plaats van de religie in de huidige samenleving, en al helemaal als de islam ter sprake komt. Aan meningen hebben we geen gebrek, aan genuanceerde op feiten gebaseerde bijdragen des te meer. Maar al te vaak worden rationele argumenten opzij gezet met verwijten van verraad, verzoening, racisme en gezamenlijk thee drinken.

Het aanmoedigen van de rede in plaats van emotie in het debat was één van de doelstellingen van de Schotse filosoof David Hume (1711-1776). Vooral religieuze enthousiastelingen waren niet voor rede vatbaar. ‘Hoop, trots, aanmatiging en een levendige fantasie, gecombineerd met onwetendheid vormen de ware bronnen van het enthousiasme.’ 

Net als Leibniz was ook Hume een man van de Verlichting, een periode in de Europese geschiedenis waarin rede, rationaliteit en wetenschap werden gezien als de basis voor politieke en maatschappelijke opvattingen. Religie werd gezien als irrationeel en een bedreiging voor de maatschappij die men voor ogen had. De verschillende filosofen uit die periode verschillen nogal in de maatschappelijke rol die ze toebedeelden aan religie maar allemaal beschouwden ze religieuze waarden als relatief, niet universeel. Ideeën als de scheiding tussen kerk en staat en de scheiding tussen  wetgevende, uitvoerende en rechtelijke macht zijn opgekomen in de Verlichting.

De ideeën van de Verlichting worden tegenwoordig weer van stal gehaald als het gaat om het verdedigen van moderne Westerse waarden tegenover religieuze opvattingen, met name de islam. De Nederlandse schrijver, essayist Ian Buruma (1946) constateert het in zijn nieuwe boek God op zijn plaats. Het kruispunt van religie en democratie. De verdedigers van Westerse Verlichtingsidealen richten hun pijlen niet alleen op moslimfundamentalisten maar ook op de aanhangers van de multiculturele samenleving. Het is vooral in die laatste verbale strijd dat de verdachtmakingen van vriend, vijand, verzoener, racist, fascist en theedrinker over en weer het hardst klinken.  Maar een debat in de geest van de Verlichting is nu juist op rationele argumenten gebaseerd.  

Ian Buruma is één van de essayisten die de rationaliteit probeert terug te vinden in het debat. Hij is bepaald geen nieuwkomer waar het gaat over onderwerpen als de islam in Europa en de relatie tussen Oost en West. Zijn essays en commentaren verschijnen regelmatig in NRC Handelsblad, The New Yorker, The New York Review of Books en The Guardian. Buruma is met Hirsi Ali waarschijnlijk de enige Nederlander die kan rekenen op een internationaal lezerspubliek waar het gaat om bijdragen aan het cultureel politieke debat. Zijn boek over de Moord op Theo van Gogh (Murder in Amsterdam/ Dood van een gezonde roker, 2006) is wereldwijd besproken en gelezen. In 2008 ontving hij de Nederlandse Erasmusprijs.   

In zijn nieuwe boek besteedt Buruma ruim aandacht aan verschillende denkers uit de Verlichting. God op zijn plaats gaat over de verhouding tussen politiek en religieus gezag op drie continenten. Dat is een ambitieus onderwerp en Buruma behandelt het in nog geen 150 bladzijden. Het resultaat is een interessante, zeer leesbare verzameling uiteenzettingen die echter te kort en daardoor soms opvallend onvolledig is. Die beknoptheid is wel te verklaren. Buruma presenteerde de drie hoofdstukken in dit boek namelijk als lezingen voor Princeton University.  

In de inleiding zet Buruma zijn doel duidelijk uiteen. Zijn raadgever is de Franse denker Alexis deTocqueville (1805-1859) en leidend is de vraag: wat is er nodig, naast stemrecht en vrijheid van meningsuiting, om democratische samenlevingen bijeen te houden?

Het eerste hoofdstuk begint met de vraag waarom in de Verenigde Staten het geloof een veel belangrijkere rol speelt dan in Europa. Het antwoord zoekt Buruma in de geschiedenis, of beter, in de ideeëngeschiedenis. Daarbij gebruikt hij de observaties van de Tocqueville die tijdens The Second  Awakening (1790-1840), een periode van religieuze opleving, in de Verenigde  Staten rondreisde en uitgebreid verslag deed van de Amerikaanse samenleving. In Europa, merkt de Tocqueville op, bestrijden de niet gelovigen en gelovigen elkaar als politieke tegenstanders. In Amerika, waar de macht van de Katholieke kerk niet aanwezig was, lag dat anders.Vrijheid is het sleutelbegrip in de observaties van de Tocqueville. Vrijheid in religieuze beleving en een volledige vrijheid van kerk en staat gaan in de Verenigde Staten samen, en dat heeft alles met het protestantisme te maken. Het was Luther die twee en een halve eeuw eerder al een grote aanzet had gegeven voor het scheiden van kerk en staat met zijn doctrine van de twee kerken. Buruma vermeldt Luthers bijdrage echter niet.

