5 oktober 2010

Een dubbeltje op zijn kant. Dagboeken 1945-1978 – Willem Barnard

Recensie door Rein Swart

Geen voorganger, maar terzijdeganger

In een Achteraf schrijft Barnard dat deze dagboeken uit de periode 1945 ? 1978 later zijn verschenen dan het vervolg Anno Domini (over de jaren 1978 ? 1992) omdat selectie en redactie van het zo lang geleden geschrevene meer moeite kostte ? en meer hartzeer.

Het was dan ook geen gemakkelijke positie waarin de inmiddels negentigjarige Barnard in die jaren als dominee-dichter verkeerde: het dienen van de theologie en de literatuur stond haaks op elkaar, doordat hij als predikant verplicht was te spreken en bij het dichten kon of moest wachten tot de woorden tot hem kwamen. ‘Theologie verhindert mij de literatuur doodernstig te nemen. En literatuur verhindert mij de godsgeleerdheid doodernstig te nemen.’

Als theoloog ging het hem om de Schrift en in het bijzonder om het Oude Testament. Hij verzette zich tegen de Baäl, de god van het geld en de staat die alleen materiële behoeften erkent, maar ook tegen modieuze ideeën. De kerk mag geen religieuze snoepwinkel worden. Voor hem gaat het erom een traditie hoog te houden, waarin het verhaal belangrijker is dan dogma’s en denkformules. Op verhaal komen, is een mooie manier van uitdrukken waar het hem om ging: Door samen te lezen de betekenis van de bijbelse verhalen ontdekken. Hij moet weinig hebben van het christendom en beschouwt de kerk nog het meest als een soort KNVB die zorgt dat er gespeeld kan worden.

Door deze dagboeken, die in het begin soms maar enkele (aforistische) regels bevatten en daarom fragmentarisch genoemd kunnen worden, krijgen we een beeld van de tijd waarin Barnard zijn werk verrichtte. Opvallend vaak zinspeelt hij op de ondergang van de wereld. Het is de tijd van de Koude Oorlog en de atoombewapening, van Hirosjima en de Cuba Crisis, maar ook de tijd van afnemend gezag van de dominee en de ontkerkelijking. Barnard toont zich duidelijk wanhopig over de maatschappelijke ontwikkeling.

Barnard verkeerde graag in het gezelschap van vrouwen en zag de erotiek als het hoogste in het leven. Die was hem nader dan de ethiek. In het begin zinspeelt hij op twijfel over het huwelijk met Tinka in plaats van met Coby. ‘Schrijven wordt bijna een communie met Coby.’ ‘Maar dat is zelfsplitsing, het leidt tot niets dan hoofdpijn,’ voegt de principiële monogamist daaraan toe.

Zijn zoon Benno schrijft in Een vage buitenlander dat zijn vader veel reisde, bijvoorbeeld naar Barnard Castle in Noord Engeland. Zelf zegt hij daarover dat reizen hem de vreugde gaf om even ontheven te zijn van de druk van het bestaan. Hij weet zich bijvoorbeeld geen raad met een veeleisende gastarbeider en vraagt zich af hoe hij zijn levenswijze in overeenstemming moet brengen met zijn geweten.

Willem Barnard voelde zich geen voorganger, noch mensenredder of herder, maar iemand die wilde wijzen op de betekenis van de Schrift en daarover wil schrijven. Over de dood, zegt hij in 1957 dat wij een verkeerd uitgangspunt hebben gekozen door er een exit van te maken in plaats van een punt van waaruit alles bezien wordt.

Soms heeft hij het gevoel dat woorden ons verhinderen het eigenste, het eigenlijke te zeggen, dat het idioom, hoewel door ons bedwongen, ten slotte toch eigen wegen gaat en ons verraadt, namelijk omdat taal een masker is. Zijn moeite om zijn preken te schrijven en zijn wanhoop deed me denken aan zijn collega François Haverschmidt.

Het is volgens mij exemplarisch wat hij in 1971 over Pasen schreef, namelijk dat het daarbij niet gaat om de opstanding als zodanig, maar om het verhaal, om de tocht van een man. “Wie zegt: ‘Het gaat met Pasen toch om de opstanding!’ heeft er niets van verstaan. Die maakt zich al van het antwoord meester voordat hij de vraag tot zich heeft laten doordringen.” Ik hoor het hem zeggen.

 

Een dubbeltje op zijn kant is alleen nog tweedehands verkrijgbaar.

Meer van :

20 oktober 2017

Soepel een licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit

Recent

16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken
13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong
12 oktober 2017

Een antikrimi

Over 'De rechter en zijn beul' van Friedrich Dürrenmatt
11 oktober 2017

De stijl tekent de man

Over 'Mijn grote appartement' van Christian Oster
10 oktober 2017

Eindeloos gepieker

Over 'Parttime astronaut' van Renée van Marissing

Verwant