21 september 2010

Recensie: Een mismaakt gouvernement

Recensie door: Machiel Jansen

Recensie door Machiel Jansen

De barokke volzin wordt in Vlaanderen meer gewaardeerd dan in Nederland. Met barok bedoel ik het gebruik van dansende krullen, overdrijvingen en effecten die schaamteloos theatraal zijn. De barokke volzin is een zin waarin zoveel mogelijk van dat alles in is gestopt. De barokke volzin is dan ook, gemiddeld gesproken, langer dan de niet barokke volzin.

Barok ontleent zijn naam aan het Portugese ‘barocco’ wat onregelmatig gevormde parel betekent. Met barok is dan ook altijd wel iets mis, maar nooit alles. Barok is soms iets te veel van het goede. Vaak veel te veel.

In Vlaanderen weten ze heel goed wat barok is want ze hebben er Rubens’ werken hangen. Wie naar Rubens kijkt, en de mollige vrouwen even vergeet, ziet de krullen, de draaiende, dansende bewegingen en het theater van het doek spatten. Dat is barok.

In Vlaanderen is de dagelijkse taal uitbundiger, minder zakelijk. In Nederland zijn we direkter, botter ook, en gaat veel via de rechte lijn. Het is de kortste weg tussen twee afstanden. We zijn zuinig. In Vlaanderen is men beleefder en kiest men voor de indirecte weg, de omweg, de gebogen lijn.  De bijzin is een vorm van indirect taalgebruik. Het geeft een krul aan de taal en in Vlaanderen kunnen ze dat wel waarderen.

De Vlaamse schrijver en kunstenaar Pjeroo Robjee, pseudoniem van Dirk De Vilder (1945), schrijft zinnen die ik wel postmodern barok zou willen noemen. Dat postmoderne slaat dan op het feit dat Robjee de barokke stijl  bewust kiest en er allerlei moderne stijlvormen en humoristische opmerkingen doorheen vlecht . Wie zijn nieuwste boek Een mismaakt gouvernement doorbladert en een willekeurige zin uitzoekt, ziet het onmiddellijk:

‘In de natste voormiddag van de meest smerige zomer sedert het begin van onze tijdrekening zou Miranda of Marijke, Fredo of Francis, of ook nog Lolita van Goethe, van wie de signatuur tussen de namen van de eerder gemelde torenbezoekers in de borstwering werd gekerfd door een of andere grappenmaker van de oude stempel, zou elkeen uit dit onderbevolkt peloton van globetrottende ballustradehoutbedervers in staat zijn geweest een automobiel op te merken, een eivormige sedan overtogen met de beurse, grijsgroene spijs van oxiderend en gekoekte dras’

De stijl van Robjee is zo dominant dat het de beleving van dit boek totaal overheerst. Wie zich ergert of laat vermoeien door de stijl houdt het al snel voor gezien. In Het mismaakt gouvernement buitelen de woorden en bijzinnen meer dan 300 bladzijden lang over elkaar heen. Dat vraagt om doorzettingsvermogen van de lezer. Nu is doorzetten geen probleem en kunnen moeilijkheden wel overwonnen worden als het resultaat van alle inspanningen uiteindelijk de moeite waard blijkt te zijn. Dat valt in dit geval flink tegen.

 De taal van Robjee is een mengeling van archaïsche woorden en uitdrukkingen, leuk bedoelde vondsten, Vlaams vocabulair, en poëtisch aandoende vergelijkingen. Er wordt gespioend, gewispeld en geschamoteerd. Regelmatig kwam ik woorden tegen die ik zou moeten opzoeken om ze te begrijpen. Zo heb ik geen idee wat ‘een zerp, als hazengerf snerkend mensengerucht’ is. Het klinkt in elk geval leuk. Ook gebruikt Robjee nogal wat Vlaams. Zo gebruikt hij ‘binst’ in plaats van ‘terwijl’, ‘teljoor’ in plaats van ‘bord’ en ‘asem’ in plaats van ‘adem’.  Dat is op zich geen bezwaar maar het maakt het de Nederlandse lezer niet makkelijker. Niet zozeer Vlaams maar archaïsch zijn woorden als ‘sedert’, ‘weder’, ‘neder’, ‘ener’ etc. En postmodern zijn grapjes als Lolita van Goethe (een verwijzing naar de schrijvers Nabokov en Goethe) en het opnemen van moderne Engelse woorden als ‘loverboy’. Dat alles wordt gekneed, opgestapeld en vermengd met allerlei invallen, woordgrapjes en verhaspelde uitdrukkingen zoals bijvoorbeeld ‘manmachtig’ in plaats van ‘met man en macht’.  Het resultaat is een uiterst excentrieke, theatrale taal:

‘De koekenbakker toverde uit zijn mond een redevoering naar het lamplicht, een in waterlanders gedrenkt vertoog, waarin de parabel van het vetgemeste rund sterk en allesoverheersend naar het voorste plan van de avantscène werd geschoven.’