In Europa, waar de invloed van de Katholieke kerk veel groter is geweest, verschillen de landen onderling aanzienlijk in hun kijk op religie en gezag. Buruma richt zich vooral op Engeland en Frankrijk. De filosofen Hume en Burke dienen als voorbeeld dat traditie in het conservatieve Engeland belangrijk is. Frankrijk heeft met de Franse Revolutie gekozen voor een radicalere vorm van verlichting, min of meer gebaseerd op de ideeën van Spinoza en Rousseau. Die geschiedenis verklaart huidige verschillen in de aanpak van religieuze spanningen in de verschillende landen van Europa. In Frankrijk wordt de scheiding tussen kerk en staat ver doorgevoerd. Op Franse scholen zijn religieuze afbeeldingen of kledingstukken taboe. In Engeland en Nederland is de situatie anders en is er ruimte voor de overheid om het religieuze karakter van openbare instellingen, waaronder scholen toe te staan en te steunen.

Andere Europese landen, waaronder Duitsland, worden in dit betoog om onduidelijke redenen buiten beschouwing gelaten. Buruma vat de relevante opvattingen van o.a. Hume, Jefferson, Spinoza en Hobbes bondig samen, en zijn uiteenzetting van de verschillen en overeenkomsten tussen de naties overtuigt ook wel. Toch is het hoofdstuk wel heel beknopt en maakt het uiteindelijk de indruk dat je een samenvatting  gelezen hebt.  Die trend zet zich door in het tweede hoofdstuk Oosterse wijsheid dat het Aziatisch continent, althans China en Japan, behandelt. Buruma studeerde Chinese letterkunde in Leiden en woonde een tijd in Japan. Dat schept verwachtingen. Maar dit hoofdstuk lijdt vooral onder  de lengte, die veel te kort is: 23 pagina’s over China en 14 over Japan. Als een handige samenvatting voor studenten voldoet het misschien maar de reis door de geschiedenis duurt zo kort dat er niet veel meer dan een flits overblijft.   

Het derde hoofdstuk met de titel De waarden van de Verlichting, trekt de meeste aandacht. Buruma beschrijft de problematiek van de islam in Europa en meer dan in de vorige twee hoofdstukken klinkt hier zijn mening door. De poging om een afstandelijke, deels objectieve samenvatting van de belangrijkste gebeurtenissen, van de Rushdie-affaire tot aan de discussie rondom Tariq Ramadan,  te geven, dwingt respect af. Het eens goed op een rijtje zetten van wat er nu precies is gebeurd, levert ook aardige inzichten op. Zo beschrijft Buruma de verwarring die zich meester maakte van jongerenwerkers in Engeland die het muliculturalisme aanhingen en moslimjongeren verdedigden en door dik en dun steunden. Tot hun ontzetting bleken dezelfde jongeren nu bereid om tijdens de Rushdie-affaire aan een openbare boekverbranding mee te doen. Hun opvattingen over de multicurele samenleving veranderde daardoor radicaal.

Ook bij rechts is er sprake van een enorme draai. Rechtse verdedigers van de Westerse waarden verdedigen harstochtelijk tolerantie ten opzichte van homosexualiteit en vrouwenemancipatie tegenover conservatieve moslims. Die onderwerpen golden tot voor kort juist als typische linkse stokpaardjes.

Buruma bekritiseert het multiculturalisme, maar merkt wel op dat Nederland met zijn zuilenmaatschappij tot voor kort in feite een multiculturele samenleving is geweest. Het moderne multiculturele denken waarbij culturele minderheden  aangemoedigd worden hun eigen cultuur te behouden en deze zelfs superieur te achten boven Westerse waarden is een idee dat hij duidelijk bestrijd. ‘Zoals alle ideeën die tot dogma verheven worden zit het multiculturalisme er vaak naast.’

