26 mei 2010

Recensie: Fausto Coppi & Gino Bartali, Curzio Malaparte

Recensie door: Rein Swart

Robot tegen Übermensch?

De ondertitel De twee gezichten van Italië, drukt precies uit wat deze twee wielrenners voor hun landgenoten betekenden. Italië was in de vijftiger jaren verdeeld in coppiani en bartaliani, een tegenstelling waarbij die tussen Ajax en Feyenoord zwak afsteekt.

De beide renners vertegenwoordigden tegengestelde waarden. De vijf jaar oudere Bartali was een gelovig katholiek uit Toscane, terwijl Coppi uit Piemonte kwam, de streek van de landarbeiders die later fabrieksarbeiders werden. Bartali moest het hebben van sluwheid, Coppi van kracht. Malaparte vergelijkt Bartali met een ‘Übermensch’ en Coppi met een machine. Tijdens een rustperiode staat robot Coppi zogezegd werkloos aan de kant, terwijl  atleet Bartali van zijn welverdiende rust geniet. 

Malaparte wil de rivalen niet als vijanden tegenover elkaar zetten. Net als in onze tijd was het in het belang van de media om de tegenstellingen op te kloppen. De foto op de omslag is veelzeggend: tijdens een verzengende bergetappe reikt de een de ander een fles water aan. Over de vraag van wie het aanbod kwam en wie het aannam, blijven de meningen verdeeld.

Het boekje bestaat uit een vijftal, met boeiende foto’s verluchtigde, stukjes, die elkaar inhoudelijk regelmatig overlappen: een voorwoord van wielerhistoricus Wout Koster, een biografische aantekening van de uitgever, het artikel van Malaparte, een stukje van de Franse wielerjournalist Augendre en een flauw nawoord van Pouy, de uitgever van de Franse editie van het boek. Het lijkt of  men moeite heeft gehad om het boekje vol te krijgen.

Het leeuwendeel ? als dat gezegd kan worden van een boekje van 87 pagina’s – komt op naam van Malaparte, die zelf ook een kleurrijk individu was. Volgens de uitgever is hij geboren in 1898 en ? volgens een voetnoot – gestorven in 1957. Hij was eerst fascist, daarna antifascist, wielrenner, journalist en schrijver. Het artikel De twee gezichten van Italië heeft hij gepubliceerd in 1949, kort voor de start van de Tour de France in het Franse sportblad Sport Digestis. De meeste informatie kennen we inmiddels al uit de inleiding. Malaparte stelt duidelijk dat het antagonisme tussen de renners niet persoonlijk van aard was. Aan het slot volgt een weinig zeggende flirt met Griekse mythologie.

De bijdrage van Augendre poogt tenminste nog enige zakelijke informatie te geven over de ploegen Legnano en Bianchi, waarbij dit citaat niet mag ontbreken:

‘Groepjes politieagenten stonden garant voor de bescherming van de idolen, die zich minder bedreigd voelden door de tifosi van het vijandige kamp dan door hun eigen bewonderaars.’

Ook schrijft Augendre over het verloop van de Tour in 1949 en de lastige samenstelling van de squadra door ploegleider Binda. Coppi en Bartali waren zeer aan elkaar gewaagd, maar stonden heel anders in het leven. Bartali lustte wel een borreltje, Coppi leefde als een monnik. Bartali bad tot de Heer voordat hij aan een wedstrijd begon, Coppi schamperde daarover dat God meer aan zijn hoofd moest hebben. Het is jammer dat Augendre niet ingaat op zijn uitspraak dat Coppi meer te lijden moet hebben gehad onder de oorlog.

In het nawoord staat nog vermeld dat Coppi zijn vrouw inwisselde voor een ‘witte dame’, maar over haar kom je, net als over zijn krijgsgevangenschap, niets te weten. Ik had graag nog de palmares van beide heren bekeken, wedstrijdverslagen gelezen en nog enige anekdotes, zoals die over Bartali die zich erover verwonderde dat Coppi zo weinig lek reed en daarom dezelfde banden ging gebruiken, zonder het beoogde resultaat overigens. Het blijft in dit boek teveel bij een opsomming. Een gemiste kans, want wielrennen was en is, ondanks alle dopinggebruik en commerciële dictaten, nog steeds een sport waarin de heroïek voorop gaat.

Fausto Coppi & Gino Bartali
De twee gezichten van Italië

Auteur: Curzio Malaparte
Vertaald door: Jan van der Haar
Verschenen bij: Uitgeverij De Arbeiderspers
Prijs: € 10,-

Recensie: Fausto Coppi & Gino Bartali, Curzio Malaparte
ISBN: 9789029572231

Meer van :

18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken

Recent

13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong
12 oktober 2017

Een antikrimi

Over 'De rechter en zijn beul' van Friedrich Dürrenmatt
11 oktober 2017

De stijl tekent de man

Over 'Mijn grote appartement' van Christian Oster
10 oktober 2017

Eindeloos gepieker

Over 'Parttime astronaut' van Renée van Marissing

Verwant