Recensie: Dienstreizen van een thuisblijver

Recensie door: Machiel Jansen

Als Maarten ’t Hart geen bekend schrijver zou zijn geweest wie zou hem dan graag willen leren kennen? Zonder zijn schrijverschap is hij een teruggetrokken, ietwat zonderlinge man. De werkdagen brengt hij door met het turen naar een aquarium waarin drie doornige stekelbaarsjes zwemmen. Af en toe maakt hij daar aantekeningen bij. Het is het meest interessante beroep dat hij zich kan voorstellen, althans van alle beroepen die binnen zijn bereik liggen. Eigenlijk was hij het liefst componist geworden, maar dan wel in een andere tijd dan de onze. Tussen het kijken naar stekelbaarzen en het luisteren naar klassieke muziek leest hij. Hij leest veel. Het werk van Anthony Trollope, Charles Dickens en Simon Vestdijk behoort tot zijn favorieten. Af en toe speelt hij een stukje orgel of piano, of zingt hij een cantate van Bach. Hij sport niet en elke avond ligt hij voor negen uur in bed. Op reis gaat hij niet want alleen in zijn eigen bed kan hij slapen. Aan clubs, verenigingen, popmuziek, voetbal en gezelligheid heeft hij een hekel. Hij is het liefst alleen, en enkel een periodieke, allesoverheersende verliefdheid zorgt ervoor dat hij zijn eenzaamheid af en toe opgeeft. Zou u zo’n man willen ontmoeten? Waarschijnlijk niet.

Maarten ’t Hart is echter wel degelijk een bekend schrijver. Sinds zijn succesroman Een vlucht regenwulpen uit 1978 is hij één van de meest succesvolle Nederlandse auteurs gebleken. Zijn romans, verhalen, columns en interviews bevatten zoveel autobiografische elementen dat we al gauw het idee hebben dat we de auteur kennen. Het lijkt erop dat hij door veel van zijn lezers eerder excentriek dan eigenaardig gevonden wordt. Er zijn behoorlijk wat mensen die de bekende schrijver eens willen ontmoeten. Een aantal van hen belt gewoon bij zijn huis in Warmond aan en weet zelfs binnen te komen. Sommigen komen ongevraagd door de open achterdeur naar binnen. Anderen doen alsof ze journalist zijn en brengen zo een dag met de bekende schrijver door. Die moet hier niets van hebben. Het liefst wil hij met rust gelaten worden. Zo komt hij niet aan schrijven toe.

Over Maarten ’t Hart is nauwelijks nog iets nieuws te vertellen zou je denken. In 1984 verscheen zijn eerste autobiografie Het roer kan nog zesmaal om in de reeks Privédomein. Vlak voor de boekenweek, dat als thema de autobiografie heeft, verscheen Dienstreizen van een thuisblijver. Opnieuw in de reeks Privé Domein. Het moet even gezegd: samen met de gebonden boeken van Van Oorschot behoort deze reeks tot de mooist uitgegeven boeken in Nederland. Het blijft een feest deze boeken in handen te houden en ze vormen een belangrijk argument tegen de e-reader.

De vraag is of ’t Harts nieuwste autobiografische boek iets bevat wat we nog niet wisten over de schrijver. Die vraag is makkelijk te beantwoorden: nee. Echt iets nieuws komen we niet te weten, maar wat we te lezen krijgen is wel erg amusant. Dat doet de paradoxale titel Dienstreizen van een thuisblijver ook al vermoeden. Dat ’t Hart helemaal niet van reizen houdt, komt voor zijn lezers niet echt als een verrassing. Hij wil het liefst thuis blijven, maar hij moet soms het huis uit. De verplichtingen van het schrijverschap brengen dat nu eenmaal met zich mee. Als er uit dit boek iets blijkt dat we nog niet wisten, dan is het dat ’t Hart zo slecht ‘Nee’ kan zeggen. Als hij het zegt, klinkt het waarschijnlijk zacht en onzeker want telkens geeft hij toe waar hij eigenlijk voet bij stuk wil houden. Wie iets van hem wil, belt hem op, en zet door totdat de schrijver bezwijkt en toegeeft.

De tol van de roem is een zwaar leven. Word geen schrijver! jammert ’t Hart dan ook als iemand weer iets van hem wil. Het liefst schreef hij eenzaam, in een achterkamertje het ene meesterwerk na het andere, maar het lijkt erop dat hij voortdurend wordt lastig gevallen door signeersessies, journalisten, fotografen, uitgevers, vertalers, jury’s, hobbyschrijvers en vrouwelijke bewonderaars met aantrekkelijk lange nagels. Dat leidt tot een aantal heel leuke avonturen van de verstokte thuisblijver die er niet onderuit kan af en toe de buitenwereld in te gaan.