Soms gaat Buruma wel heel kort door de bocht, bijvoorbeeld bij het afschrijven van de theorie van de botsing der beschavingen. ‘Een oppervlakkige blik op enkele van de mensen die terreurdaden op hun geweten hebben, leert ons al snel dat een zeer wijdverbreide mening (…) dat we hier te maken hebben met een “botsing der beschavingen”, nergens op gebaseerd is.’

Daarmee suggereert hij toch dat de ‘botsing der beschavingen’, voor het eerst door Bernard Lewis zo genoemd, met oppervlakkige waarnemingen kan worden weerlegd. Naar mijn idee is dat een te simpele voorstelling van zaken en doet dat geen recht aan de nuances van Lewis’ opvattingen, zoals bijvoorbeeld in The Roots of Muslim Rage

Ook de bewering ‘alle grote godsdiensten zijn fundamentalistisch in de zin dat zij menen de absolute waarheid te verkondigen’ lijkt me wel voer bieden voor verdere discussie. Voortbouwend op dat idee kom je tot de conclusie dat ook een filosoof als Kant, die de het absolute en universele van ethische waarden verkondigde, fundamentalistisch is.  Paul Cliteur bekritiseerde Buruma eerder op soortgelijke uitspraken.

Toch kun je Buruma niet beschuldigen van relativisme, de opvatting dat andere culturen met andere, mogelijk tegengestelde waarden en opvattingen evenveel recht op bestaan hebben als de onze. Hij pleit nadrukkelijk voor het scheiden van politiek en religie. De wet dient als basis maar Buruma legt een grote nadruk op de mores, de ongeschreven regels en tradities die een grote bindende kracht zijn in een maatschappij. Daarin is ruimte voor minderheden, ook voor religieuze orthodoxie maar niet voor oproepen tot geweld. Vrijheid van meningsuiting is een grondbeginsel waar Buruma niet aan toornt. Integendeel:  ‘Democratieën varen niet wel bij wetten die de vrijheid van meningsuiting beperken, zoals wetten tegen godslastering, het ontkennen van de Holocaust of de Armeense genocide.’

Zijn pleidooi voor het scheiden van religie en politiek lijkt me de kern van God op zijn plaats. Het is ook eenvoudig de redelijkheid hiervan in te zien, aan de andere kant doemt de moeilijkheid op dat nu juist de religieuze extremisten deze scheiding weigeren te maken. Zij beroepen zich op religie bij hun politieke terreuracties en zoeken in religieuze bronnen rechtvaardiging voor hun daden. Voor Buruma is dat laatste niet de kern van het probleem. Volgens hem had Mohammed B. als hij in de jaren 70 een Duitser was geweest zich gemakkelijk kunnen aansluiten bij de RAF.

Een dergelijke stelling zal sommigen wel in het verkeerde keelgat schieten. Van Leibniz ideaal van het koel uitrekenen van meningsverschillen zijn we nog ver verwijderd. Tot dan toe moeten we het doen met geïnformeerde meningen en analyses, waaronder die van Ian Buruma.

God op zijn plaats

Het kruispunt van religie en democratie
Auteur: Ian Buruma
Vertaald door: Suzan de Wilde
Verschenen bij: Uitgeverij Atlas
Prijs:  €18,50

Recensie: God op zijn plaats ? Ian Buruma
ISBN: 9789045051840

1 reactie

  • charles reesink schreef:

    tocqueville certainly deserves more attention upon his return to France: ‘je suis en guerre avec moi-meme’ takes on metaphorical proportions, when his friend Goibineau will soon report to him from Persia – what a coincidence – that ‘La democratie est ici a son apogee’!!!

    Bref, je ne suis pas insensible a l’hollanditude de mr Buruma, si tant est que je la partage, et le motto de sa couronne, Je maintiendrai.

    Relkisez le volume IX de la Correspondance de Tocqueville avec Gobineau: etonnant!
    and contact me for further details about project arthur!

1 Trackback





 

Meer van :

17 augustus 2017

Gedichten die op afstand blijven maar ook weten te ontroeren

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník

Recent

7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden
4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist
2 augustus 2017

Jannie Regnerus gebruikt geen woord te veel

Over 'Nachtschrijver' van Jannie Regnerus
31 juli 2017

Het gitzwarte leven

Over 'Noordwaarts' van Naomi Rebekka Boekwijt
28 juli 2017

Het lot van een niet-joodse jood

Over 'Buster Kafka' van Martin Schouten

Verwant