Ook de vergelijkingen die Robjee maakt zijn vaak theatraal en grappig bedoeld. Als het regent, regent het stront. Als iemand huivert staan ‘meanderende aders kabeldik’ aan zijn slapen. Een vrouw van middelbare leeftijd wordt ‘een mokkel in de jaren des overgangs’ genoemd. Iemand die gek is is ‘van de mare bereden’.

Het mismaakt gouvernement is, ontdaan van de schil van de stijl, in de kern niets meer dan een ouderwetse schelmenroman met af en toe licht absurdische trekjes. Het verhaal is mager en bestaat uit niet veel meer dan de niet eens zo dwaze belevenissen van de twee hoofdpersonen. Het verhaal wordt ons verteld door Odette die toevallig een oude uitgave van Toergenjevs Eerste Liefde tegenkomt en het herkent als  het exemplaar dat ze haar jeugdliefde zoete Winnie in 1967 eens cadeau deed. Ondanks 40 graden koorts is die vondst de aanleiding om hem weer te gaan zoeken. Zo gaat ze op pad en hoort van tal van meer en minder merkwaardige figuren verhalen over haar zoete Winnie. De hoofdstukken waarin de zoektocht wordt beschreven worden afgewisseld met herinneringen aan haar jeugd en de rol die zoete Winnie daarin speelde.

Zoete Winnie is de schelm waar het allemaal om draait, maar we krijgen hem nooit echt goed te zien. Veel van wat we over hem te weten komen, wordt verteld in korte raamvertellingen en die volgen steeds hetzelfde patroon. Winnie is een charmeur, verleidt man en vrouw en gaat er vervolgens met hun geld vandoor. Ook Odette bedriegt hij, door haar eerst voor haar zus Chantal in te ruilen en later door haar geld te stelen.

Beter dan Winnie leren we de vader van Odette kennen. Het is het type ruwe bolster zonder blanke pit en hij leidt het ‘mismaakt gouvernement’ zoals Robjee het gezin noemt. Hij is ontslagen, arm en gedwongen tot het verbouwen van zijn ‘koer’ (binnenplaats). Ook is hij niet te beroerd een vriendje van zijn dochter met zijn jachtgeweer de stuipen op het lijf te jagen. Van moeder komen we niet veel meer te weten dan dat zij de éne na de andere likeur achterover gooit.

Alle personages spreken zoals Robjee schrijft.  Zo spreekt bijvoorbeeld de zus van Odette:

‘Wij worden er aha niet jonger op , haha, wel ouder. En onze vava en ons moe, zij zijn bejaard gelijk de stok, zij staan begot op krukken al met meer dan een pikkel onder de groene sargie op de deksteen van hun graf.’

De roman krijgt door dat niet aflatende bombardement aan creatief bedoelde zinnen iets stars en éénvormigs. De personages bij Robjee zijn dan ook sterk aangezette karikaturen en hebben soms licht absurdistische trekjes, zoals een vrouw die te pas en te onpas ‘Is dat nuttig?’ zegt. Wat dat betreft doet Robjees werk wel wat denken aan dat van Charlotte Mutsaers. Freddy uit Koetsier Herfst zou zo een bijrol in Robjees roman kunnen spelen. Alleen zijn taalgebruik zou hij sterk moeten aanpassen.

 Het lezen van Een mismaakt gouvernement is een vermoeiende bezigheid. Al die heupwiegende zinnen gaan uiteindelijk vervelen en soms irriteren. De schelmenstreken van zoete Winnie en de in gekrulde zinnen gevatte spitsvondigheden weten maar matig te boeien. In plaats daarvan raak je verdoofd door al die pogingen tot virtuose taalbeheersing die vaak ook nog geestig bedoeld zijn.  

Ik sluit niet uit dat sommige lezers Robjee als virtuoos zullen omarmen. De bewonderaars zullen in Vlaanderen waarschijnlijk talrijker zijn dan in Nederland. Robjee is in Vlaanderen geen onbekende terwijl hij in Nederland tot op heden weinig tot geen aandacht heeft gekregen. Ik vermoed dat Een mismaakt gouvernement in die situatie niet veel verandering zal brengen.

Een mismaakt gouvernement

Auteur: Pjeroo Robjee
Verschenen bij: Uitgeverij Querido
Prijs: € 19,95

Recensie: Een mismaakt gouvernement
ISBN: 9789021438481

Meer van Machiel Jansen:

26 februari 2014

Zoutloze wansmaak

Over 'En dan komen de foto's' van A.H.J. Dautzenberg
29 januari 2014

Parallellen met een hoofdpersoon 

Over 'Te veel geluk' van Alice Munro

Recent

18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken
13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong
12 oktober 2017

Een antikrimi

Over 'De rechter en zijn beul' van Friedrich Dürrenmatt

Verwant

21 september 2010

 

21 september 2010

'Hij hoort hier niet'