Heel erg geloofwaardig is die wens om vooral thuis te blijven en aan alle aandacht te ontsnappen overigens niet. Soms krijg ik het gevoel dat ’t Hart al die aandacht maar wat leuk vindt. Dat idee werd bevestigd door zijn recente optredens op radio en TV. Hij maakt geen indruk onder zware druk interviews af te leggen. Bij het radioprogramma de Tros Nieuwsshow, waar hij te gast was, vroegen ze hem of hij er toe gedwongen was om in de uitzending te verschijnen. Nee, hij zat er vrijwillig; ‘omdat ik Mieke [de presentatrice MJ] zo leuk vind.’
En hoe geloofwaardig kan de man nog zijn die eerst een venijnig boekje schrijft met de titel De vrouw bestaat niet, om er later voor uit te komen dat hij af en toe als vrouw door het leven gaat? Van zo’n man ga je gemakkelijk denken dat hij het tegendeel zegt van wat hij echt wil – ook al is dat in het algemeen een gevaarlijke gedachte.

Het leuke van Dienstreizen van een thuisblijver is dat het een kijkje geeft achter de schermen van het bedrijf van de literatuur. De bekende schrijver moet op reis, bezoekt beurzen, is jurylid en signeert. Hij is nooit te beroerd ongezoute meningen te geven over collega’s, prijswinnaars en christenen. Maarten ’t Hart (25 november 1944) wordt er met de jaren gelukkig niet milder op. Veel van die opmerkingen zijn leuk, al moet je sommigen niet al te vaak horen. Zo had ik de grappen over Connie Palmen tijdens een dienstreis met collega’s naar Göteborg al op de radio gehoord, waardoor de lach tijdens het lezen uitbleef. Het verslag van die reis, waaraan veel bekende Nederlandse schrijvers deelnamen, wordt overigens vooral benut om een samenvatting te geven van het leven van de Tsjechische componist Smetana (1824-1884), die een tijdje in Göteborg gewoond heeft. ’t Hart vraagt zich bijna verontwaardigd af waarom niemand in het reisgezelschap zijn fascinatie met de Tsjech deelt, terwijl iedere lezer nu juist de nabijheid van die auteurs veel spannender vindt dan al die feitjes over een onbekende componist. Dat gegeven weet ’t Hart hilarisch uit te werken en hij duwt ons het leven van Smetana gewoon door de strot.

Leuk, leerzaam en lachwekkend zijn ook de ervaringen met literaire jury’s. Juryleden leiden aan ‘fictie frictie’; een overdosis aan fictie, teveel boeken die men verplicht is te lezen. Zelfs de veellezer Maarten ’t Hart kan zich voorstellen dat je als jurylid de stapel AKO-nominaties achter de toiletpot smijt. Deze juryleden hoeven overigens niet alles te lezen. De longlist wordt verdeeld en na twee slechte beoordelingen ligt een boek eruit. Het teveel van hetzelfde (fictie) en de mogelijkheden van netwerken doen ’t Hart verzuchten de prijs de komende jaren standaard aan Arnon Grunberg te geven. Want wie ooit een prijs wint, wint er meer. Het geestige betoog vormt meteen een verklaring waarom ’t Hart geen prijzen meer wint: hij netwerkt niet.

Het hoogtepunt van het boek ligt zoals veel goede dingen in het midden. Daarna dalen we van Nederlandse hoogten af tot zeeniveau waar we twee hoofdstukken tegenkomen die helemaal niet over dienstreizen gaan. In het eerste breekt onze held zijn been, en ligt enkele nachten gedwongen in het Leids Universitair Medisch Centrum. Het verslag, hoe aardig en vlot geschreven het ook is, is helaas geen dienstreis. Het thema van de literaire dienstreis, dat de vorige hoofdstukken bij elkaar hield, wordt hier jammer genoeg niet voortgezet.
Het hoofdstuk dat er op volgt gaat over ’t Harts bemoeienis met de zaak Lucia de B. Het is een feitelijk, nuchter verslag, nuttig voor wie het weten wil, maar nieuw is het niet en met dienstreizen van een thuisblijver heeft het niet veel te maken. In interviews heeft ’t Hart al uitgebreid verteld over zijn bijdrage aan het herstel van deze gerechtelijke dwaling. Wie dat gemist heeft kan dit hoofdstuk er nog eens op nalezen.

Leuker zijn de eerdere hoofdstukken over bewonderaarsters bij signeersessies, rondleidingen door Maassluis en een herinnering aan gewelddadige zevendedagsadventisten. Het is de excentrieke, zonderlinge schrijver en veellezer waar we om kunnen lachen en die, in elk geval in boekvorm, erg leuk gezelschap is.
Dienstreizen van een thuisblijver

Auteur: Maarten ’t Hart
Verschenen bij: Uitgeverij De Arbeiderspers, serie Privé Domein
Prijs: € 19,95

Recent

15 december 2017

Drakenbloed en hoestende koeien

Over 'Tijl' van Daniel Kehlmann
14 december 2017

Vergane Hollywoodglorie in de Maghreb

Over 'De oppermachtigen' van Hedi Kaddour
13 december 2017

Literatuur uit de provincie

Over 'Ergens op het eind' van Erik Nieuwenhuis
12 december 2017

Troosteloos zal het in Twente wezen

Over 'De heilige Rita' van Tommy Wieringa
11 december 2017

Niet alles hoeft begrepen om te zien hoe prachtig het is

Over 'Finisterre' van Eugenio Montale